Tijdig contact na ontslag uit kliniek meest relevant bij suïcidepreventie

Experts zeggen: tijdig contact na ontslag uit de kliniek is het meest relevant, actiegericht en haalbaar om suïcide te verminderen in de ggz.

Welke aanbevelingen uit de richtlijn suïcidepreventie vinden ggz-professionals, onderzoekers, ervaringsdeskundigen en leden uit de familie-/ cliëntenraad het meest relevant voor suïcidepreventie in de ggz? Wat zijn de belangrijkste ‘knoppen’ om aan te draaien in de verwachting dat ze leiden tot minder suïcides onder cliënten in zorg bij de ggz? En welke indicatoren worden als haalbaar gezien om te registreren binnen de instellingen?

Uitkomsten onderzoek

Deze vragen zijn onderzocht in een Delphi studie als onderdeel van het SUPRANET GGZ onderzoek (Setkowski e.a., 2018). In deze studie zijn de richtlijnaanbevelingen beoordeeld door 23 suïcide-onderzoekers, 44 ggz-professionals en 23 ervaringsdeskundigen en leden uit de familie-/ cliëntenraad. Het resultaat: vijf indicatoren werden door de experts als meest relevant en actiegericht beoordeeld:

  1. Screenen op suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag,
  2. Aanwezigheid van een veiligheidsplan,
  3. Tijdig contact na ontslag uit kliniek,
  4. Warme overdracht en
  5. Betrekken van naasten.

Hiervan werd één indicator ook haalbaar bevonden om uit registratiesystemen te halen van instellingen: tijdig contact na ontslag uit kliniek*. Van belang is waar haalbaar al de vijf indicatoren te implementeren binnen ggz-instellingen om zo de kwaliteit van zorg voor cliënten met suïcidaliteit te optimaliseren.

Aandacht binnen SUPRANET GGZ

De indicatoren waar binnen SUPRANET GGZ en de dataverzameling tot nu toe de focus op ligt, komen grotendeels overeen met deze studie. Nu blijkt dat ‘tijdig contact na ontslag uit de kliniek’ als meest relevant en haalbaar wordt bevonden, zullen de werkgroepen kwaliteit en registratie van SUPRANET GGZ beslissen hoe deze indicator wordt meegenomen in het traject van dataverzameling om deze te monitoren. En hoe SUPRANET GGZ de instellingen kan ondersteunen om de kwaliteit van zorg op dit aspect te verbeteren.

Het onderzoeksartikel

Dit onderzoeksartikel is gepubliceerd in BMC Psychiatry. Lees het artikel voor meer informatie over de exacte onderzoeksmethode, de opgestelde definities en omschrijving van de kwaliteitsindicatoren.

Prioritizing suicide prevention guideline recommendations in specialist mental healthcare: a Delphi study (pdf). Auteurs: Setkowski, van Balkom, Dongelmans en Gilissen, BMC Psychiatry, 2020.
Appendix 1 BMC Psychiatry Setkowski et al. (2020)
Appendix 2 BMC Psychiatry Setkowski et al. (2020)

Contact

Neem voor vragen en opmerkingen contact op met de uitvoerend onderzoeker Kim Setkowski k.setkowski@113.nl.

 

*Definitie: Binnen twee weken na ontslag uit de kliniek dient de patiënt weer in contact te zijn geweest met de zorgaanbieder. Contact kan zowel behandeling als begeleiding als terugkoppeling zijn bij dezelfde zorgaanbieder. Het gaat hier om persoonlijk face-to-face contact, dat eventueel ook buiten de locatie van de instelling plaatsvindt.
Exclusie: Patiënten die naar de huisarts (POH), de basis-GGZ of een andere dan de eigen (geïntegreerde) instelling zijn terug –of doorverwezen. 

Hoe te meten:
Teller: Het aantal patiënten dat tijdens de dataverzamelingsperiode na ontslag uit de kliniek binnen twee weken met de eigen instelling face-to-face vervolgcontact heeft gehad. 
Noemer: Het totaal aantal patiënten dat binnen dezelfde dataverzamelingsperiode bij de instelling uit de kliniek is ontslagen. 

*Definitie: Binnen twee weken na ontslag uit de kliniek dient de patiënt weer in contact te zijn geweest met de zorgaanbieder. Contact kan zowel behandeling als begeleiding als terugkoppeling zijn bij dezelfde zorgaanbieder. Het gaat hier om persoonlijk face-to-face contact, dat eventueel ook buiten de locatie van de instelling plaatsvindt. 

Exclusie: Patiënten die naar de huisarts (POH), de basis-GGZ of een andere dan de eigen (geïntegreerde) instelling zijn terug –of doorverwezen. 

Hoe te meten:

Teller: Het aantal patiënten dat tijdens de dataverzamelingsperiode na ontslag uit de kliniek binnen twee weken met de eigen instelling face to face vervolgcontact heeft gehad. 

Noemer: Het totaal aantal patiënten dat binnen dezelfde dataverzamelingsperiode bij de instelling uit de kliniek is ontslagen.