Mijn vader is in 1996 overleden, mijn moeder nog geen drie jaar later in 1999. Mijn toenmalige collega's hadden in de gaten dat het niet goed ging met mij en hebben erop aangedrongen dat ik hulp zou zoeken om dit verlies te verwerken. Tijdens de therapie kwam langzaamaan ook het vertrouwen om over mijn jeugd te praten.
Heel veel dingen die je (online) leest over de GGZ zijn negatieve ervaringen, terwijl ik juist positieve ervaringen heb. Natuurlijk is in de afgelopen jaren niet alles gegaan zoals ik het zou willen maar ik ben heel blij met mijn hulpverleners. Daarom schreef ik het boek 'ademhalen en doorgaan' een soort ode aan de GGZ.
Als kind zijnde heb ik DIS (dissociatieve identiteitsstoornis) ontwikkeld. Dit heeft mij door mijn jeugd heen geholpen. Later, bij het verwerken van alles, heb ik veel steun ervaren van de dieren en mensen om mij heen. Ook het vertrouwen dat mijn hulpverleners in mij hadden heeft me erg geholpen.
Werk geeft afleiding. Wanneer je met een "zwart" hoofd (zo noem ik het als ik erg depressief ben of suïcidale gedachtes heb) alleen maar thuis op de bank of in bed blijft, dan is er ook geen ruimte voor andere dingen. Juist door te werken en onder de mensen te zijn, of door naar mijn paard te gaan, maak ik ruimte in mijn hoofd voor leuke dingen. Onder de mensen zijn betekent dat je er bent en mag zijn.
Door niet te veel te vragen en mij in mijn waarde te laten. Het herstel, ik ben nog niet hersteld, moet ik toch echt zelf doen. Met aanwijzingen en ondersteuning van de hulpverleners, mijn beesten en mijn omgeving.
Ik begrijp dat er veel mensen zijn die negatieve ervaringen hebben. Ik zie ook dat er door de bezuinigingen heel veel mensen zijn die niet de hulp krijgen die ze eigenlijk wel nodig hebben. Ik vind het jammer dat mensen met een negatieve ervaring hierin blijven hangen en met deze negatieve ervaring, met dit gevoel naar de volgende hulpverlener gaan.
Misschien heb ik wel erg geboft hoor met mijn hulpverleners. Hulpverleners zijn mensen en dat wordt nog weleens vergeten. Veel mensen verwachten dat een hulpverlener jouw problemen oplost, dat doen ze niet. Ze geven je handreikingen en ondersteuning, maar het echte werk moet je zelf willen en kunnen doen.
Mijn hulp bestaat uit een psychiater, SPV-er, en psychomotorisch therapeut. Ik heb ook een psycholoog gehad, maar ben nu zonder. Het is fijn dat er tussen de hulpverleners goed contact is over en met mij. Dat het duidelijk is wat ik met wie bespreek en wat ik met wie ga doen. Zo heb ik EMDR gehad bij de psycholoog en praatte ik met de SPV-er in die tijd over de dagelijkse dingen. De psychiater is mijn regiebehandelaar en zorgt voor mijn medicatie. Ik mag meebeslissen en meedenken over mijn behandeling. Dankzij dat mee mogen denken heb ik nu ook psychomotoristisch therapie, wat voor mij een hele fijne manier van therapie is. Niet praten maar doen.
Op dit moment zit ik even in een dip. Maar een dip mag er zijn, zolang ik maar blijf geloven dat dit gewoon bij mij hoort.
Probeer te genieten van kleine dingen, stel niet te veel eisen aan jezelf en aan je omgeving. Maak plannen (al is het om over drie maanden een middagje naar het bos te gaan) heb iets om naar uit te kijken. Weet dat je niet alleen bent, dat er meer mensen zijn die het mentaal zwaar hebben. Weet ook dat er mensen zijn die jou kunnen en willen helpen.