Wij hebben tien vragen voor je op een rij gezet en deze door Maryke Geerdink, klinisch psycholoog bij 113 Zelfmoordpreventie, laten beantwoorden.
Suïcidale gedachten komen bij veel mensen van verschillende leeftijd voor. We spreken van suïcidale gedachten als iemand serieus nadenkt over het beëindigen van zijn of haar leven. Dit hangt bijna altijd samen met gedachten over anderen tot last zijn of het idee dat anderen beter af zullen zijn zonder jou. Ook is er vaak sprake van gedachten over klem zitten of geen kant meer op te kunnen. Dat kan wanneer iemand zoveel problemen ervaart dat men ervan overtuigd is dat het niet meer goed kan komen. Dan kan de gedachte ontstaan om een eind te maken aan je eigen leven niet zozeer omdat iemand dood wil, maar omdat iemand dit leven niet meer denkt aan te kunnen.
Mensen die rondlopen met suïcidale gedachten hoeven er niet perse anders uit te zien. Wel ziet men vaak een verandering in gedrag: iemand oogt somberder of juist bozer/geïrriteerder en gaat zich bijvoorbeeld terugtrekken. Soms zie je dat mensen afstand nemen of afscheid lijken te nemen van anderen. Mensen kunnen uitspraken doen als “dan hoeft het van mij niet meer’ of ‘dan stap ik eruit’. En soms zie je dat iemand afstand neemt van spullen door belangrijke spullen weg te geven.
Het is belangrijk om iemand met suïcidale gedachten altijd serieus te nemen in het feit dat hij of zij lijdt. Gelukkig gaat niet iedereen met suïcidale gedachten over tot een poging. Of dat daadwerkelijk gaat gebeuren, kun je eigenlijk maar slecht inschatten. Het beste kun je vragen aan de persoon zelf hoe het gaat en hoe dwingend of zwaar de gedachten aan zelfdoding zijn.
Als je je zorgen maakt om iemand kun je er het beste naar vragen. Belangrijk is dan om ook echt te luisteren naar de ander. Laat je niet zomaar afschepen met een ‘gaat goed’, maar wees oprecht benieuwd naar het verhaal van de ander en wat maakt dat zij denken dat er geen andere manier is om met dit leven om te gaan dan door er een eind aan te maken. Geef iemand de ruimte om te vertellen en probeer te luisteren zonder oordeel of zonder het te verzachten of weg te maken. Ook kan het (te snel komen met) geven van adviezen of het aanwijzen van lichtpuntje averechts werken: de ander kan denken dat de negatieve gedachten en gevoelens er niet mogen zijn.
Er zijn veel mensen die ooit in hun leven met suïcidale gedachten hebben gelopen, die geen poging hebben gedaan en die ook later niet weer in zo’n donkere periode terecht komen. Zij hebben geleerd hoe ze uit die negatieve gedachten kunnen stappen en weten ook voor een eventuele volgende keer hoe dat eruit ziet (wat de signalen zijn) en hoe daarmee om te gaan. Andere mensen hebben terugkerende gedachten aan zelfmoord. Als zij weten hoe hiermee om te gaan, kunnen zij dit beter aan.
Als een dierbare aangeeft rond te lopen met gedachten aan zelfdoding, kan je de behoefte voelen hen tegen zichzelf te beschermen, bijvoorbeeld middels een opname. En soms is dat ook echt nodig; omdat het systeem rondom de persoon overbelast is of onvoldoende steun kan bieden. Maar er zitten ook nadelen aan een opname: voor sommige mensen geldt dat dit ze nog verder uit contact kan brengen: met hun omgeving en met zichzelf. Dan kunnen de klachten verergeren. Of een opname nodig en helpend is, moet je echt per persoon en per situatie opnieuw beoordelen met een professional die daartoe getraind en opgeleid is.
Welke behandeling het meest past bij iemand die met suïcidale gedachten rondloopt, kan per persoon verschillen. Soms is het belangrijk om een interventie te starten die specifiek op de suïcidaliteit ingrijpt. Maar soms is het wenselijker om te werken aan de factoren die een rol spelen in het ontstaan of in stand houden van de suïcidaliteit, zoals een onderliggende psychische stoornis. En niet iedereen heeft specialistische zorg nodig: in sommige gevallen kan het werken aan de omstandigheden waaronder de gedachten ontstaan of voortduren al heel goed helpen. Wat we zeker weten is dat het altijd belangrijk is om het contact te leggen en onderhouden met iemand met suïcidale gedachten.
De puberteit is periode waar iedereen anders doorheen gaat. Soms gaat het gepaard met veel Stürm und Drang, maar vaak ook ondervinden mensen weinig grote problemen. Veel jongeren geven aan wel eens aan hun dood of aan zelfdoding gedacht te hebben in hun puberteit of adolescentie. Vaak omdat het leven een steeds groter appel doet op de volwassen wordende persoon. Soms kunnen mensen daar (tijdelijk) in vastlopen en in sommige gevallen gaat dat gepaard met gevoelens van uitzichtloosheid en wanhoop. Dan kunnen suïcidale gedachten de kop op steken. Maar het is niet niet zo dat problemen per definitie bij de puberteit horen en niet iedereen heeft deze donkere gedachten in moeilijke periodes.
Suïcidale gedachten ontstaan vaak vanuit het gevoel klem te zitten en geen kant op te kunnen. Of de ander tot last te zijn. Dan kan het verleidelijk zijn te denken dat het geen zin heeft om anderen in schakelen of betrekken. Het is natuurlijk heel waardevol en mooi als het je lukt jezelf uit de moeilijkheden en moeilijke gedachten te helpen. Maar vaak ook blijkt het moeilijk om jezelf uit het moeras te trekken. Dan kun je juist heel goed hulp gebruiken, van een naaste of een nieuwe bekende. Of een zorgprofessional. Als die stap te groot is, kan het helpen om het eerste gesprek te voeren met iemand waar je je bij op je gemak voelt. Bijvoorbeeld iemand waarvan je hoopt dat hij ook naar jou toe zou komen als hij er zo bij zou zitten. En in zekere zin zou je kunnen stellen dat ‘anderen om hulp vragen’ juist een vorm is van je problemen oplossen.
Probeer hierover met je kind in gesprek te gaan. Verwacht niet meteen een lang open gesprek, maar zet vooral in op duidelijk maken dat je er voor hem of haar bent. Ongeacht wat. En dat je naar ze wil luisteren, dat ze met alles bij je terecht kunnen, nu en later. En volg vooral de VraagMaar training op de site van 113. Soms kan het helpen om over je zorgen te praten met een andere volwassene, hoe moeilijk dat ook kan zijn. Je hoeft met deze zorgen niet alleen rond te lopen.