In de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) wordt al jaren gezocht naar manieren om mensen met persisterende suïcidaliteit of zelfbeschadiging beter te helpen. Eén van die initiatieven is het autonomie bevorderend beleid. Een beleidsvorm die ooit is ontworpen vanuit de wens om impasses in behandelingen te doorbreken, om mensen niet langer uit te behandelen als alle ‘standaard’ therapieën niet aanslaan. Om niet nog meer te fixeren, separeren of afpakken, maar om ruimte te creëren. Ruimte voor herstel. Voor leven. Maar zoals met veel goede bedoelingen, schuilt het gevaar in de uitvoering.
Ik spreek uit ervaring. Ik ben zelf opgenomen geweest in een kliniek die werkte met dit beleid. Helaas op een manier die ver afstond van het oorspronkelijke gedachtegoed. Behandeling vond plaats in een gedwongen kader. Er was nauwelijks inspraak over welke therapieën aansloten bij mijn hulpvraag of hoe mijn behandeltraject eruit zou moeten zien. De regels waren leidend. En elke vorm van destructief gedrag leidde tot sancties: verlies van vrijheden, afzondering, een lege kamer, fixaties, separaties.
Dat wat bedoeld was als ruimte voor autonomie, werd juist een ervaring van controle. En daarmee een herhaling van oude trauma’s, waarin ik als klein meisje ook geen invloed had op wat er met me gebeurde. Wat volgde was geen herstel, maar strijd. Geen gelijkwaardigheid, maar machteloosheid, aan beide kanten. En dat is precies waar het misgaat.
Want wat vaak vergeten wordt, is dat ook hulpverleners lijden onder dit soort situaties. De machteloosheid die je voelt als behandelaar, wanneer je tegenover iemand staat die zichzelf pijnigt, of het leven niet meer ziet zitten, is allesverzengend. Zeker als je geen echte tools hebt behalve beheersmaatregelen. Dan wordt het werken vanuit angst in plaats van verbinding. En niemand wint bij angst.
Tegelijkertijd begrijp ik als geen ander de woede, de teleurstelling en de diepe eenzaamheid van patiënten die zich keer op keer onveilig en niet gehoord voelen. Die wanhopig op zoek zijn naar nabijheid, maar vooral regels en afstand ontmoeten. Die een gezonde hechting nodig hebben, maar tegengehouden worden omdat ‘dat gevaarlijk zou zijn’.
Het is een misvatting dat liefde en nabijheid per definitie risicovol zijn in de behandeling van mensen met complexe problematiek. Hechting is niet altijd het probleem, het is juist vaak de sleutel tot herstel. Ik had eerst de liefde van een ander nodig, voordat ik die aan mezelf kon geven. Soms moet iemand anders eerst in jou geloven, voordat je dat zelf durft. En soms is het simpelweg een arm om je heen, een blik van begrip, of een eerlijk gesprek dat het verschil maakt tussen overleven en leven.
We moeten stoppen met het framen van deze menselijke behoeften als ‘ongezond’ of ‘gevaarlijk’. Want wie zich durft te verbinden met een ander, bouwt een brug naar herstel. En wie veiligheid voelt, durft pas echt te veranderen.
De GGZ is in ontwikkeling. De kliniek waar ik verbleef is inmiddels gesloten. Er wordt gewerkt aan een nieuwe, meer oorspronkelijke invulling van het autonomie bevorderend beleid. Dat is hoopgevend, maar het vraagt meer dan alleen beleidsaanpassing. Het vraagt om moed van zowel patiënten als professionals, om te kiezen voor kwetsbaarheid en vertrouwen. Om niet vanuit angst te handelen, maar vanuit verbinding. Om niet te beheersen, maar te begeleiden. Om niet te controleren, maar samen te dragen.
Misschien lees je dit als hulpverlener, en voel je de frustratie van machteloosheid. Of misschien lees je dit als patiënt, en voel je je opnieuw verloren in een systeem dat je niet lijkt te begrijpen. Dan wil ik je dit meegeven:
Je bent niet alleen. Je verdient het om te leven. Je verdient liefde, nabijheid en echte autonomie. Misschien kun je de woorden nog niet vinden om dat te vragen. Misschien lijkt je gedrag het tegenovergestelde van wat je nodig hebt. Maar je mag hulp vragen. Je mag verlangen naar veiligheid. En als het je helpt: laat je behandelaar deze blog lezen. Soms kan de taal van een ander jouw stem versterken.
Je bent zoveel meer dan je destructieve coping. Je bent geen last. Je bent een mens met dromen, met pijn, met hoop. Je bent het waard om te blijven. Blijf zoeken. Blijf hopen. En bovenal: wees zacht voor jezelf.