Zelfmoordgedachten. Wie praat er niet over?

Suïcidepreventie is vaak afhankelijk van de bereidheid of het vermogen van mensen om over hun suïcidale gedachten te praten. Onderzocht werd welke kenmerken volwassenen hebben die niet praten over hun suïcidale gedachten. In de onderzoeksgroep van ruim 14.000 volwassenen had 5% in het afgelopen jaar suïcidale gedachten, bijna de helft (48%) sprak hier niet over [1]. Dit betekent dat een aanzienlijke groep volwassenen met suïcidale gedachten onzichtbaar blijft voor professionele hulp. Het onderzoek toonde verder aan dat volwassenen met weinig sociale contacten, die soms suïcidale gedachten hebben en een redelijk goede gezondheid het grootste risico lopen hun suïcidale gedachten voor zichzelf te houden.

(Geschreven door: Saskia Mérelle, Elise Foppen, Eva Becking, Renske Gilissen, Jan Mokkenstorm, Resi Cluitmans en Wouter Van Ballegooijen)

In 2016 startte 113 Zelfmoordpreventie Supranet Community, een unieke suïcide-aanpak waarbij lokale samenwerking en actiegericht werken voorop staat. Zes regio’s zijn proeftuin voor Supranet Community. Belangrijke doelstellingen van deze aanpak  zijn het taboe op praten over suïcide  doorbreken en het verbeteren van de zorg voor risicogroepen. Bijna de helft van de mensen die last hebben van suïcidale gedachten praat daar niet over. Doel van dit SURE NL en VU-onderzoek was het in kaart brengen van de kenmerken van deze groep. Voor dit onderzoek zijn gegevens van de ‘Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016’ van de regio Kennemerland, één van de zes proeftuinen, gebruikt. Dit is een vragenlijstonderzoek  dat elke GGD in Nederland uitvoert in samenwerking met het RIVM en CBS.

Uit het onderzoek bleek dat volwassenen die af en toe last hebben van suïcidale gedachten, geen ernstige psychische problemen en een redelijk goede gezondheid hebben, minder geneigd zijn te praten over hun suïcidale gedachten dan mensen met ernstige psychische problemen en frequent voorkomende suïcidale gedachten. Wel zien we dat de groep niet-praters weinig sociale contacten heeft. Het gebrek aan sociale contacten zou een reden kunnen zijn voor mensen om niet over hun suïcidale gedachten te praten. In tegenstelling tot wat de onderzoekers verwachten, spraken mannen even vaak als vrouwen over hun suïcidale gedachten, wel was het risico op niet-praten-over groter bij de oudere leeftijdsgroep (65-74 jaar) vergeleken met de jongste leeftijdsgroep (19-34 jaar).

Deze resultaten bieden kansen voor suïcidepreventie. De klinische ervaring leert dat praten over suïcide helpt. Praten lucht op, het helpt mensen om hun gedachten te structureren, ze voelen zich beter begrepen en minder eenzaam.  Door gatekeepers te trainen in het bereiken van de niet-praters kan ook deze groep uitgenodigd worden te praten over hun suïcidale gedachten, en indien nodig, verwezen worden naar de beschikbare professionele hulp.

[1] GGD Kennemerland presenteert in de Gezondheidsatlas de gewogen percentages voor suïcidale gedachten en het praten over suïcidale gedachten.

Lees hieronder het volledige artikel (Engels) / Click on the file below to read the full article in English