Denk je aan zelfdoding?

We zijn er voor je.
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Hoop
18-07-2024

Door groepstherapie zag ik dat ik niet de enige ben

Jelena (24) stond een paar jaar geleden op het punt om een einde aan haar leven te maken. Een lang telefoongesprek met een schoolmaatschappelijk werker redde haar leven. Ze besloot om het nog een kans te geven en te werken aan verbetering. 

Nu blikt ze terug op die tijd. Jelena vertelt over het ontstaan van haar problemen, welke hulpverlening ze heeft gehad en wat haar heeft geholpen. Ook geeft ze enkele tips aan professionals die te maken hebben met jongeren en jongvolwassenen.

Je had last van depressieve gevoelens en suïcidale gedachten. Hoe zijn deze ontstaan?

“Al sinds mijn kindertijd drinkt mijn vader heel veel, ik weet niet beter. Dat maakte hem soms onvoorspelbaar en agressief. Ik voelde mij daardoor niet veilig thuis. Er waren veel ruzies waar ik tussen zat en dat leverde bij mij als jong meisje spanning op. Wat ook meespeelt is dat er in het gezin niemand praatte over zijn gevoelens. Daarom was praten over wat ik denk en voel niet makkelijk, zeker een paar jaar geleden niet. Ik krop het echt op. In het laatste jaar op de middelbare school heeft mijn mentor, met wie ik erg kon lachen, zichzelf van het leven beroofd. Ik had het heel moeilijk op dat moment.”

Er was niemand die mij vroeg hoe ik mij vanbinnen voelde. Ik ging doelloos vooruit.

Wat deed dat met jou?

“Het kwam als een harde klap, want ik worstelde op dat moment ook met mijn eigen mentale gezondheid. Ik was onzeker, stil en had weinig vrienden met wie ik kon praten. Op school werd ik gepest. Dat begon al op de basisschool in groep 2 en op de middelbare school ging dat door. Rond mijn 15e had ik een klasgenoot, zij was ook mijn beste vriendin. Het ging mentaal niet goed met haar. Van het een kwam het ander en kreeg ik van haar ouders de schuld van alles. Ze kwamen zelfs bij mij thuis met een blaadje gevuld met dingen die ik in hun ogen allemaal verkeerd heb gedaan. Ik zat er bij van: ‘Ik ben ook maar een kind, wat moet ik hiermee?’

Mijn eigen ouders zaten naast mij en die zeiden niet veel, ze hebben mij niet in bescherming genomen. Daarna ging het snel bergafwaarts met mij. Ik had nog weinig enthousiasme voor de dingen in het leven. Wat er gebeurde was enorm zwaar om alleen te dragen. Om niemand om mij heen te hebben die het zag en interesse in mij had. Er was niemand die mij vroeg hoe ik mij vanbinnen voel. Ik ging doelloos vooruit. In die periode ben ik overgegaan op mezelf pijn doen.”

Wanneer ging dat over in gedachten aan zelfdoding?

“Ik weet niet precies wanneer het mezelf pijn doen overging op er niet meer willen zijn. Op een gegeven moment bekroop mij het idee om er een einde aan te maken en die gedachte werd alsmaar sterker. In 2020 was het einde bijna bereikt; ik voelde mij alsof ik op de rand van de afgrond stond, leven hoefde van mij niet meer. Het scheelde niet veel of ik had dit verhaal niet meer na kunnen vertellen. Op precies het juiste moment werd ik gebeld door een schoolmaatschappelijk werker, toen hebben we heel lang met elkaar aan de telefoon gezeten. Daarna kwam de hulp op gang, al heeft het ook nog een halfjaar geduurd tot alles draaide.”

Hoe is het je gelukt om uit de put te komen?

“Ik kreeg de diagnose depressie. Eerst had ik een jaar lang individuele therapie maar dat hielp mij niet voldoende. Daarna ben ik in groepstherapie gegaan, dat heeft mij wel veel goeds gebracht. Langzaam begon ik in te zien dat er ook andere manieren zijn om met lastige situaties om te gaan. Het heeft mij goed gedaan om mijn verhaal te delen met leeftijdsgenoten en via de gesprekken te leren hoe ik de dingen anders kan aanpakken. Via deze behandeling zag ik dat ik niet de enige ben die zich zo voelt en dat anderen ook struggelen met het leven.”

