Ik heb een hele leuke verloofde en twee hele lieve poezenkinderen en woon in Amsterdam. Naast mijn ervaringen rondom zelfdoding heb ik vooral veel ervaringen met overleven. Waar ik de ‘over’ steeds vaker vanaf kan halen.
Vroeger was mijn leven onbevangen, maar altijd al gevuld met veel vraagtekens en onzekerheden. Gedurende ik ouder werd bekroop me steeds vaker en langer het gevoel er niet bij te horen, zowel bij mijn klasgenootjes en maatjes als bij het leven in het geheel. Ik had altijd wel mensen om me heen maar bleef me altijd alleen voelen. Het gevoel van wel leeftijdsgenoten maar geen soortgenoten.
Mijn wereld was vroeger net zoals ikzelf kleiner en ik merk dat ik daar nu alsmaar meer naar terugkeer. Dit doe ik door mezelf te isoleren, terwijl er diep van binnen een verlangen zit de wereld in te treden en alles te ervaren en ontdekken.
Ik had veel last van nachtmerries waarin de dood telkens weer een hoofdrol speelde. Waar ik er toen ontzettend bang voor was vond ik dit later een troostende gedachte. Want als het leven niet is zoals je had gehoopt is er dus altijd nog iets anders. Rond mijn 16e verkregen deze gedachten een meer permanente plek in mijn hoofd en kwam ik voor het eerst in aanraking met de crisisdienst. Vervolgens een opname en toen een diagnose Borderline (emotie regulatie stoornis); die voor zo’n opluchting zorgde.
Er was een naam voor alle dingen waardoor ik me al jaren anders voelde. Er waren behandelingen mogelijk en vooral; deze diagnose bestond al, dus er zijn meer mensen die zich net zoals ik voelen. En dat samen alleen voelen zorgde er toch voor dat ik me minder eenzaam voelde.
Jaren later kreeg ik mijn eerste psychose, in deze psychoses kwamen de zelfdodingsgedachten op een haast obsessief pitje te staan. Zodanig dat ik ernaar begon te handelen. Ik was er echt van overtuigd dat ik de wereld kon redden door te verdwijnen. Al weet ik nu dat ik deze intense emoties ook om kan zetten en mijn kracht kan gebruiken om met een positief geluid de wereld juist aan te vullen. Voordat ik kon inzien dat ik zelf ook een positieve toevoeging kon leveren aan de maatschappij waar ik zo’n moeite mee had, heb ik eerst nog jaren geworsteld. Geworsteld met de naarste vijand die ik me kon bedenken; namelijk mezelf.
Ik deed mezelf tekort, pijn en verdriet, maar een weg daaruit vinden lukte niet. Tot ik een gesprek rondom een levensbeëindiging traject had, het openlijk kunnen praten over dit verlangen zonder consequenties luchtte zo enorm op. Dat traject is niet doorgegaan, maar het leven wel met mij daarin. Ik ben een intensief trauma traject gaan volgen en daar zei een behandelaar tegen me; ‘Maar waarom nu? Dood kan altijd nog’. Dit vond ik een botte opmerking maar tegelijkertijd zo ongelofelijk verfrissend en waar.

De periodes waarin deze gedachtes het meest aanwezig waren hingen vaak samen met de psychoses die ik kreeg. Deze periodes zijn een grote waas voor mij. Maar wat ik nog heel goed weet is dat ik me zo onbegrepen en eenzaam voelde. Wat mij absoluut niet heeft geholpen zijn de enorme hoeveelheden medicatie die ik kreeg gedurende een crisis (opname).
Tussen alle hulpverlenende gezichten die ik heb gezien zaten zeker mensen waar ik fijne herinneringen aan koester. Maar degene die een kalmeringspil geven en als die niet werkt nog maar een, hebben mij op de lange termijn niet geholpen. Ik kreeg op een begeven moment 12 pillen per dag en ik denk dat het effect daarvan te vergelijken is met een bal onder water proberen te duwen. Zolang je duwt blijft die bal onder water, maar het moment dat je loslaat schiet die des te harder naar boven.
Wat mij achteraf ook niet heeft geholpen maar wat ik wel begrijp was het krampachtig controleren van iedere handeling die ik deed door met name de hulpverleners in de klinieken waar ik verbleef. Door mijn vrijheid in te perken werden mijn acties juist extremer als ik even alleen was.
Ik denk dat veel mensen zagen wat ik wou dat ze zagen, maar weinig mensen zagen wat ik niet toonde. En dat was waar ik zo ultiem naar verlangde; dat mijn omgeving zag wat ik niet liet zien en hoorde wat ik niet zei. Mijn naaste familie heeft mij gesteund en samen met mij verkend wat wel of niet werkend was. Daarvoor ben ik ze enorm dankbaar.
Vaak wist ik zelf niet waar ik behoefte aan had, waardoor dit communiceren naar omgeving des te lastiger was. Maar nu weet ik dat het niet gaat om de woorden die wel worden gezegd maar dat het er samen met mij zijn en stilletjes ervaren dat het niet allemaal alleen hoeft veel waardevoller was.
Helemaal verdwenen zijn deze gedachten niet. Maar als ze zo nu en dan weer omhoog borrelen, ben ik eerder verrast dat ze er weer zijn dan dat het een permanente bewoner van mijn hersenhuis is. Wat me heeft geholpen is (onder begeleiding) uitspreken naar mijn naasten dat ik de wanhoop nabij was en dat daar geen oplossing voor hoefde te komen binnen datzelfde gesprek.
Die gedachten de ruimte geven en daarnaast ook laten innemen maakte ze steeds een stukje lichter. Ik ben alle stressoren uit mijn leven gaan verwijderen en probeer nu elke dag te voelen wat mij op dat moment het meest kan helpen. Vaak is dat kunst maken. Soms content maken over waar ik mee zit en dan vervolgens zien dat anderen hier troost uit halen en zich herkennen in mijn verhaal. Daar leef ik van op want: Samen eenzaam zijn, is (écht) minder alleen.
Ik geloof er ontzettend in dat door het taboe rondom lastige onderwerpen te verminderen, er ook een deel van het onderwerp op zichzelf makkelijker te dragen wordt. De zwaarte verdwijnt. Ook check ik regelmatig in met mijn omgeving en praten we over hoeveel kopjes koffie we al hebben gedronken of hoe het echt gaat. Maar hoe dan ook probeer ik in contact te blijven. Isolatie helpt mij niet, al is dat een van de eerste dingen die ik doe als het minder met me gaat. Daarnaast ben ik bezig met mogelijk maken dat ik een hulphond zal krijgen. Dit geeft me ontzettend veel toekomstperspectief en hoop.
Gun jezelf de dingen die je dat sprankje hoop laten voelen. Of dat nou dagenlang hetzelfde muziekfragment luisteren is of even met een dekentje niets hoeven. Als je je afvraagt of je het ‘leven’ wel kan, dat kan je, want dat doe je al! En dat hoef je aan niemand te bewijzen. Het zou alleen zo fijn zijn voor jezelf als je dat ook gaat geloven.
Niet iedereen hoeft te weten waar je mee zit, dat ben je niemand verschuldigd, maar zodra je je opent naar de mensen die je vertrouwt en die je veilig laten voelen zal je merken dat dit meer voorkomt dan je misschien wel had verwacht. Je bent niet gek en het is niet jouw schuld. Benader jezelf zoals je je liefste kameraad zou benaderen, want dat verdien je.
Het glas hoeft niet halfvol of halfleeg te zijn, soms is het genoeg dat er een glas is en dat er water in zit.