Denk je aan zelfdoding?

We zijn er voor je.
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Hoop
16-04-2023

Ben ik nu nooit meer suïcidaal?

Grian kent een jeugd met veel verlies en donkere gedachten. Ze heeft jaren overleefd door een glimlach op te zetten en te doen alsof. Dankzij leraren is er meer hulp gekomen, maar helaas werd zij niet altijd gezien en gehoord. 

Juíst vanwege haar manier om te dealen met haar emoties: door te blijven lachen. Inmiddels is Grian (alleenstaand) moeder van 5 kinderen en al vele jaren actief als pleegouder. Ze weet als geen ander dat het onmogelijk lijkt om te geloven dat je leven wat waard kan worden als je middenin de verwoestende zwarte wolk van suïcidaliteit zit.

Gevoel stond gelijk aan aanstellen

Toen ik rond 13 jaar oud was, overleed mijn opa plotseling. Dit gebeurde terwijl ik daar op bezoek was. Hiervoor zat ik al niet lekker in mijn vel, en dit was de druppel. Het had zo’n enorme impact op mij. Ik denk achteraf dat dat het moment was dat ik begon met overleven in plaats van leven. Ik kon niet goed omgaan met emoties en spanningen. 

Ik ontwikkelde een eetstoornis en begon mezelf te beschadigen. Een onbewuste manier om controle te houden over wat er in mij gebeurde. Om niet te voelen. Gevoel stond gelijk aan aanstellen en nergens goed voor. Bovendien maakte het toch niet uit wat ik voelde. In die tijd werd dit door niemand in mijn omgeving gezien.

Ik zat op het gymnasium en ik ging ‘gewoon’ door, tot ook mijn oma overleed. Het ging steeds slechter en ik besloot om door te gaan op de havo. Ik realiseerde mij op dat moment niet dat dit anders zou zijn, dat ik mijn vrienden zou gaan missen. Alles werd zwaarder en donker. Was dit leven? Ik zag het niet meer, ik kon niet meer. Steeds vaker dacht ik aan de dood. Rust. Ik werd mager en sliep slechter, maar ik draaide toch nog gewoon mee met alles. Niet voelen maakte dat ik sterk kon zijn.

Ik lachte toch nog?

Een leraar merkte op dat ik er slechter uitzag. Hij kende mij nog van het gymnasium. Hij ging het gesprek aan met mij, en dit heeft veel betekend voor me. Ik was ontzettend vermijdend en praten lukte mij niet. Hij gaf niet op, dacht mee in alternatieven: hij liet me tekenen en las mijn schrijfsels. 

Hij maakte zich zorgen en bracht mij in contact met maatschappelijk werk. Helaas was dit geen succes. Ik werd niet serieus genomen in mijn suïcidale uitingen, want ik lachte toch nog? Ze begrepen niet dat dit mijn manier van met emoties omgaan was. Blijven lachen, maar tegelijkertijd maakte ik mezelf steeds verder kapot. Uiteindelijk kwam het erop neer dat ze mij alleen wilden helpen, als ik met mijn ouders zou gaan praten. Dat was voor mij geen optie. Toen hield de hulp weer op.

Tijdens een excursie naar de Ardennen ben ik helemaal onderuit gegaan. Ik was 5 dagen 24/7 met een groep mensen samen. Zij accepteerden mij voor wie ik was. Ik zag hoe het anders kon zijn. Op een gegeven moment knapte er iets in mij en kon ik alleen nog maar huilen. Ze waren er voor mij. Weer thuis was het hierdoor nog zwaarder, en ik ben op een gegeven moment, op een avond, weggelopen. Ik kon het niet meer. Ik zwierf rond; ik wilde niet meer leven; niet meer denken; niet meer voelen. Rust en stilte.

Ik deed wat ik altijd deed: doorgaan

Uiteindelijk ben ik naar mijn tante gegaan en bij haar mocht ik een aantal weken blijven. Toch bleef ik ongelukkig. Ik voelde mij verward en ik wist echt niet hoe ik verder moest. Ik deed wat ik altijd deed: doorgaan. Ik ging naar school en deed zelfs examen. Ook toen zag een leraar mij, en toen hij hoorde dat ik een plek nodig had, nodigden hij en z'n vrouw me uit voor een paar weekeinden, en daarna mocht ik blijven tot er iets was waar ik hulp kon krijgen. Het was in een roes. Ik weet er niet veel meer van. Ze hebben veel met me gepraat en me de maanden door geholpen.

Rond mijn 18e levensjaar kreeg ik mijn eerste opname in een begeleidingscentrum. Ik kreeg hier liefde en aandacht, maar er kwam ook steeds meer op mij af. Ik kreeg last van dissociaties en ik had heftige paniekaanvallen. Dit liep uit de hand en toen ben ik opgenomen geweest op de Paaz. Daarna volgden meer afdelingen, meer pillen, pogingen, etc. Alles was donker; alles schreeuwde dood. Ik kon niet meer hopen en niet meer voelen.

