Denk je aan zelfdoding?

We zijn er voor je.
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Hoop
16-04-2023

Een gesprek tussen vader en dochter in crisis

Arnold (64) is vader van 4 kinderen, waaronder Marjolein (27) die jaren geleden een poging tot zelfdoding ondernam. Samen hebben ze opnieuw moeten leren om in contact met elkaar te zijn. Arnold en Marjolein hebben inmiddels alweer bijna 4 jaar goed contact, maar de jaren daarvoor was dat zeker anders. Ze gaan in gesprek en blikken terug op die tijd én hoe ze het contact hersteld hebben.

Marjolein: ‘Toen ik een jaar of 13 was kwam ik steeds meer met mezelf in de knoop te zitten. In vond de band met jullie niet zo sterk en dat werd steeds erger. Ik weet nog wel jullie allebei steeds vaker gingen vragen hoe het met mij ging. Ik vond dit moeilijk, want ik wist niet goed wat er in mij gebeurde en hoe ik dat onder woorden moest brengen. Mijn puberbrein vond het toen een goed idee om juist kortaf en geïrriteerd te reageren. Achteraf gezien snap ik dat dat de zorgen van jullie nog groter heeft gemaakt. Als ik er nu op terugkijk, zijn we toen in een spiraal van miscommunicatie terecht gekomen, dat regelmatig uitliep op conflict. Er ontstond in de jaren daarna steeds meer afstand, al is er onderliggend altijd een basis van contact geweest. Er werd gesproken over dagelijkse zaken, maar niet meer over persoonlijk functioneren.’

Arnold: ‘Je hebt gelijk, de communicatie tussen ons was al vrij vroeg niet zo goed. Wij hadden al veel langer het idee dat het niet zo goed met je ging. En het lukte niet goed om daar op een goede manier samen over te praten. De relatie tussen ouders en kinderen is vaak ingewikkeld, juist omdat je zo bij elkaar betrokken bent. Er allerlei verwachtingen over en weer zijn etc. Gelukkig kon je een deel van je problemen wel kwijt bij bijvoorbeeld jouw viooldocente van de Muziekschool, Marianne. Ik heb het idee dat jouw gevoel van ‘anders zijn’ en er niet bij passen al op de basisschool begonnen is. Omdat wij ook wel zagen dat wij het probleem niet op konden lossen, hebben op de basisschool al hulp voor je gezocht. Het was en is heel jammer dat jij met meerdere hulpverleners geen klik had en dat jij het gevoel bleef houden dat ze je niet begrepen. Hoe kijk jij terug op jouw therapie bij het Riagg, toen je 16 jaar was?’

Marjolein: ‘Ik had toen individuele gesprekken. En ja, ik voelde me nog steeds niet begrepen. We hadden ook een paar systeemgesprekken, maar dit ging helemaal niet goed. Er was totaal geen klik met de therapeut en er heerste geen veilige sfeer. De therapeut ging ook ineens met pensioen en toen is er nooit meer iets gebeurd. Er lagen toen een aantal dingen op tafel, maar er werd niks meer mee gedaan. Ik snap nog steeds niet goed wat hiervan de bedoeling is geweest. Het heeft ons meer kwaad dan goeds gebracht.’

Arnold: ‘Ik denk dat het inderdaad funest is geweest dat die therapeut niet voor een veilige omgeving kon zorgen. Hij heeft het eigenlijk alleen nog maar erger gemaakt. Zelfs over dagelijkse zaken konden we het haast niet meer hebben.’

Marjolein: ‘Toen ik 18 was ging ik op kamers wonen. Het ging nog steeds niet goed, maar dit werd minder zichtbaar voor jou. Er ging ook een hoop wel goed namelijk: een vriendje, studeren, uitgaan. Dat is ook waar de gesprekken het meest over gingen.’

Arnold: ‘Op een gegeven moment kwam er een appje van jou dat het niet goed ging en dat je ervoor had gekozen om twee weken vrijwillig in opname te gaan. Dit was lastig te begrijpen, want het leek juist goed te gaan. Ik begreep er echt niets van. Na dit bericht zijn wij direct naar je toegegaan en hebben we, voor zover dat lukte, gepraat. Het leek erop dat je met je studie en op kamers gaan een goede nieuwe start had gemaakt. 

En dan ineens dit! Het maakte het echte contact tussen ons/elkaar begrijpen nog een stuk ingewikkelder. Ik denk dat jij en ik beiden wel graag wilden, maar vooral vast liepen in onze onmacht. Nu snap ik wel dat jij het goede nieuws graag deelde, maar het slechte nieuws voor jezelf hield. Gelukkig vertelde je daarna wel meer over hoe het met je ging. Ongeveer een half jaar later belde je met heel moeilijk nieuws.’

Marjolein: ‘Ja, ik had toen een zelfmoordpoging gedaan en was op de crisisdienst beland. Mijn oudste broer heeft mij daar opgehaald. En weet dat ik de belofte aan mijn broer heb gemaakt om zo snel mogelijk ook jullie in te lichten, maar ik kan mij het gesprek niet goed meer herinneren. Hoe vertel je zoiets aan je ouders?’

