In wezen ben ik nog steeds dezelfde als voor het overlijden van Sara. Er is wel meer rust gekomen, want de laatste jaren met haar waren heel stressvol. Wel heb ik keuzes gemaakt in mijn werk. Ik ben meer gaan schrijven, o.a. het boek Moederhart vol rouw en liefde, maar ook artikelen. En ik heb de focus in mijn werk verlegd van mijn eigen praktijk AMON naar de door ons opgerichte anbi-stichting Saarisnietgek.
Als hobby ben ik een jaar na Sara’s dood gaan wandelen, echt lange afstanden en meer dagen achter elkaar. Dat geeft me heel veel rust, ruimte en geluk en ik geniet enorm van de natuur. Als ik alleen loop merk ik ook dat mijn gedachten en gevoelens alle kanten op kunnen en mogen gaan en dat vind ik fijn.
Ik denk dat mijn vrienden wel vinden dat ik veranderd ben. Ze zullen misschien zeggen dat ik altijd met Sara bezig ben. Direct of indirect. Daar hebben ze gelijk in, de gebeurtenis is te ingrijpend en zit verweven in mij. Misschien leef ik nu wel voor twee.
Sara was een gevoelig, intelligent en sociaal meisje dat er graag bij wilde horen. Ze was soms te wijs voor haar leeftijd en dat maakte ook dat ze soms eenzaam was of geen aansluiting had bij haar leeftijdgenoten. Ze hield van dieren, lezen, dans en piano spelen en was heel zorgvuldig in haar contacten met anderen. Ook schrijven deed ze erg graag, ze schreef korte verhalen en had interesse in geschiedenis en andere culturen.
Ze kon eigenwijs en soms ook koppig zijn, had een sterke mening waar ze duidelijk voor uitkwam. Ze hechtte veel waarde aan haar zelfstandigheid en eigen keuzes maken. Dat blijkt ook uit hoe ze uiteindelijk haar eigen weg is gegaan.
Dit kwam voor Frans en mij niet onverwacht. De twee jaar voorafgaand was ze al in behandeling en ook opgenomen bij de ggz. Een aantal weken voor haar dood heeft ze duidelijk aangegeven dat ze geen verdere behandelingen meer wilde, ze wilde de weg van de dood ingaan. Haar psychiater heeft haar ook aangemeld bij de Levenseinde Kliniek (heette toen nog zo), omdat Sara van mening was dat haar lijden gelijkgesteld kon worden met fysiek lijden. Nu is dat een maatschappelijke discussie, maar zij was haar tijd dus ver vooruit daarin. Er is nooit een gesprek gekomen. Sara kon niet meer wachten.
Sara gaf zelf aan toen ze in behandeling was: ‘Mama, ik had veel eerder moeten praten’. Zelf is ze pas gaan praten over haar suïcidale gedachten toen ze bijna 16 was. Ze heeft het al die jaren voor zichzelf gehouden,. Dat doet pijn, want ze wist dat ze met ons ook over de dood kon spreken. Ze gaf ook aan dat haar problemen eigenlijk op de basisschool al begonnen, niet zozeer problemen, maar wel dat ze bepaalde gedachten/gevoelens kreeg waarvoor ze zich een beetje ging schamen. En op die leeftijd wil je niet anders zijn, wil je bij de groep horen.
Sara merkte dat het wel degelijk hielp om erover te praten. Daarom is Sara bij leven zelf nog gestart met een mental health project voor jongeren, om duidelijk te maken: praat erover, hoe eerder hoe beter. Daar hebben wij jaren later stichting Saarisnietgek voor opgericht.
Ik kan door met mijn leven, ook al doet het immens pijn en is het een groot verdriet dat ik meedraag. Ik was al gelukkig voordat Frans in mijn leven kwam en daarna kwam Sara er nog bij. Dat maakte het geluk compleet. Ik kan nu terugvallen op het geluksgevoel dat ik al voor haar geboorte had.
Ze is dag en nacht bij me, ik voelde een intense band met haar, ook al hebben we moeilijke periode gekend, met name tijdens haar opnames. Ik eer mijn kind ook door het leven te leven en toch te genieten, ondanks het verdriet dat er altijd is. Ze zou het heel moeilijk vinden om te vertrekken met de gedachte dat wij het niet zouden redden.