Wat heeft je naast groepstherapie nog meer geholpen?

“Wanneer ik mij slecht voelde, kwam ik vaak in een negatieve spiraal. Ik heb geleerd om dingen te ondernemen. Als mijn hoofd heel vol is, is sporten mijn uitlaatklep. Ik doe nu aan boulderen en kickboksen en ik heb allerlei nieuwe hobby’s gevonden zoals dans- en zangles. Ook heb ik nu vriendinnen met wie het praten over mentale gezondheid geen taboe is."

Wat zou je, met de kennis van nu, anders hebben gedaan in de tijd van de behandeling?

“De behandeling ging met vallen en opstaan. Wat mij niet heeft geholpen is dat ik soms niet alles eerlijk vertelde. Daarom wisten de hulpverleners niet altijd wat er precies aan de hand was. Ik heb bijvoorbeeld een keer een terugval gehad; ik had mezelf pijn gedaan. Dat vertelde ik pas drie weken later, terwijl ik wekelijks een gesprek had. Er zat een schuldgevoel achter. Dat schuldgevoel kreeg ik omdat ik het toch weer had gedaan, na een halfjaar niet. Ik wilde de hulpverleners niet teleurstellen. Wat mij trouwens ook niet heeft geholpen is mezelf isoleren. Wanneer ik in een dal zat had ik weinig interesse om mensen toe te laten, ook niet de professionals die konden helpen.”

Ik zou professionals willen adviseren om met jongeren te praten over hoe ze zich écht voelen.

Wat zou je tegen alle professionals willen zeggen die werken met mensen met gedachten aan zelfdoding?

“Allereerst: let op pestgedrag van kinderen. Ik vind dat mijn docenten het sinds de basisschool niet goed hebben aangepakt en dat ze meer initiatief hadden moeten nemen om het pesten tegen te gaan. Het heeft echt een grote impact op mijn leven gehad. Ik had eerder hulp kunnen hebben, dan was het niet zo lang doorgegaan. De depressie heeft mij een stuk van mijn jeugd ontnomen en dat krijg ik nooit meer terug.

Ik zou professionals willen adviseren om met jongeren te praten over hoe ze zich écht voelen. Op de middelbare school wisten ze dat er iets aan de hand was maar ze waren niet van alles op de hoogte. Als je goed doorvraagt en echt luistert, weet je pas echt hoe het met iemand gaat. Ook had ik graag voorlichting willen hebben, zodat ik al op jonge leeftijd wist hoe er over donkere gevoelens en gedachten gepraat kan worden. Er moet geen taboe rusten op het bespreken van je mentale gezondheid.”

Als jij een professional zou zijn, wat zou je dan zelf aanpakken?

“Stel dat ik docent was dan zou ik het klassikaal bespreken. Over wat suïcidale gedachten zijn en welke signalementen daarbij horen. Ik hoor bijna nooit iemand hierover praten. Het zou goed zijn om op scholen al vroeg met suïcidepreventie te beginnen. Ook online kan het delen van kennis en ervaringsverhalen nog vele malen beter. Zelf volg ik nu bijvoorbeeld 113 en MIND. Maar als mensen dit soort accounts niet volgen is het moeilijk om de posts te krijgen op de plekken waar ze het hardst nodig zijn.

Je moet ze dus maar net treffen. Als je zelf niet te maken krijgt met die donkere wolk zie je vrij weinig voorbij komen. En als het wel voorbij komt scroll je er vaak snel overheen. Denk dus goed na over het trekken van de aandacht.”

Wat hoop je met het delen van je verhaal te bereiken?

“Ik hoop dat ik door mijn openheid iemand help die nu hetzelfde meemaakt. Dat deze door mijn verhaal inziet dat je je leven kunt veranderen. Daarnaast hoop ik dat hulpverleners meer doorvragen bij jongeren en jongvolwassenen en dat ze niet zomaar een simpel antwoord als “goed” accepteren op hun vraag hoe het met iemand gaat.”