Maar de realiteit is veel complexer. Ondanks de aandacht voor mentale gezondheid blijven er nog veel onbekende feiten over zelfdoding die niet vaak besproken worden.
In deze blog zetten we tien minder bekende inzichten over zelfdoding op een rij. Van de invloed van impulsiviteit tot het effect van media en sociale kring: deze punten kunnen helpen om zelfdoding beter te begrijpen en de juiste hulp te bieden aan mensen die worstelen met suïcidale gedachten.
Hoewel sommige mensen jarenlang worstelen met suïcidale gedachten, blijkt uit onderzoek dat een groot deel van de zelfdodingen impulsief is. In veel gevallen wordt het besluit om een poging te doen binnen een uur – of zelfs binnen enkele minuten – genomen. Dit betekent dat als iemand op een cruciaal moment wordt afgeleid of steun krijgt, de kans groot is dat de crisis voorbijgaat zonder dat het tot een poging komt.
Mensen met chronische pijn hebben een verhoogd risico op suïcide. Dit komt niet alleen door het psychologische leed dat pijn met zich meebrengt, maar ook door biologische factoren. Pijn en depressie delen namelijk dezelfde neurologische routes in de hersenen. Dit betekent dat langdurige pijn daadwerkelijk de hersenchemie kan veranderen, waardoor gevoelens van wanhoop en uitzichtloosheid kunnen toenemen.
Soms lijkt iemand na een depressieve periode opeens ‘beter’ te gaan, wat voor de omgeving geruststellend kan lijken. Echter, dit kan juist een gevaarlijke fase zijn. Wanneer iemand diep depressief is, ontbreekt vaak de energie om daadwerkelijk actie te ondernemen. Maar zodra die energie terugkomt – zonder dat de onderliggende problemen zijn opgelost – kan de kans op zelfmoord toenemen. Dit is waarom professionals extra alert zijn als iemand na een lange depressie ineens opvallend opgewekt wordt.
Er zijn veel mensen die ogenschijnlijk gelukkig, sociaal en succesvol zijn, maar die diep van binnen lijden. Dit fenomeen wordt ook wel ‘hidden depression’ genoemd. Sommigen verbergen hun worstelingen bewust uit schaamte of angst voor sociale oordelen, terwijl anderen het simpelweg niet herkennen als een psychisch probleem. Dit is een reden waarom suïcide soms onverwacht komt voor familie en vrienden.
Suïcidale gedachten komen veel vaker voor dan men denkt. Onderzoek toont aan dat een aanzienlijk deel van de bevolking er op een bepaald moment in hun leven over nadenkt. Dit betekent niet dat al deze mensen daadwerkelijk een poging ondernemen, maar het laat zien dat deze gedachten geen uitzondering zijn. Het bespreekbaar maken kan helpen om gevoelens van isolement te verminderen.
De kans dat iemand een suïcidepoging overleeft, hangt sterk af van de middelen die beschikbaar zijn. Landen waar vuurwapens moeilijker toegankelijk zijn, hebben bijvoorbeeld lagere suïcidecijfers. Ook is aangetoond dat het moeilijker maken van toegang tot bruggen, giftige stoffen of bepaalde medicatie het aantal suïcides kan verlagen. Dit komt doordat een suïcidale crisis vaak tijdelijk is, en als de methode niet direct beschikbaar is, kan de impuls voorbijgaan. Van uitstel komt vaak afstel.
Media hebben een grote invloed op suïcidegedrag. Wanneer een zelfdoding uitgebreid, sensationeel of zelfs geromantiseerd wordt gerapporteerd, kan dit leiden tot een stijging in zelfdodingen (het Werther-effect, genoemd naar een boek van Goethe dat een golf van suïcides veroorzaakte). Aan de andere kant kan positieve berichtgeving over mensen die hun suïcidale gedachten hebben overwonnen (het Papageno-effect) juist helpen om mensen hoop te geven en alternatieve oplossingen te zien. Dit is waarom richtlijnen voor mediaberichtgeving over suïcide zo belangrijk zijn.
Als iemand binnen een sociale groep of gemeenschap een einde aan zijn/haar leven maakt, neemt de kans toe dat anderen in die groep hetzelfde doen. Dit kan komen door identificatie met de overledene of het idee dat suïcide een ‘oplossing’ is voor hun eigen problemen. Dit wordt ook wel ‘suïcideclusters’ genoemd en komt vaker voor onder jongeren en binnen gesloten gemeenschappen. Daarom is het essentieel om na een zelfdoding extra aandacht te besteden aan de mentale gezondheid van de nabestaanden.
Wereldwijd laten de cijfers zien dat mannen gemiddeld twee keer zo vaak overlijden door zelfdoding dan vrouwen. Dit komt deels doordat mannen vaker dodelijkere methoden gebruiken. Vrouwen ondernemen juist vaker niet-fatale pogingen en zoeken eerder hulp bij psychische problemen, wat hun overlevingskansen vergroot. Ook vragen mannen vaak veel later hulp. Ze willen de problemen zelf oplossen en praten en minder makkelijk over. Dit toont aan dat preventie anders moet worden aangepakt bij verschillende groepen.
Veel mensen die suïcidaal zijn, willen niet per se dood, maar zien op dat moment geen andere manier om hun pijn te stoppen. Ze voelen zich gevangen in een ondraaglijke situatie en zien suïcide als de enige uitweg. Daarom kan ondersteuning – door professionele hulp, medicatie of een luisterend oor – hen helpen om alternatieve manieren te vinden om met hun pijn om te gaan. Tijd en perspectief kunnen het verschil maken.