Ik heb ook gezien dat het echt niet meer ging met Sara. Haar lijden was moeilijk om te verdragen. Een moeder wil graag dat haar kind kan opgroeien tot een zelfstandig en volwassen mens, dat uiteindelijk haar weg vindt in het leven. Dat is bij Sara niet gelukt en dat doet ook zeer in mijn moederhart. Soms vind ik dat ik haar onvoldoende de levenskunst heb bijgebracht, het is me niet gelukt als moeder haar daarin te laten slagen.
Er is veel meer begrip en acceptatie voor gevoelens en openheid om die gevoelens met elkaar te delen nodig. Het moet normaal worden dat gevoelens en gedachten worden gedeeld. Dat is een belangrijk punt. Daarnaast denk ik dat we als samenleving ook moeten veranderen. We moeten terug naar meer collectiviteit en verbinding, minder online en minder individualisme en prestatiedrang. Het is goed zoals je bent en dat mag weer de boventoon hebben, meer tolerantie en acceptatie van elkaar. Minder oordelen naar elkaar, dan moedig je de jongeren ook aan om eerder te delen.
De anbi-stichting Saarisnietgek is voortgekomen uit het mental health project dat Sara zelf bij leven nog is gestart in 2016/2017. Saarisnietgek is een jonge stichting die begin 2023 een eenmalig magazine Saarisnietgek heeft uitgebracht, voor kinderen 10-12 jaar. Doel van de stichting is juist voor deze leeftijdsgroep de mentale gezondheid laagdrempelig bespreekbaar te maken. Want het is bekend dat er een toename is in psychische klachten rond het 14de jaar is, maar je moet er juist vóór zitten. Preventief werken, normaliseren, eerder delen van gedachten en gevoelens. Voor elk kind, dus niet alleen bij kinderen waarmee ‘iets’ is.
Onze stichting loopt goed. Het magazine wordt gebruikt door ouders, jeugdprofessionals en met name ook door leerkrachten op basisscholen. We hebben al 47 basisscholen die structureel met het magazine werken in groep 7 en 8. Ook het eerste halfjaar brugklas is nog interessant. En er gaan nog meer scholen volgen. Elk kind in de klas heeft een eigen magazine, de leerkracht verwerkt het in lessen die sowieso al gegeven worden, dus geen extra taaklast.
Het magazine staat vol met interviews, uitspraken, opdrachten, informatie over emoties en tips hoe ermee om te gaan, puzzels, strips etc. Kinderen vinden het een fijn magazine. Saarisnietgek betekent: jij bent niet gek, het is oké. Jouw gedachten en gevoelens mogen er zijn, maar deel, praat erover. We hopen heel veel kinderen te bereiken met dit magazine, want elk kind dat zich gehoord en gezien voelt is van belang.
Het is belangrijk om het hele leven van je kind mee te nemen in je verdere leven. Het gevaar bestaat om alleen de laatste, vaak moeilijke periode, op je netvlies te hebben. Dat gaat gepaard met veel spanning en stress, zeker bij een zelfdoding. Maar ook de mooie herinneringen uit de kindertijd doen ertoe, dat maakt het leven van je kind weer compleet.
De kinderen die zijn overleden aan zelfdoding waren zich vaak bewust van wat het met de nabestaanden zou doen, ook met de ouders. Maar als je ondanks dat besef toch moet gaan, hoe groot is dan het lijden van je kind geweest? Haast ondraaglijk. Die gedachte geeft mij troost en hopelijk ook andere ouders. Ik zie zelfdoding zeker niet als een egoïstische daad, daar heb ik ook een blog over geschreven. En de geboortedag van je kind mag je blijven vieren, want het is de dag dat je moeder werd van een prachtig kind en dat is en blijft vreugdevol.
Dat het oké is om te praten over je gevoelens en gedachten. Het is oké om gedachten te hebben aan je eigen dood, maar het is ook goed om dit te delen. Je bent niet alleen en het erover spreken verlicht je last. Soms willen jongeren hun ouders/vrienden ontzien door niet te delen, maar de omgeving voelt heus wel dat het niet klopt, dat er iets speelt. Juist die openheid is van belang.
Je kunt herstellen, ik heb veel jongeren zien opknappen die echt suïcidaal waren en met wie het nu beter gaat. De somberte hoeft niet voor eeuwig te zijn. Alleen door te delen geef je jezelf die kans om ook geholpen te worden.