Naast mensen ondersteunen en behandelen, doet hij ook onderzoek naar een potentiële nieuwe behandeling voor suïcidaliteit, namelijk naar de effectiviteit van ketamine als neusspray. Hiernaast heeft hij in zijn familie ook ervaring gehad met suïcide.
Gedurende mijn geneeskundestudie van 6 jaar dacht ik in eerste instantie dat ik radioloog wilde worden, maar tijdens de coschappen (stages) op verschillende afdelingen merkte ik dat ik toch graag direct met cliënten wilde werken op een klinische afdeling. Bij de coschappen neurologie en psychiatrie raakte ik geïnteresseerd in de complexiteit van de hersenen, en vooral ook hoe veel hier nog over onbekend is. Toen ik was afgestuurd, heb ik eerst een jaar met veel plezier gewerkt op een neurologie afdeling. Toch merkte ik dat dit vak niet helemaal bij mij paste en ook sprak het vaak gehaaste contact met patiënten mij niet aan. Om deze reden ben ik gaan werken in de psychiatrie. Dit doe ik inmiddels drie jaar. Ik geniet in het werk van de persoonlijke benadering die geboden kan worden aan cliënten, de complexiteit van de problematiek en de variëteit aan problemen waar we mensen mee kunnen helpen.
In mijn ervaring loop je eigenlijk in elk medische vak tegen heftige problematiek aan. Zo was dit bij neurologie bijvoorbeeld de hersenontstekingen en beroertes. Hier merkte ik al vrij snel dat ik in dit soort situaties vrij stressbestendig ben, en hierdoor kan ik ook goed om kon gaan met deze problematiek. Ik heb nooit het doel gehad om specifiek met heftige problematiek te gaan werken, maar ik zie het meer als onderdeel van het werk dat ik met plezier doen. In dat opzicht ben ik er dus ingerold.
Suïcidaliteit zelf is iets waar ik nog steeds meer en meer over leer. Tijdens de studie leer je specifieke theoretische kaders voor wat suïcidaliteit is. Gaandeweg heb ik echter geleerd dat het moeilijk is om een overkoepelende definitie te geven van de problematiek die iemand ervaart die tot suïcidaliteit leidt. Deze is immers erg verschillend van persoon tot persoon.
Van een klassiek beeld wordt suïcidaliteit als een onderdeel van depressie of bepaalde persoonlijkheidsstoornissen gezien. Ik ben zelf van mening dat suïcidaliteit een probleem is binnen de psychiatrie die bij alle psychiatrische aandoeningen kan voorkomen. Het kan zelfs voorkomen bij mensen die geen psychiatrische stoornis hebben, zoals bij mensen met lichamelijke pijn voelen of mensen die ernstige maatschappelijke problemen ervaren. Deze brede basis die voor suïcidaliteit kan zorgen maakt dat er geen “one size fits all” oplossing bestaat en dat je per cliënt moet kijken wat bij hun de oorzaak is van de suïcidaliteit.
Op basis daarvan moet een plan gemaakt worden samen met de cliënt én de omgeving over hoe iemand het best behandeld kan worden. Het betrekken van naasten kan veel baat hebben voor de behandeling zelf en het versterken van het steunsysteem. Daarnaast kunnen naasten vaak belangrijke informatie geven die relevant is voor het begrijpen van de problemen die bestaan en de behandeling zelf.
Verder heb ik vanuit mijn eigen ervaring met suïcide ook een beter oog gekregen voor de impact die suïcidaliteit en zelfdoding kan hebben op de familie. Mede om deze reden is het dus van groot belang om de omgeving niet uit het oog te verliezen tijdens de behandeling.
Wat mij opvalt is dat mensen die suïcidaal zijn via verschillende wegen uiteindelijk een gevoel van “gevangenheid” ervaren in hun bestaan met hun klachten. De eerst stap in het behandelen van suïcidaliteit is het betrekken van naasten en hiermee de gedachtes die je hebt bespreekbaar te maken. Dit is in onze behandeling van suïcidaliteit ook de eerste stap. Samen met de naasten wordt dan gekeken waar de gedachtes vandaan komen, welke steunkrachten er zijn en wat voor verdere behandeling nodig is.
Ik denk verder dat medicatie zeker een plek heeft in de behandeling van suïcidaliteit. Psychiatrische stoornissen kunnen zeker van invloed zijn op gedachtes aan zelfdoding. Deze zijn zelfs bij 87,3% van zelfdoding aanwezig (Arsenault-Lapierre et al., 2004). Je kan hierbij denken aan iemand die al dagen lang niet kan slapen van angst en daardoor niet meer helder kan denken of iemand die vanuit een depressie nog maar weinig perspectief kan ervaren.
Verder kan iemand zo diep vast zitten in een gevoel van uitzichtloosheid dat het aangaan van gesprekstherapie of andere behandelingen erg moeilijk blijkt. Medicatie kan in deze gevallen helpen om weer in een mindset te komen waarbij deze andere behandelvormen ook kunnen helpen. In dit opzicht is medicatie dus een onmisbaar onderdeel van ons behandelarsenaal.
Daarnaast is aandacht voor de niet medicamenteuze behandelingen natuurlijk minstens zo belangrijk. Het is dan ook zaak om samen deze factoren te identificeren. Als iemand geen steunsysteem heeft, ernstige verlieservaringen, verslavingen, sociale problemen etc., dan zijn behandelingen en ondersteuning hiervoor ook van groot belang. Verder is het belangrijk om samen de hoop op verbetering van de klachten te houden. De behandeling van suïcidaliteit bestaat dus niet alleen maar uit pillen. Het samen met de cliënt en zijn of haar naasten een passend behandelplan ontwikkelen is de uiteindelijke kern.
Men heeft vaak het idee dat ze “alleen” zijn met deze gedachtes. Dit soort gedachtes komen echter frequent voor, zo een 8.3% van de volwassenen zal in zijn leven dit soort gedachtes hebben (de Graaf et al., 2010). Je bent dus niet alleen met deze gedachten en er zou ook geen reden moeten zijn dat er een taboe is op het bespreken hiervan. Mijn advies is dan ook om dit bespreekbaar te maken met je naasten en laagdrempelig (samen) hulp te zoeken. Ik weet uit eigen ervaring dat dit voor zowel de persoon zelf als de familie een pittig onderwerp kan zijn om te bespreken.
Uiteindelijk zal dit echter het onderlinge begrip versterken en veel steun bieden, zowel in het zoeken en krijgen van hulp. Dit kan tegenwoordig steeds laagdrempeliger door contact te zoeken met 113 of zelfs je eigen huisarts. Hulp zoeken kan ook echt helpen om door deze moeilijke periode heen te komen. Er bestaat vaak een misverstand onder mensen die aan zelfdoding denken dat ze niet te behandelen zijn. Behandeling is echter vaak effectief en mensen geven achteraf aan blij te zijn dat ze behandeling hebben gezocht. Voel je dus niet alleen met je klachten en zoek hulp hiervoor.
Arsenault-Lapierre, G., Kim, C., & Turecki, G. (2004). Psychiatric diagnoses in 3275 suicides: a meta-analysis. BMC Psychiatry, 4. https://link.springer.com/article/10.1186/1471-244X-4-37
de Graaf, R. O. N., Have, M. ten, & van Dorsselaer, S. (2010). The Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2 (NEMESIS-2): design and methods. International Journal of Methods in Psychiatric Research, 19(3), 125–141. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/epdf/10.1002/mpr.317