Denk je aan zelfdoding?

We zijn er voor je.
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Hoop
17-04-2022

Ik kreeg spijt na mijn zelfmoordpoging

Kristel komt uit Limburg en woont sinds kort met haar man Bart in Tilburg. In september is ze bij GGZ Oost Brabant en 113 Zelfmoordpreventie gestart met een promotieonderzoek naar STORM (Strong Teens and Resilient Minds), een programma voor depressie- en suïcidepreventie bij jongeren. 

Dit programma is ontwikkeld in de regio Oost Brabant. Haar onderzoek gaat over de opschaling naar nieuwe regio’s in Nederland. Om los te komen van het werk, danst ze in het weekend graag op feestjes en festivals. Ook kan ze genieten van een wandeling in de natuur.

Hbo-verpleegkunde en een depressie

Een aantal jaar geleden kreeg ik inderdaad depressieve- en angstklachten. Op dat moment studeerde ik nog hbo-verpleegkunde en bij mijn afstudeerstage zat ik niet goed op mijn plek. Ik nam mezelf dit enorm kwalijk en kwam terecht in een spiraal van negatieve gedachten. In het begin dacht ik het allemaal wel aan te kunnen: een nieuwe afstudeerstage beginnen zou de oplossing zijn, want die zou ik wel halen en dan zou ik weer trots op mezelf kunnen zijn. Ook daar ging het echter niet goed en ben ik uiteindelijk gestopt, waardoor mijn zelfbeeld verslechterde. Toen ik gestopt ben met de opleiding ben ik naar de huisarts gegaan en die heeft me doorverwezen naar tweedelijns GGZ, maar door de lange wachtlijsten kon ik niet direct terecht.

Op de wachtlijst

In de tijd dat ik op de wachtlijst stond, verergerde mijn situatie. Gedachten als ‘je gaat nooit iets bereiken in je leven’, ‘je hebt gefaald’, ‘je bent niet goed genoeg’, trokken me in een steeds dieper dal. Op enig moment leek zelfbeschadiging de oplossing: een manier om met deze heftige gedachtes om te gaan. 

Op de lange termijn bracht het echter mijn zelfbeeld alleen maar verder omlaag en dacht ik ook steeds vaker aan de dood. Die gedachte probeerde ik te verdringen, maar het idee dat uit het leven stappen ‘de oplossing’ zou zijn groeide in mijn hoofd. Ik vertelde Bart hier wel over, maar verzachtte het ook altijd weer: ‘ik denk wel eens aan suïcide, maar ik ga dat echt niet doen hoor’.

Suïcidepoging

Zo’n drie maanden nadat de gedachte aan suïcide voor het eerst in me op kwam, kon ik eindelijk terecht voor een intake gesprek bij een GGZ instelling. Hier heb ik mijn suïcidale gedachten, wat inmiddels ook vrij concrete plannen waren geworden, toen besproken. Ze verwees me, naast een reguliere behandeling, door voor suïcidepreventie waar ik binnen een aantal weken mee zou kunnen starten, maar in de tussentijd werd het me te veel en heb ik een poging gedaan.

Spijt van mijn poging

Gelukkig kreeg ik ongeveer een half uur na mijn poging toch spijt. Ik was op dat moment alleen thuis met de hond van mijn ouders, Frits, en plots bedacht ik me dat als ik nu zou overlijden, dat Frits dan het hele weekend alleen zou zijn. Niemand die hem uit liet of hem eten gaf. Die gedachte bracht me terug naar de realiteit en plots kon ik weer tig redenen bedenken om door te willen leven. Ik heb toen de hulpdiensten gebeld.

De redenen om het niet te doen

De mensen om me heen (en natuurlijk Frits de hond) waren het belangrijkst. Ondanks dat ik mezelf vaak zag als een last voor mijn omgeving, besefte ik dat het voor hun nóg zwaarder zou zijn als ik een einde zou maken aan mijn leven. Dat idee was telkens reden genoeg om het niet te doen en op die ene donkere dag ook reden genoeg om het ongedaan te willen maken.

Wat ook hielp is dat ik altijd nog het idee had dat ik ergens naartoe leefde, hoe uitzichtloos het leven soms ook voelde. Iedere keer als de gedachte opkwam: ‘nu moet je het doen’, kon ik wel weer iets verzinnen. En dat kon van alles zijn, groot en klein: van ‘morgen moet ik werken’, tot ‘over een paar weken ga ik op vakantie’.

Een keerpunt

De poging was voor mij een keerpunt. Hoewel het een heel ingrijpende gebeurtenis was, heb ik er ook een belangrijke les uitgehaald: suïcide is niet de oplossing. Niet dat ik na mijn poging nooit meer aan suïcide dacht, maar als die gedachte weer opkwamen dan herinnerde ik mezelf aan hoe dankbaar ik was dat de poging toen mislukt was. Hoeveel spijt ik er toen van had, hoeveel last mijn omgeving ervan had, en aan de mooie dingen die ik sindsdien heb meegemaakt. Dit waren voor mij redenen om na mijn poging moed te houden.