Arnold: ‘We wisten al lang dat jij jezelf beschadigde. Al toen je een jaar of 13 was: ‘die krassen hebben de konijnen gemaakt’. En ik wist ook wel dat dat er bepaald niet beter op geworden was. Ik heb er toen nooit bij stil gestaan dat je een zelfmoordpoging had gedaan. En dat woord is in die tijd ook nooit gevallen. Ik had het idee dat de zelfbeschadiging uit de hand was gelopen, maar meer ook niet. Het taboe was zo groot. Zowel het taboe op zelfmoordpogingen als het taboe om er over te praten. Niet alleen in de maatschappij, maar zeker ook in ons gezin. Ook over mijn depressieve perioden werd in ons gezin niet gesproken.’

Arnold: ‘Na een (veel te lange) wachttijd werd je opgenomen. Ook hierbij hoorden systeemgesprekken. Die kwamen pas na een half jaar zo aan bod. Ik zag daar erg naar uit en hoopte dat we in die gesprekken zouden leren om elkaar te begrijpen.’

Marjolein: ‘Ik wilde eigenlijk helemaal geen systeemgesprekken meer. We hadden zoveel meegemaakt en ik kon niet zien hoe ik het contact met jullie ooit nog kon herstellen. Zéker na de eerdere ervaring van systeemgesprekken. Het was alleen een verplicht onderdeel van therapie, dus ik moest dit toch echt aangaan. Ik vond het heel spannend! Gelukkig werd dit wel goed voorbereid, en op deze manier werd het dragelijk om het toch aan te gaan'.

Arnold: ‘Ik keek heel erg naar die systeemgesprekken uit, omdat in de periode daarvoor er maar heel weinig contact was, laat staat echt contact. Ik vond die systeemgesprekken eenrichtingsverkeer. Jij kreeg de gelegenheid om je hart te luchten en mij te overladen met verwijten en (verdekte) beschuldigingen. Ik kon me wel goed voorstellen dat dat nodig was. Maar het vervolg dat ik had verwacht kwam er niet. Ik vond het een hele nare ervaring en een nare therapeute. Gelukkig hebben we zelfs na die gesprekken nog even nagepraat, al ging dat over koetjes en kalfjes.‘

Marjolein: ‘Voor mij waren die systeemgesprekken juist het omslagpunt. De therapeute vroeg toen aan ons wat we eigenlijk zouden willen in het contact. We kwamen toen vrij snel tot dezelfde conclusie: we wilden een sterke band en op elkaar kunnen vertrouwen. De therapeute zei toen: ‘Oké, jullie hebben dus een gezamenlijk doel. Dat betekent dat jullie moeten gaan samenwerken om daar te komen; jullie zijn een team. Wat hebben jullie nodig om het verleden te laten rusten en om samen te gaan vechten voor de toekomst?’ Het klinkt nu heel simpel, maar voor mij veranderde toen alles. Ja, jullie hebben dingen gedaan die pijnlijk zijn geweest, al is het vanuit liefde geweest. Ik heb dit uitgesproken en toen kon ik het loslaten. Ik ben zó dankbaar voor deze systeemtherapeute, want de band met jullie is sindsdien sterker en sterker geworden. Jullie zijn de eerste die ik nu bel als ik even iets kwijt wil.’

Arnold: ‘We hebben die systeemgesprekken wel heel anders ervaren! Voor mij kwam het omslagpunt een hele tijd later. Het was na de zomer en nog mooi weer toen we samen een afspraak maakten. Alleen met ons tweeën zouden we vanaf Utrecht CS langs de Kromme Rijn naar Amelisweerd wandelen. Hoe ging dat? Voorzichtig in gesprek en steeds polsen of het nog goed voelt. Nog steeds probeerde ik te begrijpen. Hele kleine stapjes. Het gesprek ging van oppervlakkig naar een beetje diepgang en weer terug. Maar hier hebben we dan toch de basis gelegd voor het vervolg. Zo voel ik het tenminste. De basis voor de weg omhoog. Een heel klein stapje, maar wel een hele belangrijke. Het heeft wel, is mijn idee, nog een hele poos geduurd voordat het weer 'echt goed' was.

Arnold: ‘Hoe kijk jij nu op de hele periode terug? Ik denk dat het heel belangrijk was dat we nooit definitief het contact verbroken hebben. We wilden wel contact en beter contact, maar we konden het niet. Verder is het heel, heel jammer dat jij (en wij) niet veel eerder de goede hulp hebben gehad. Ook wat dat betreft gaat er veel mis in de geestelijke gezondheidszorg. En ik ben heel blij dat we zijn waar we nu zijn: goed contact en elkaar vertrouwen; in goede en slechte tijden!

De tip aan iedereen die dit leest: probeer en blijf proberen. Als praten niet lukt, schrijf elkaar dan een brief. Of zoek iemand als tussenpersoon. Probeer naar elkaar te luisteren en elkaar te begrijpen. En heb geduld. Heel veel geduld. Ook belangrijk: blijft in contact met je partner en andere kinderen. Hoe ervaren zij het?’

Marjolein: ‘ja, ik kan mij alleen maar bij aansluiten. Ik ben blij voor het contact wat er nu is, en dat we zelfs zo’n gesprek kunnen aangaan. Mijn tip zou zijn: neem ruimte voor jezelf in het contact met je ouders als je dat nodig hebt, maar probeer te praten over dagelijkse dingen. Sta open voor elkaars beleving en sta stil bij de intentie van het gedrag, hoe onhandig gebracht dat soms ook is. En vraag hulp bij het herstellen van contact en het terugwinnen van vertrouwen.