Mijn fysieke toestand verslechterde, ik verloor mijn woning en zelfs mijn naasten wisten geen raad meer met mij. Ik belandde op straat. Uit pure wanhoop nam ik contact op met een Amerikaans missionaris echtpaar dat ik twee jaar eerder had leren kennen in Oeganda, tijdens vrijwilligerswerk. Ze woonden nog altijd in Oost-Afrika. Omdat ik letterlijk niets meer te verliezen had, besloot ik mijn oude droom waar te maken: wonen in Afrika. Ik was ziek, eenzaam en radeloos, maar ook vastbesloten om opnieuw te beginnen.
Ik kom uit een atheïstisch gezin. Mijn plotselinge interesse in het christendom verraste dan ook niet alleen mijn omgeving, maar ook mezelf. Helemaal omdat het gezin waarbij ik introk, strenggelovig en zeer conservatief was. Vrouwen droegen lange rokken en hoofdbedekking, het gezinsleven stond centraal. Wat mij vooral opviel was de onderlinge verbondenheid en zorgzaamheid, iets wat ik in Nederland vaak had gemist.
Ik wilde niets liever dan onderdeel zijn van deze gemeenschap. Niet omdat zij dat van mij vroegen, maar uit een diep verlangen ergens bij te horen. In de jaren ervoor had ik intensief Bijbelstudie gedaan. In Oeganda kreeg ik eindelijk de ruimte om al mijn vragen te stellen. De gedachte dat er een God was die onvoorwaardelijk van mij hield, ongeacht mijn verleden, raakte mij diep.
Toch vraag ik me achteraf af of ik werkelijk klaar was voor een bekering. Mijn geloof werd gevoed door de warmte van de gemeenschap, maar diezelfde warmte had ook een keerzijde. Ik had nooit geleerd om mezelf op waarde te schatten, en probeerde daarom mijn identiteit aan te passen aan hun normen.
Hoewel zij mij accepteerden, stonden hun wereldbeelden soms lijnrecht tegenover mijn eigen waarden. Toen ik aangaf dat ik gedoopt wilde worden, werd mij verteld dat ik dan wel mijn mentale gezondheid volledig in Gods handen moest leggen, want “Hij zou mij dan in één klap genezen.” Toen dat niet gebeurde, voelde het alsof ik faalde. In mijn verwarde, zieke toestand leidde dat tot een psychose. Ik dacht dat de duivel mij kwam halen, dat ik het kwaad zelf was. Een levensgevaarlijke situatie, zeker in een land waar nauwelijks geestelijke gezondheidszorg bestaat.
Na mijn terugkeer naar Nederland kwam ik terecht in de GGZ. Het was een lange weg, maar langzaam vond ik mezelf terug. Tegelijkertijd begon de zoektocht naar wie ik werkelijk was en waar ik in geloofde. Ik verbleef op een intensieve afdeling waar veel zelfbeschadiging en suïcide voorkwamen. Ook ik heb daar meerdere pogingen gedaan, waarvan ik nog steeds niet begrijp hoe ik het overleefd heb. Gek genoeg vond ik uiteindelijk weer houvast in God. Niet omdat ik bijzonderder ben dan een ander, maar omdat ik geloof dat God vond dat het mijn tijd nog niet was. Misschien had ik nog een doel.
Ik was vaak boos op God. Waarom hield Hij mij vast als ik Hem, en het leven, los wilde laten? Tegelijk gaf juist die koppige trouw mij uiteindelijk rust. Wat mijn doel is, weet ik nog steeds niet en ik denk ook niet dat het iets groots hoeft te zijn. Geluk zit in de kleinste dingen. Het vertrouwen dat er een groter plan is, of je dat nu God noemt, het universum of iets anders, geeft mij rust. Natuurlijk heb ik zelf invloed op mijn keuzes, maar of mijn tijd gekomen is, ligt buiten mij. En dat is oké.
Mijn verblijf in die conservatieve gemeenschap heeft invloed gehad op hoe ik het geloof beleef. Soms voel ik me nog steeds ‘een slechte christen’, hoewel dat nooit hun bedoeling was. Maar één ding weet ik zeker: mijn mentale gezondheid laat ik nooit meer afhangen van religieuze regels. Dat is het niet waard. Bovendien geloof ik niet in een God die dat van mij vraagt. Ik geloof in een God van liefde, vergeving en kracht. Ja, met regels, maar niet als onderdrukking. Ik geloof dat ze bedoeld zijn voor ons welzijn. En juist omdat we mogen kiezen, getuigt dat van liefde.
Veel mensen dragen trauma’s mee door opgelegd geloof. Aan hen wil ik zeggen: je mag je eigen pad vinden. Of je nu inspiratie haalt uit de Bijbel, de Qur’an of een ander heilig boek, geloof hoeft geen bron van angst of schuld te zijn, maar van rust en vrede. Als het dat is, dan heb je, wat mij betreft, de ware connectie met God gevonden.