Een 19-jarig meisje met pijn

Ik herinner mij de minachting van verpleging nog. Mijn gedrag werd gezien als aanstellerij en manier om aandacht te krijgen. Wanneer ik vanwege zelfbeschadigend gedrag op de spoedeisende hulp belandde, werd er geen verdoving gegeven tijdens het hechten. Pijnlijke herinneringen. Toch was er óók verpleging die gewoon een 19-jarig meisje met pijn zag. Die mij zagen door de buitenkant heen en zij waren er voor mij.

Onvoorwaardelijke liefde

Het werd niet beter, en mijn pleeggezin gaf op een gegeven moment gelukkig aan dat ik terug kon naar hen. Ondanks dat ik na een poging wel in opname moest, bleef ik daarna ook altijd weer welkom bij dit gezin. Ze deden er alles aan om mij voor mezelf te beschermen. Ik voel mij nog steeds eeuwig dankbaar voor hun onvoorwaardelijke liefde. Uiteindelijk heb ik er zelf voor gekozen om te verhuizen naar een opvangboerderij. Dit was zwaar en oom daar bleef ik in de spiraal van weglopen, pogingen, en niemand meer vertrouwen. Er was in mijn hoofd geen ruimte voor andere gedachten. Maar ook zij gaven niet zomaar op en ook daar heb ik geleerd en ervaren dat ik er óók toe doe.

Zorgen voor iedereen

Op een rustiger moment in mijn leven, werd ik verliefd op iemand die later mijn man zou worden. Hij wist van mijn problematiek, en hij gaf ook duidelijk aan dat ik moest stoppen met bepaald gedrag anders zou hij bij mij weggaan. Ik was zo verliefd en gewend aan aanpassen dat ik alles weg stopte. Verdrong. Dit heb ik jarenlang goed volgehouden, ik wist het niet eens. Ik was huisvrouw en mijn leven was goed op de rit. We kregen samen kinderen en we startten met pleegzorg. Hier kon ik mijn ziel en zaligheid in kwijt. Mijn leven kreeg een doel: zorgen voor iedereen. Ik deed er toe.

Na een huwelijk van 12 jaar bleek er in onze relatie wel zoveel scheef gegroeid dat we uit elkaar gingen. Ik bleef achter met de kinderen en ontdekte de waarheid over ons huwelijk. Dat was een bittere pil. Opnieuw stortte alles in. Mijn anorexia kwam even in alle hevigheid terug, en alleen dankzij de kinderen kon ik door. Ik wilde absoluut niet dat zij er iets van zouden merken en goddank lukte dat. Maar als zij even niet bij mij waren, dan kwam al het duister terug. Naast mijn kinderen, had ik ook een sterk sociaal netwerk. Mijn vrienden waren intens liefdevol en hadden geen oordeel. Ondanks dat ik de GGZ had afgezworen, ben ik voor mijn kinderen toch weer hulp gaan zoeken. Voor het eerst werd ik er begrepen. Er werd doorgevraagd, juist óók als ik alleen maar lachend kon vertellen dat alles goed ging.

Nooit verwacht

Inmiddels kan ik zeggen: ik doe er écht toe. Dit kan ik dankzij twee fijne therapeuten en mijn vrienden. Ze hebben mij laten inzien dat ik waardevol ben, en ook op deze manier naar mezelf mag gaan kijken. Dat had ik echt nooit verwacht..

En hoe gaat het nu? Het gaat goed. Oprecht heel goed: ik ben blij met mijn leven en ontzettend dankbaar voor waar ik nu sta. Ik heb gerouwd om alles wat ik moest missen, verlies, relatie en gemiste kansen. Zo heb ik bijvoorbeeld nooit een studie af kunnen ronden en heb ik moet rouwen om de ‘ja, maar, wat als…dan was het misschien anders gelopen..’. Ik sta nu juist ook stil bij wat er wél is gelukt, zoals mijn pleegmoederschap. Wat ik wel kan, wie ik mag zijn.

Ben ik nu ooit meer suïcidaal?

Ben ik nu nooit meer suïcidaal? Niet op die manier en ik hoop mij nooit meer zo te voelen. Het is alsof je in een soort doolhof loopt. Eerder verdwaalde ik constant en waar het dood liep, was ik verloren. Maar nu zie ik altijd mijn beginpunt, mijn doel. Als je jarenlang allerlei coping mechanismes hebt opgebouwd, verdwijnt dat niet per se uit je hoofd als je leven verandert. Het herkennen en een nieuwe waarheid weten is levensreddend, en voor mij het levensgrote verschil.

Ik weet als geen ander dat het onmogelijk lijkt om te geloven dat je leven wat waard kan worden als je middenin de verwoestende zwarte wolk van suïcidaliteit zit. Ik geloofde het ook niet. Ik tekende contracten om nog een week te leven, externe input. Op een gegeven moment kon ik met mezelf steeds afspreken dat ‘het’ ook straks kan, of morgen i.p.v. nú. Ik moest alleen blijven ademhalen.

Het kan, het bestaat

En nu.. zie mij. Moeder van zo ontzettend veel kinderen terwijl ik jaren in de hel heb geleefd. Het kan! Het bestaat. En ik hoop dat je, als je in die hel zit, mensen ontmoet die naast je gaan zitten zodat je durft adem te halen. Die je zien in je duisternis. En dat je uiteindelijk leven kunt gaan voelen. Het is het zó waard, jij bent het waard.

Ik lééf. Meer dan ooit.