Ik denk dat veel mensen met wie het niet goed gaat, de bovenstaande strijd zullen herkennen. Ergens diep vanbinnen wil je zo graag van je laten horen. Je zit verstopt in het donker en snakt naar iemand die je echt ziet. Maar tegelijkertijd kan juist dat, je uitspreken en gezien worden, ook ontzettend eng zijn. Want wat als je niet wordt opgevangen, maar keihard op de grond valt?
Zelf zat ik lang in deze tweestrijd. Zwijgen of spreken? Hoe langer ik geheimhield dat het niet goed met me ging, hoe meer ik in mezelf keerde. Hierdoor werd het alsmaar moeilijker om uit te reiken naar de mensen om me heen. Mensen die er misschien wel voor me wilden zijn, maar die niet wisten dat ik dat nodig had.
Omdat ik het niet liet weten en mijn strijd verborgen hield. In mijn schulp overtuigde ik mezelf dat ik alleen was, dat niemand wilde luisteren. Maar door me blind te staren op het donker, waren mijn ogen gesloten voor de optie dat er ook een positief scenario mogelijk kon zijn. Door mezelf af te zonderen, vergrootte ik mijn eenzaamheid. Een scenario waarin het goed kon zijn om te praten, hield ik door mijn tunnelvisie niet voor mogelijk.
Er is een vraag geweest die mij echt anders naar deze tweestrijd heeft laten kijken. Daar waar ik voor lange tijd bezig was met het verzinnen van redenen om niet te praten, las ik eens een stukje op een forum waarin iemand schreef: waarom wel? Ik vind het bijzonder hoe twee woorden me zo aan het denken hebben gezet. Ik besefte me dat ik nooit serieus had overwogen wat het me zou kunnen opleveren om te delen hoe het met me ging. Ik besloot mijn ogen te openen voor deze optie. Daardoor opende ik mijn ogen eerst voor een hele hoop angst.
Langzaam deed ik de deur van het veilige, maar donkere kamertje van mijn gedachten open. Een kier van licht kwam naar binnen en ik begon na te denken over manieren om kenbaar te maken dat het niet goed met me ging. Dat was zeker geen makkelijk proces en daar kwam veel angst bij kijken. Angst voor afwijzing, angst voor alle schaamte en pijn. Garantie op een goede ontvangst had ik niet. Telkens als ik weer in mijn schulp wilde kruipen stelde ik mezelf die vraag: maar waarom wel? En zo besloot ik dat ik het een kans moest geven, dan maar met een hoop risico’s en een buik vol angst erbij.
Met trillende handen belde ik een vriendin op. De woorden die al twee jaar in mij verscholen lagen, struikelden uit mijn mond: “het gaat niet meer”. Tuurlijk, ze schrok. Tuurlijk, het raakte haar. Maar ze liet me niet vallen. Ze wilde juist helpen. Zij heeft me geholpen om de stap naar de huisarts te zetten, en vanuit daar naar een fijne therapeut.
Ik hoefde het niet langer alleen te doen. En misschien nog wel belangrijker: ik ervaarde dat de negatieve gedachten waarvan ik mezelf al die tijd had overtuigd, niet waar bleken te zijn. Nog steeds komen er soms angstige gedachten in me op die me vertellen waarom ik maar beter niet kan praten. En nog altijd stel ik mezelf dan de vraag: waarom wel?
Misschien lees je dit en denk je dat hetzelfde niet voor jou geldt. Misschien zit je zo diep in het donker verstopt, dat je niet voor mogelijk houdt dat het anders kan zijn. Toch hoop ik dat je ergens vanuit die diepte een plekje in jezelf kunt vinden dat hoop heeft. Durf jij jezelf te vragen waarom wel?