Het lukt gewoonweg niet om mee te doen. Leuk te doen. Fijn te zijn. Jij ziet niks dan de donkerte tussen al die honderden kerstlampjes. Een feestmaand zonder feest. Voor jou schrijf ik.
Ik weet hoe doelloos de dagen kunnen voelen. Wakker in de donkerte die niet verdwijnt als de zon opkomt. Sneeuw die je niet kan plezieren, maar enkel de kou in je lijf bevestigt. Kerstlichtjes die niets meer doen dan een druppel op een gloeiende plaat. Het blijft grauw. Je probeert het wel. Je zet je wel in. Je maakt dat weekschema voor jezelf wel, je belt die vriend en gaat trouw naar therapie. Niets lijkt te werken. Het leven is en blijft voor jou geen feest.
Waarom kan het niet gewoon normaal gaan? Eenvoudig gaan? Gewoon met familie rond de tafel. Blij. Lekker eten. Zonder al te veel zorgen. Genieten. Ben ik dan zo raar, zo lastig, zo moeilijk?
Ik weet hoe ingewikkeld, moeilijk en stom je jezelf kunt voelen. Gewoon, omdat je niet gewoon eens gewoon kunt zijn. Je voelde je al slecht over jezelf, maar het feit dat je dit ook weer niet kan, doet je nog slechter voelen. Je voelt je nog meer anders dan je je al voelde. Iedereen om je heen viert feest en jij begreep de uitnodiging niet eens. Weer niet.
Zo'n feestmaand lijkt wel symbool te staan voor je leven. Je loopt in de kou op straat en bij ieder huis waar je naar binnen kijkt zie je gezelligheid, geluk, warmte en liefde. Alles is daar waar jij niet bent. Jij bent buiten, verzet je tegen de gure wind, met een jas die net wat te veel doorlaat. Je loopt alleen met mensen om je heen die kijken maar niets zeggen. Ik hoor je hoofd vragen: zal dit ooit veranderen?
Zal ik ooit in zo'n gezellig, warm huis vol geluk kunnen leven? Ik heb heel lang op die straat gelopen. Naar die huizen gekeken met grote gevoelens van verlangen. En weet je wat? Wat ik zag, dat bestond niet. Want in al die huizen waar ik enkel geluk en liefde zag, speelde wel iets.
Op de hoek van de straat hadden ze constant ruzie over geld. Die grote witte villa, die hadden een kindje verloren. Dat rijtjeshuis met die prachtige versiering, die man ging vreemd. Dat huisje in het bos, haar moeder had kanker. Er bleek geen huis met enkel geluk. Wel met geluk.
Ik heb lang op die straat gelopen. zonder geluk. Kansloos voelde ik me. Waar bleef ik nog voor lopen? Ik zou toch nooit ergens belanden, behalve in een doodlopende straat. Maar door om mij heen te blijven kijken kwam ik in de loop der jaren ook wat mensen tegen op mijn pad. Sommige wezen me de weg richting een betere straat, anderen gaven me tijdelijk een hand zodat ik even niet alleen hoefde te lopen. Wat ik fijn vond, maar ook wel weer moeilijk, want ik moest dan ook weer loslaten.
Ik ging van straat naar straat, kwam soms verkeerd uit, wandelde terug, kwam op een beter pad, ging moedeloos op een stoep zitten, maar belandde uiteindelijk in een huis. Zo'n huis dat ik eerder bekeek van af de straat. Het is er redelijk warm, soms gezellig, soms liefdevol en er is soms geluk. En soms is het er allemaal tegelijk. Maar er zijn ook tijden dat het er allemaal niet is.
Ik weet hoe eindeloos lang de straten kunnen zijn. Hoe mistig het zicht tijdens de wandeling kan worden. Ik weet hoe dit alles extra zwaar kan zijn als er ook nog eens een feest wordt gevierd in al die huizen waar je langsloopt.
Ik weet tenslotte dat die straten, ook voor jou, zullen leiden naar huizen, plekken waar het fijner is. Waar soms geluk, soms liefde en soms gezelligheid is. Houd Moed. Je zult er komen.