Veel van wat er in mij gebeurde, kon ik toen niet vertellen. Pas later kwamen er woorden...
De pijn, de onrust, het voortdurende gevecht met mezelf en het leven. Ik wilde niet per se dood. Ik wilde vooral niet meer wakker worden in hetzelfde hoofd en opnieuw aan dezelfde dag, hetzelfde leven moeten beginnen. Ik was gewoon op en wist niet meer hoe verder. Dit voelde als de enige uitweg van dit alles.
Misschien paste ik niet bij het beeld dat je ervan had. Ik kon lachen, hard werken, afspraken nakomen en vragen hoe het met jou ging. De een trekt zich terug, de ander blijft juist overal verschijnen. De een huilt, de ander maakt grapjes. Dat ik me soms gewoon gedroeg, betekende niet dat mijn gedachten gewoon waren. Ik begrijp het dat je het niet aan me zag.
Ik dacht er al aan. De vraag maakte die gedachten niet groter. De stilte, de eenzaamheid eromheen soms wel. Iemand die rustig vroeg of ik aan zelfdoding dacht, zou mij de kans hebben gegeven om niet langer te doen alsof. Het had me geconfronteerd en er misschien voor gezorgd dat ik mezelf niet achter die standaard lach verborg. Ik had niet meteen alles verteld, maar ik had in ieder geval geweten dat het onderwerp mocht bestaan en wel iets gezegd.
Gedachten kunnen langzaam dichterbij komen. Eerst schrik je ervan. Later raak je eraan gewend. Op een gegeven moment klinken ze bijna normaal. Ik merkte niet altijd wanneer een gedachte veranderde in iets gevaarlijkers. Vaak dacht ik oprecht dat ik het nog wel onder controle had, dat ik een beetje overdreef of deed alsof.
Ik deed mijn best om niets te laten zien. Ik lachte veel weg, functioneerde redelijk normaal. Tegelijkertijd liet ik soms kleine dingen vallen. Een zin die net iets eerlijker was. Een afspraak die ik zonder uitleg afzegde. Een bericht waarop ik hoopte dat iemand zou doorvragen. Ik was bang voor de hulp, voor mijn kwetsbaarheid, maar wilde ergens ook wel heel graag geholpen en gezien worden.
Mensen zeiden dat het tijdelijk was. Dat er betere dagen zouden komen. Ik hoorde de woorden wel, maar ik geloofde ze niet. De pijn voelde niet als iets waar ik doorheen moest. Het voelde als hoe mijn leven vanaf nu zou zijn. Morgen leek op vandaag, alleen verder weg. Ik kon me niet meer herinneren hoe het was om zonder die zwaarte wakker te worden. Dat er later toch iets kon veranderen, was voor anderen misschien logisch. Voor mij was het op dat moment onvoorstelbaar, eindeloos.
Ik was niet alleen bang dat mensen zouden schrikken, maar ik was ook bang dat ze mij niet meer zouden vertrouwen. Dat ik niet meer alleen mocht zijn. Dat er ineens over mij beslist zou worden, terwijl ik zelf al zo weinig grip voelde. Dus vertelde ik net genoeg om te laten merken dat het niet goed ging, maar niet genoeg om te laten zien hoe donker de dagen werkelijk waren.
Ik had al gepraat, therapie gehad, medicatie geprobeerd. Ik was al ergens weggestuurd. Ik had al opnieuw mijn verhaal verteld aan iemand die het goed bedoelde. Ik wist al dat mijn problematiek ingewikkeld was, moeilijk was. Toen het niet beter werd, dacht ik dat k niet te helpen was. Een hopeloos geval. Die uitzondering. Pas later begreep ik dat hulp geen kant en klare kleding is die iedereen meteen past. Dat iets niet hielp, betekende niet dat ík mislukt was.
Andere mensen leken gewoon verder te leven. Ze maakten plannen voor het weekend, deden boodschappen en ergerden zich aan kleine dingen. Ik keek naar hen en vroeg me af hoe ze dat deden. Waarom was hun leven zo makkelijk? Ik kende niemand die vertelde dat die ook weleens niet meer wilde leven. Daardoor begonnen mijn gedachten niet alleen donker, maar ook raar te voelen. Alsof er iets fundamenteel mis met mij was. Alsof ik buiten de gewone wereld was komen te staan.
Misschien had het geholpen als ik eerder had geweten dat meer mensen zulke gedachten hadden. Niet omdat het daardoor minder ernstig wordt, maar omdat ik dan had begrepen dat ik geen uitzondering was. Dat mensen in zo’n donker hoofd terecht kunnen komen en er ook weer uit kunnen komen.
Ik had geen perfecte woorden, geen oplossing voor mijn hele leven nodig. Oké, dat had wel handig geweest ;) maar ik had eigenlijk gewoon liefde en nabijheid nodig. Iemand die bleef zitten, die ik kon vertrouwen. Die de volgende ochtend opnieuw belde. Niet schrok van mijn antwoord en niet meteen begon over alles wat ik zou moeten doen.
...achteraf denk ik niet dat 1 gesprek alles had kunnen veranderen. Zo eenvoudig is het niet. Maar misschien had 1 gesprek wel iets kunnen verschuiven. Een uur. Een avond. Misschien alleen het gevoel dat ik het niet helemaal alleen hoefde te dragen.
Wat ik toen niet kon zeggen, kan ik nu wel zeggen: vraag het. Blijf nog even zitten als het antwoord moeilijk is. Bel de volgende dag opnieuw, ook als het gesprek gisteren goed leek af te lopen. Verwacht niet dat iemand meteen weet wat nodig is. Soms is nabijheid niet meer dan een stoel die niet wordt weggeschoven. Een telefoon die nog een keer overgaat. Koffie die koud mag worden omdat het gesprek belangrijker is.