De somberte, het donker: het zoog me dieper en dieper de tunnel in. Hoe dieper in de tunnel, hoe dieper in het donker. Ik zag de weg naar buiten niet meer.
Als ik terugkijk naar de periode dat ik langzaam dichterbij die tunnel kwam, dan valt het mij op dat er geen duidelijk startpunt is geweest. Het gebeurde juist zo onbewust. Zonder het door te hebben gehad, bevond ik me er ineens te midden van. Ik merkte het vooral toen het mij niet meer lukte om te genieten van de dingen die ik vroeger juist zo fijn vond.
Creatief bezig zijn, met vrienden optrekken: het deed me niets meer. Het kostte me te veel. Er lag een dikke, donkere laag van negativiteit over mijn gedachten heen. Alsof ik een bril met zwarte glazen had opgezet, waardoor de hele wereld donker kleurde.
Toen ik zelfs van de kleinste dingen niet meer kon genieten, begon ik te merken dat ik mezelf niet meer was. Het donker was allesomvattend. Vroeger zag ik graag het mooie van de dingen in. Mijn pessimisme nam zo toe dat ik het in alles toe kon passen. Zonder dat ik het zelf doorhad gaf ik overal een sombere draai aan.
Om mij heen probeerden mensen mij erop te wijzen wat er nog wél was. Maar ik stond daar niet meer open voor. Mijn blik was zo diep in de donkere tunnel getrokken, dat ik de gehele mogelijkheid van een lichtpuntje niet meer zag. Iemand in mijn omgeving gaf dit aan mij terug en zei: “In het donker zie je niets” - iets wat mij sterk aan het denken heeft gezet.
In eerste instantie voelde ik me aangevallen door die uitspraak. Het zat toch niet tussen mijn oren? Ik zat er toch daadwerkelijk doorheen? Ik kon het huishouden toch echt niet meer bijbenen? Ik had toch echt heel veel meegemaakt? Maar toen ik het wat meer had laten bezinken begon ik te vermoeden dat er een kern van waarheid zat in wat mij was gezegd.
Ik besefte dat ik er alle reden toe had om het leven zo somber in te zien, maar dat deze blik mij niet verder zou helpen. Wilde ik ooit nog uit die tunnel komen, dan moest ik mij wel gaan openstellen voor de mogelijkheid dat het niet altijd zo donker zou hoeven zijn.
Ik koos niet voor het donker, maar ik ben wel verantwoordelijk voor wat ik met de rest van mijn leven wil. Soms wil ik schreeuwen dat ik hier niet om heb gevraagd, maar uiteindelijk is dit leven wel van mij. Ondanks de dingen die mij zijn overkomen, wil ik mij niet passief laten meesleuren door de aanzuigende kracht van tunnelgedachten. Ik vecht ertegen.
Ik wil niet langer alles geloven wat ik denk. Deze houding helpt mij, in ieder geval om me minder overgeleverd te voelen aan de kracht van negatieve gedachten. Dat gedachten enorm sterk kunnen zijn is wel duidelijk. Laat het dan ook de andere kant op werken. Ik wil een andere bril: een die me niet naar het donker leidt, maar langzaam naar het licht.
“Als je diep in het donker zit, dan zie je niets.” Ik begrijp het als je niet ziet hoe het voor jou anders zou kunnen zijn. Als je niet gelooft dat het voor jou beter zou kunnen worden. En misschien worden bepaalde dingen dat ook niet. Maar als er iets is om in te geloven, dan is het wel in de kracht van jouw eigen blik. De wijze waarop je kijkt. Je hoeft dit niet alleen te kunnen. Zoek hulp, praat erover. Laat iemand jou helpen naar het einde van de tunnel.