Ik kom uit een gewoon gezin met 4 kinderen waarvan ik de jongste ben. Mijn vader werkte in Haarlem als fotograaf, mijn moeder zorgde voor de kinderen. Ik ben geboren in Hillegom en daar ook opgegroeid. Mijn broer en zussen zijn in Haarlem geboren. We zijn katholiek opgevoed, elke week naar de kerk, eerste communie etc. maar mijn ouders waren politiek gezien links georiënteerd. Zo heb ik met hen beiden ook de anti kernwapendemonstraties gelopen. Progressief dus, maar met een tintje religie.
Mijn moeder was voor mij ook echt mijn moeder, met mijn vader had ik niet zoveel. Ik was een moederskind. Veel geknuffel, mijn moeder was ook altijd thuis en ze was lief. Ik heb er alleen maar goede herinneringen aan.
Ik denk dat mijn moeder zo’n twee jaar voor haar overlijden al “anders” werd. Emotioneler of labieler. Dit ontstond samen met de overgang heb ik later ook begrepen. Ik kan het slecht terughalen, omdat ik toen 14 jaar was en vooral op mijzelf gericht was. Maar er zijn verschillende gebeurtenissen voorgevallen waar mijn moeder paniekerig of buiten proportie reageerde op iets wat vaker voorkwam en/of niet zo erg was als het voor haar leek te zijn. Dat is steeds verder toegenomen.
Zo haalde zij bijvoorbeeld vogelnestjes uit bomen in het voorjaar vooraf aan haar dood. Dat was echt niks voor mijn moeder, vroeger zaten we samen uren te turen naar de in en uitvliegende vogeltjes. Ook kocht ze geen kleding meer voor zichzelf, en als we dan aanspoorde eens lekker naar de stad te gaan dan kocht ze kleding die ik wellicht ook aan zou kunnen. Ik kon het pas achteraf duiden. Ook omdat mijn vader, noch mijn zussen en broer niets vertelden over mijn moeder en haar problemen. Ik had dus geen flauw benul, maar maakte haar wel als enige hele dagen mee.
Ik weet dat mijn vader met mijn moeder naar de huisarts is geweest. Wat daar is besproken weet ik niet. Wat ik wel weet is dat de huisarts in kwestie na haar dood bij ons langs is geweest. Hij heeft zijn excuses aangeboden voor het feit dat hij de situatie van mijn moeder verkeerd had ingeschat. Hij zat er erg mee. Ik vond dat erg naar om te zien toen. Verder heeft mijn moeder volgens mij geen hulp gezocht. Toen ze was overleden vonden we wel een heleboel homeopathische middelen ter bevordering van levenslust en tegen somberheid. Zelfmedicatie heeft ze dus echt geprobeerd.
Ik zeg altijd; ik ben veilig gehecht, maar mijn basis gleed onder mij weg toen zij uit het leven stapte; basisloos. Ik woonde nog als enige thuis met mijn vader. Die heeft een tijdje te veel gedronken en viel iedere avond hard huilend in slaap, dat kon ik horen. Ik heb haar taken in het huishouden overgenomen, ging daarnaast naar school maar was vooral erg alleen. Ik kwam kilo’s aan en besloot te gaan lijnen, dat leidde tot anorexia nervosa. Ik heb zelf hulp gezocht, want ik wist wel dat dit niet oké was en dat ik hiermee geholpen zou moeten worden. Psychiaters, gespreksgroepen en coaches gezien. Mezelf op de rit geholpen. Men zegt dat je een keuze maakt tussen fight, flight of freeze. Ik ben van het type “fight”.
Er werd nauwelijks nog over mijn moeder gesproken. Ons gezin is uiteengevallen. Ook omdat de leeftijden van de kinderen en daarmee de levensfasen uiteenliepen. Mijn moeder was de spil, en dat heeft mijn vader nooit kunnen overnemen. Verschillende spanningen tussen verschillende leden in de afgelopen jaren. Maar we hebben, allen afzonderlijk denk ik, bedacht dat we het contact moeten onderhouden voor mijn vader. Mijn vader is nu echt overleden op 88-jarige leeftijd. Wat er nu gaat gebeuren is onzeker.
Dat heb ik mij ook vaak afgevraagd. Ik ben allereerst een positief ingesteld mens en een aanpakker. Ten tweede ben ik nooit boos geweest op mijn moeder, ik kon bedenken dat het mogelijk was dat het leven heel zwaar was, ik heb haar nooit iets verweten. Ik confronteer mezelf graag met de juiste kennis en ben dus ook gaan lezen over zelfdoding etc. Tot slot, ik heb het nooit verzwegen. Ik ben er altijd open over geweest.
Ik ben niet “zonder haar”. Ik ben er dankzij haar en met haar en ik heb veel van haar. Ik voel mij niet als zonder mijn moeder. Ik denk dat ik leef zoals zij dat had gewild; vrij, open en de confrontatie zoekend, niet vermijden. Dat kan ik voor haar doen; dat wat zij niet kon of durfde. Daarom is zij dicht bij mij.
Andere moeders in wanhoop zou ik natuurlijk aanraden veel eerder hulp te zoeken: twijfel aan jezelf, misschien kan je dit niet alleen oplossen. Vrouwen denken alles aan te kunnen, soms is dat niet zo, dus wacht nooit te lang. Ik heb nog vaak onderhoudstherapie, juist nu ik zelf ook in de overgang ben; even checken of ik nog logisch nadenk. Die reflectie helpt.
Andere dochters die hetzelfde hebben meegemaakt als ik zou ik vooral de boodschap willen meegeven dat ik er zeker van ben dat deze daad uit liefde is. Dat klinkt verschrikkelijk, maar het is belangrijk te voorkomen dat de boodschap “niet waard genoeg om te blijven voor jou” in je gaat nestelen. Dat is funest. In mijn beleving is dat namelijk echt niet aan de orde. Ik denk dat mijn moeder mij een dienst wilde bewijzen, mij wilde ontlasten. Dat is lief, maar ook echt heel suf, want och wat had ik haar graag bij mij gehouden.