Sinds haar 50ste kreeg mijn moeder last van depressies, gevolgd door periodes van manie. De episodes duurden langer en werden steeds intenser. Tijdens haar depressies sliep ze veel, kwam ze nauwelijks het huis uit. Dan keken we de hele dag tv, waren de gordijnen dicht. Tijdens haar manie moest ze de verloren tijd weer inhalen. Dingen moesten opgelost worden, ze moest en zou gaan leven en iedereen moest daar plaats voor maken. Dan werd ze geagiteerd, vijandig en was er veel onrust. Haar ziekte richtte steeds meer schade aan en periodes van stabiliteit kwamen niet meer terug. Adequate hulp was er niet. De ziekte nam alle ruimte in en liet nog maar weinig over voor de mooie, slimme, gevatte en energieke vrouw.
Boos op mijn moeder ben ik nooit geweest. Waarom zou ik boos worden op de vrouw die mij door het leven leidde? Hoe kan ik boos zijn op de vrouw die, zoals mijn vader altijd zo mooi benoemt, zorgde voor het gevoelsfundament in huis? Die mij de liefde en veiligheid bood zoals alleen een moeder dat kan doen. Ze was prettig gestoord, gefascineerd door wat andere mensen bewoog en hield van diepgang. Ik ben geworden wie ik ben en dat is door haar verdiensten. Bovendien, zij koos de ziekte niet. Het koos haar. Door de ziekte te laten verdwijnen, moest zij verdwijnen. Geen reden voor boosheid.
Het is straks vijf jaar geleden en ik mis haar nog iedere dag. De daad van mijn moeder heeft al vrij snel een plekje gekregen. Maar voor altijd dood zijn, dat duurt best wel lang en ik vind het niet makkelijk om levensfases zonder haar te doorlopen. Ik probeer veel te praten over het verlies en de mentale last die erbij komt kijken. Mijn moeder heeft zoveel alleen moeten verdragen.
De donkerste dagen waren alleen voor haar gereserveerd, uit onbegrip, uit schaamte en misschien omdat ze ons wilde sparen. Had ze de pijn maar iets mogen verdelen; de pijn van een ander is altijd makkelijker te verdragen. Dus ik probeer het nu anders te doen. Door eerlijk te zijn wanneer het te zwaar is. Door hulp te durven vragen. Door het niet allemaal alleen te willen dragen.
Het is inmiddels wetenschappelijk bewezen dat psychisch lijden wordt verzacht wanneer de mens dit kan uiten bij een ander mens. Het geeft hoop dat we elkaar werkelijk kunnen helpen door simpelweg mee te tillen. It takes a village... geldt hier dus ook. Samen voelt het draaglijker. En ik had mijn moeder dat ook zo gegund.
Ik heb vorige week mijn haren kort geknipt. Nu lijk ik nog meer op haar. En dat maakt mij trots.
Tessa.