Op de IC, in coma voor een week. Verschillende organen werkten niet meer. De artsen die tegen mijn ouders zeiden dat, zoals het toen leek, ik de volgende dag niet meer zou halen, dat deed hen ontzettend zeer. Tegen alle verwachtingen in begonnen mijn organen langzaam weer met werken. 1% kans op overleving werd 10%, er zat vooruitgang in. Dat was heel wat om te verwerken.
Ik werd wakker aan de beademing en dacht gelijk 'het was mijn tijd nog niet'. Toen ik me realiseerde hoe het me verging, leverde me dat op, een groot verdriet. Verdriet om alles wat er was gebeurd. Verdriet om wat ik mijn familie en vrienden had aangedaan. Verdriet om mijn situatie. Verdriet om alle onzekerheden die nog zouden gaan komen.
Ik knapte op en mocht naar huis, maar ik ging met mijn ouders mee. Mijn ouders huis werd mijn thuis. Daar heb ik nog steeds vrede mee. Verdriet maakte langzaam plaats voor dankbaarheid. Alle mensen die zo dicht om mij heen stonden. Al die mensen die niet oordeelden maar zeiden: 'meid wat heb jij een psychische wonden'.

Dankbaarheid voor alle mensen om mij heen. Dankbaarheid voor het feit dat ik nog leef. Dankbaarheid voor de mogelijkheden die ik krijg. Dankbaarheid voor het geluk dat ik heb gehad. Ja, ik ben blij dat ik nog leef. Dat zegt niet dat het nooit moeilijk meer is. Het zal nog lang duren voor ik het mezelf vergeef en er weer rust en zekerheid is.
Maar het leven is zoveel waard, ook al zie ik dat niet altijd. Gaan mijn gedachten in zo´n harde vaart en voelt alles als een strijd. Maar ik wil leven, omdat het leven ook zo mooi kan zijn. Het leven kan mij zoveel geven en dat is ook ontzettend fijn.
Majorie.