Ik wist niet waar ik het zoeken moest. Mijn adem stokte in mijn keel en tegelijkertijd kon ik alleen maar geluid maken. Huilen, schreeuwen – kreten van ongeloof uitslaan. Ik wilde je niet kwijt. Ik wist dat het niet goed met je ging, dat je het hoop vaak niet meer kon vasthouden. Maar ik had je beloofd dat je er niet alleen voor stond, en jij had mij beloofd mijn steun te ontvangen. We hielden ons allebei aan onze belofte, maar het bleek niet genoeg. De gedachten namen je over, ze waren sterker dan wij samen bij elkaar. We bleken er niet langer tegen opgewassen. Ik wilde je niet moeten missen. Toch werd dat mijn realiteit.
De dag dat ik jou verloor, verloor ik ook mijzelf. Ik kon me geen leven zonder jou voorstellen – en dus kon ik dat ook niet leven. Diep zakte ik weg, de pijn te groot voor mijn lijf. Het drong zich door mijn poriën heen, nestelde zich in mijn hart, mijn longen, mijn maag. Ik kon niet slapen, niet eten, kreeg nauwelijks lucht. Jou verliezen was vernietigen. Het at me rauw, holde me uit, greep me vast. Ik probeer te omschrijven wat het met me deed, maar de taal schiet eigenlijk tekort. Sommige ervaringen zijn te diep voor woorden, en toch probeer ik ze te vinden – om jou recht te doen, om mezelf een beetje te begrijpen.
Kon ik nog maar een keer in je ogen kijken. Je omhelzing voelen, je grapjes horen, je hand vasthouden. Kon ik nog maar een keer zijn wie ik was als ik samen was met jou. Een vervuld mens, in plaats van een uitgebluste huls. Ik mis je. Ik mis wie ik was met je. Ik mis mezelf. Sinds jouw dood ben ik veranderd. Ik ervaar de wereld niet meer hetzelfde, de randjes zijn rauwer en ik denk altijd aan jou. Ik verlang zo terug naar alles wat we deelden, maar het is echt kwijt.
Inmiddels weet ik dit: ik moet niet proberen te worden wie ik was. Die persoon leefde met jou. Ik leef zonder jou. Dat maakt mij een ander mens. Mezelf terugvinden moet ik ombuigen naar mezelf opnieuw uitvinden. Ik moet leren wie ik kan zijn zonder jou. Wie ik wil zijn… Ik moet deze versie van mezelf nog leren kennen. Is daar hoop in te vinden?
Ja, er is hoop. Niet omdat alles beter wordt of omdat het verdriet verdwijnt. Maar omdat het leven zich opnieuw vormgeeft, zelfs na een verwoesting. Ik draag je mee, in alles wat ik doe. En soms, heel soms, voel ik een klein vonkje van iets dat lijkt op vrede. Misschien is dat het begin.