Vrolijkheid, luchtigheid schreef ik af als naïef. Hoewel ik het als een kracht zie om het leven diepgaand te kunnen ervaren, ben ik afgestapt van het idee dat diepgang alleen in het donker verscholen ligt. Diepgang schijnt ook in het licht.
Ik denk dat het heel menselijk is om te neigen naar muziek, boeken en kunst die ons raakt. Je bekijkt iets, het ‘klikt’, en je ervaart het als betekenisvol. Het voelde als een opluchting om die (h)erkenning te vinden: voor even ben je niet langer alleen in je leed. Gelukkig waren er meer sombere mensen, zij begrepen mij. En blije mensen, zo redeneerde ik, begrepen mij niet. Begrepen het leven niet. Hoe konden zij doen alsof de wereld een mooie plek was, terwijl er zoveel ellende plaatsvindt?
Een lichtvoetige kijk op het leven schreef ik af als naïef en kortzichtig, en dus omringde ik mijzelf alleen met zware kost. Onbewust vormde dat mijn blik: hoewel er inderdaad veel leed is in de wereld, kwam ik in een cirkel van donkerte terecht. Mijn beeld van de wereld werd minder genuanceerd. Ik kon niet goed zien dat er naast het donker, toch zeker ook nog ruimte is voor het licht. Zonder het te willen maakte ik de wereld tot een zwarte plek waar weinig ruimte over was voor nuance.
Achteraf gezien denk ik dat het mij een gevoel van veiligheid bood om van het donker uit te gaan. Als je erop rekent dat het leven een nare wending zal nemen, ben je in ieder geval op het ergste voorbereid. Althans, zo dacht ik toen. Nu zie ik dat dit een schijnveiligheid was die mij weghield van het mooie dat het leven ook te bieden heeft. Door continue uit te gaan van het slechte, ontnam ik mezelf de mogelijkheid om het goede te zien.
Terwijl we ons uiteindelijk nu eenmaal niet volledig kunnen voorbereiden op hoe het leven zal lopen. Het vergt moed om die schijncontrole, die schijnveiligheid op te geven, en te durven hopen op de kans op licht. Dit is de paradox: door ons open te stellen voor het leven maken we onszelf kwetsbaar. Dat is enorm eng, maar ook de enige manier om te kunnen ervaren dat het leven daadwerkelijk goed kan zijn.
Inmiddels gaat het een heel stuk beter met mij. Natuurlijk kent ieder mens moeilijke periodes, ook ik. Maar ik heb langzaam maar zeker geleerd om me open te stellen voor het goede dat het leven te bieden heeft. Voor luchtigheid, gezelligheid en blijdschap. Voor zon, sitcoms en plezier. Nog steeds ben ik soms bang dat ik het op een dag allemaal weer kwijt zal zijn. Ik kan nog altijd vrezen dat ik iets ergs over het hoofd heb gezien.
Maar ik laat mijn angsten niet langer mijn leven besturen. Als ik wil leven, moet ik met die angst vooruit. Wat mij daarin helpt, is om me beseffen hoe ontzettend betekenisvol het is om na jaren van somberte, nu te kunnen lachen. Om het leven hoopvol te bekijken ondanks al het verdriet. Misschien is dat pas echt diepgaand: om écht te willen leven, ondanks alles wat ik heb meegemaakt.