En misschien een cliché, maar wel een heel belangrijk cliché: praten, praten, praten. Na mijn poging werd ik in eerste instantie een beetje gedwongen om meer te praten, doordat mensen in mijn omgeving alerter waren en vaker vroegen hoe het ging. Dat bleek toch wel fijn en inmiddels praat ik redelijk makkelijk over mijn problemen, wat die dan ook mogen zijn. Vooral met Bart, hij is een enorme steun voor me. Praten lucht op, het helpt je gedachten op een rijtje te zetten en geeft je op die manier meer ruimte in je hoofd, bijvoorbeeld om te denken aan dingen die het leven de moeite waard maken.

Bang voor een terugval

Ik ben inmiddels niet meer bang voor een terugval, maar ben ik dat wel lange tijd geweest. Toen ik voor het eerst sinds de poging weer suïcidale gedachten kreeg, was ik heel bang. Ik herbeleefde die dag in mijn hoofd en was bang de controle te verliezen en opnieuw in die situatie terecht te komen. Wat ik toen deed was direct hulp zoeken: eerst bij 113 en daarna heb ik het ook nog met Bart en mijn ouders besproken.

De angst voor een terugval hing niet altijd samen met suïcidale gedachten, maar kon ook komen opborrelen als het juist goed ging. Dan bleef er zo’n wantrouwend stemmetje in mijn hoofd: ‘ja nu gaat het goed, maar voor hoe lang nog?’. Gelukkig ben ik inmiddels veel zelfverzekerder over mijn vaardigheid om een terugval te voorkomen. Ik weet hoe ik signalen herken dat het niet goed gaat, hoe ik op die signalen moet reageren en bij wie ik terecht kan als ik er zelf niet uit kom. Dat zelfvertrouwen is vooral ontstaan door de tijd heen, door stil te staan bij de keren dat ik goed/helpend gereageerd heb op signalen dat het niet goed ging.

Werken met eigen ervaring

Werken met eigen ervaring vind ik heel waardevol. Ik heb heel bewust geschreven voor dit promotieonderzoek, omdat ik het zag als een kans om bij te dragen aan het voorkomen dat andere jongeren in dezelfde situatie als mij terecht zouden komen. STORM is een ontzettend mooi programma en wat mij betreft verdient iedere jongere in Nederland het om te profiteren van de effecten van dit programma.

Maar het is ook lastig. In de eerste maand schrok ik een beetje van hoeveel het met me deed. Ik dacht het allemaal verwerkt te hebben en achter me te hebben gelaten, maar het werk bracht toch weer herinneringen aan die periode omhoog die meer met me deden dan verwacht. Ik merkte dat ik het werk begon te vermijden en heb toen direct aan de bel getrokken bij een copromotor. Met hulp van een copromotor en een online therapeut van 113 ben ik daar echter ook weer bovenop gekomen en inmiddels werk ik weer met plezier aan mijn onderzoeksplan voor de komende vier jaar.

Toename zelfdoding onder jongvolwassenen

De levensfase 20-30 is in mijn ervaring een periode waarin je jezelf leert kennen, waarin je ontdekt wat je belangrijk vindt en wat jou drijft in het leven. Tegelijkertijd wordt van je verwacht dat je aan het einde van je middelbare schoolperiode een studiekeuze maakt en dat je na die studie gewoon gaat werken. Dat botst nogal met de twintiger die rustig een eigen weg wil vinden in het leven, je voelt een maatschappelijke druk om zo snel mogelijk een straatje te kiezen en daar in te blijven. Mijn eigen ervaring was dat ik daardoor mezelf enorm verweet dat ik besloot te stoppen met mijn verpleegkundige opleiding om aan een nieuwe studie te beginnen.

Maar ik denk ook dat het samenhangt met alles wat er op dit moment speelt in de wereld. Krapte op de woningmarkt, inflatie, stijgende energieprijzen, de klimaatcrisis, de coronacrisis en toekomstige infectieziekten, oorlogen en andere spanningen, noem maar op. Stuk voor stuk zaken die je als twintiger raken en die je toekomst onzeker maken, maar waar je weinig invloed op kunt uitoefenen. Ik merk in mijn eigen omgeving in ieder geval dat veel mensen van mijn leeftijd hierdoor beïnvloed worden.

Levensmotto

Ik wil graag afsluiten met een nummer van Reel Big Fish. De boodschap spreekt me wel aan: het leven kan niet altijd leuk zijn, maar dat is geen reden om op te geven.

Life sucks… let’s dance!