Ik had eigenlijk een hele normale jeugd. Ik ben opgegroeid in een warm gezin, waarbij ik de jongste van 7 kinderen ben. Mijn basisschooltijd was een fijne tijd. Ik kon goed meekomen en had fijne vrienden. Op mijn 10e kreeg ik diabetes type 1, maar eigenlijk was ik hier vrij nuchter onder.
De stap naar hulp begon rond mijn 17e en was eigenlijk omdat het met mijn diabetes niet goed ging. Ik kampte ook met ernstige vermoeidheid en er werd gedacht aan het chronisch vermoeidheid syndroom. Nadat ik tegenover mijn toenmalige hulpverleners iets durfde te zeggen over wat er echt in mijn hoofd omging, werd duidelijk dat er meer aan de hand was en ben ik doorgestuurd naar een kliniek voor jongvolwassenen met persoonlijkheidsproblematiek.
Lang niet iedereen in mijn omgeving had in de gaten hoe slecht het eigenlijk ging. Niemand wist van mijn destructieve gedrag. Ik had twee gezichten. Later ben ik hier meer open over geworden en nu begin ik mijn kwetsbaarheid meer als kracht te zien.
Er zijn vele momenten geweest waarop ik het leven niet meer zag zitten, en ook niet meer wilde leven. Of, eigenlijk, wilde ik wel leven, maar wist niet meer hoe. De duisternis, het zwartste zwart waren zo groot, zo intens. Ik wist niet meer hoe het leven moest. Het enige wat er nog was, was een enorme wanhoop.
Ik heb veel therapievormen gehad, maar voor mij was het uiteindelijke redmiddel het aangaan van Electro Convulsie Therapie (ECT). Vroeger werd dit ook wel elektroshocks genoemd. Bij deze therapievorm wordt iemand onder narcose gebracht en dan worden er korte elektrische stroomsignalen door het brein gestuurd. Het is een vrije heftige behandeling en dit vroeg ook behoorlijk veel van mij. Ik heb uiteindelijk 78 behandelingen gehad en ja, het heeft geholpen: ik ben God dankbaar dat ik nu depressievrij ben.
Is alles nu dan makkelijk? Nee, dat zeker niet. De letterlijke en figuurlijke littekens van mijn strijd zal ik altijd met mij meedragen maar toch ben ik een dankbaar mens. Ik worstel nog steeds met een angst/dwangstoornis. Dit zorgt voor veel spanning en het vreet energie. Ik ben net opnieuw begonnen met therapie en ik hoop dat dit mij, door middel van exposure, gaat lukken de dwangklachten te verminderen. Dit vind ik erg spannend, en dat maakt dat ik soms het liefst heel hard weg willen rennen. Toch weet ik dat dit mij kan helpen en probeer ik door te zetten.
Hiernaast speelt er ook nog een angst dat de depressie weer terugkomt en dat ik dan weer opnieuw ECT behandelingen nodig ga hebben. Een ding weet ik zeker: Ik wil nóóit meer terug naar die vreselijke tijd.

Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar ik was het moeten overleven ook zó gewend dat dit ook vertrouwd ging voelen. Nu het leven lichter is, moet ik weer een soort van mijn ‘draai’ vinden: wie ben ‘ik’ nu ik weer een toekomst kan zien? Hoe wil ik mijn leven vormgeven? Dat zijn wel spannende vragen om mee bezig te zijn. Door de ECT en alles wat ik heb meegemaakt ben ik ook veel herinneringen kwijt. Er zit letterlijk een gat in mijn geheugen. Soms vertelt mijn moeder wel eens wat.
Zo heeft zij ook brief aan mij gegeven die ik ooit zelf geschreven had, al kan ik mij dat niet meer herinneren: “de chaos is zo intens. Stemmetjes die fluisteren: je bent niks waard, je bent waardeloos, het is beter dat je er niet meer bent”. Het maakt me verdrietig als ik hoor/lees welke enorme strijd ik heb gekend. Tegelijkertijd maakt dit mijn dankbaarheid nóg groter!
Een stukje van mijn verhaal verwerk ik door het schrijven van versjes over wat ik heb meegemaakt en over het leven zelf. Deze deel ik op mijn Instagram account @puureline. Ook zijn er 16 van mijn versjes uitgegeven op kaarten. Dit had ik nooit durven denken/hopen/dromen!