De wanhoop over hoe ik in vredesnaam verder moest, beheerste mijn hele dag. Mijn leven voelde uitzichtloos. Ik had geen hoop meer. Toen stelde mijn therapeut ineens een onverwachte vraag: “Als jij alle scenario’s zelf zou mogen kiezen, hoe zou je dan dood willen gaan?”
Ik schrok. Niet alleen omdat ik deze vraag niet had zien aankomen, maar ook omdat het de eerste keer was dat mijn therapeut mijn doodswens écht benoemde. Ze vroeg niet waarom ik dood wilde, maar hoe. Die simpele verschuiving in perspectief bracht iets tot stilstand in mij.
Mijn angst, boosheid en wanhoop werden even op pauze gezet.
In mijn hoofd verscheen een beeld: een oude vrouw in bed, omringd door haar kinderen en kleinkinderen. Een plek van liefde en rust. Een leven dat geleefd was, met diepe verbindingen en een gevoel van afronding.
Er kwamen tranen in mijn ogen. “Waar denk je aan?” vroeg mijn therapeut, nadat ik lang stil bleef. Ik probeerde mijn tranen weg te vegen en fluisterde: “Ik heb mijn leven verpest.” Zonder oordeel, maar met oprechte nieuwsgierigheid, vroeg ze: “Waarom denk je dat?” Wat volgde was geen stilte, maar een vloedgolf van woorden. Het kleine meisje in mij vertelde over haar dromen, haar verlangens, haar hoop.
Als kind droomde ik van emigreren, van iets betekenen in de wereld, vooral voor wie weinig kansen had. Ik droomde van een eigen gezin, van liefde, van geluk. Maar stuk voor stuk waren die dromen vervlogen naarmate ik ouder werd. En als ik werkelijk voor de dood koos, zouden ze voorgoed verdwijnen. Langzaam ontstond er ruimte in mijn hoofd. Niet alleen voor de woede en de pijn dat mijn suïcidepoging “mislukt” was, maar ook voor het verdriet over hoe mijn leven was gelopen. Een leven dat ik nauwelijks nog als leven herkende. En ineens voelde ik de angst opkomen dat dit het was. Dat ik zou sterven als "de jonge vrouw met…" of "de jonge vrouw die…". Zonder ooit écht te hebben geleefd.
“De keuze voor de dood of voor het leven waarin je probeert de dromen van dat kleine meisje waar te maken. die keuze ligt bij jou. Ik kan luisteren naar je doodswens, naar je verlangen naar rust. En eerlijk? Na alles wat je hebt doorgemaakt, begrijp ik dat verlangen. Ik mag dit misschien niet zeggen, maar ik gun je die rust ook. Maar ik zie ook een andere versie van jou.
Door alles heen zie ik iemand die droomt. Iemand die wil leven. Iemand die iets kan veranderen. De weg wordt niet makkelijk, dat weet ik zeker. Maar jíj bepaalt welk verhaal je uiteindelijk achterlaat.”
Die woorden zijn bij me gebleven. Ze klinken nog vaak na in mijn hoofd. Sindsdien heb ik een paar van mijn dromen kunnen waarmaken. Maar wat ik geleerd heb, is dat dromen najagen in deze wereld allesbehalve vanzelfsprekend is. Het betekent dat ik elke dag opnieuw moet kiezen voor het leven. Niet alleen voor ademhalen, eten of slapen. Maar echt kiezen voor leven.
Kiezen om naar buiten te gaan, ook als ik me het liefst wil verstoppen. Kiezen om liefde te geven, zelfs wanneer ik het niet terugkrijg. Kiezen om iets te doen wat me doodsbang maakt, met het risico op falen, maar óók met de kans op een succes dat ik nooit eerder heb gevoeld.
Ik wil sterven met een verhaal van hoop. Omringd door mijn kinderen en kleinkinderen. Ik wil vertellen dat het leven niet makkelijk is, maar dat het wél de moeite waard is. Ik wil delen over mijn fouten en mijn successen. En bovenal wil ik laten zien dat alles, de pijn en de vreugde, deel uitmaakt van het leven. Ik wil afsluiten met een lach, omringd door liefde en warmte.
De hoop dat dit beeld werkelijkheid kan worden, geeft me kracht. Juist omdat het haaks staat op de eenzaamheid waarin mijn leven bijna eindigde.