Denk je aan zelfdoding?

We zijn er voor je.
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Moed
15-05-2024

Hij is er niet meer en ik ben niet meer wie ik was

Op 11 november 2018 verliest Anne haar man Erik aan zelfdoding. Zijn overlijden komt voor haar als een verrassing. Na zijn dood las ze alles over zelfdoding wat ze maar kon vinden: studieboeken, onderzoeken, ervaringen van anderen. Ze wilde begrijpen wat er was gebeurd: ‘Wat had ik gemist?’

Erik was een mooie man. Lang, breedgeschouderd, zachtaardig en vriendelijk. Geïnteresseerd in de ander. Op onderdelen bescheiden. Op andere onderdelen zeer volhardend in zijn overtuigingen. Veeleisend voor zichzelf, en ook wel voor anderen. Geen makkelijk mens, maar wel de mens waar ik mijn ziel en zaligheid mee deelde. Waar ik volwassen mee ben geworden. Waar ik huis en haard mee heb opgebouwd, en drie prachtige kinderen mee heb gekregen. De persoon in dit leven waar ik met zoveel draadjes mee verbonden was.

In de dertig jaar dat we samen zijn geweest, waren er hoge toppen en diepe dalen. Erik leefde voor de Gezins-BV, zoals hij ons altijd noemde. Hij was een zeer betrokken echtgenoot en vader. Zette zich volledig in voor ons gezin en ons huishouden. Vroeg weinig voor zichzelf. We hebben eindeloos met elkaar gepraat. Dat begon op de dag dat we elkaar leerden kennen, tijdens een weekend Texel met de barcommissie, tot op de laatste dag. We bespraken wat ons bezighield, onze dromen en verlangens, waar we tegen aan liepen. We mochten graag samen plannen maken. Erik deelde echt zijn zorgen en gedachten wel, maar toch kon hij ook onbereikbaar en zwaarmoedig zijn. Dagenlang in zichzelf opgesloten zitten.

De periode voor zijn overlijden was moeilijk. Erik had sinds een half jaar een andere baan. Een pittige functie, waarin hij zichzelf opnieuw moest uitvinden. Hij had het naar zijn zin, maar liep tegelijkertijd tegen zichzelf op. Een aantal maanden daarvoor was hij tijdens het fietsen met de MTB-club hard gevallen, waarbij de aanhechting van zijn sleutelbeen was gescheurd. Dat betekende maandenlang de uitlaatklep van het fietsen moeten missen. Het verstand op nul, en met de jongens door het bos raggen kon niet meer. En toen het wel weer kon was Erik zijn onverschrokkenheid op de fiets kwijt, en het echt lekker los gaan was er niet meer bij. Zijn vijftigste verjaardag kwam eraan. Daar zag hij tegenop…

Wat heb ik nou helemaal bereikt? Wat stel ik voor?

Hij kwam weer in een donkere periode terecht. Dat hadden we wel vaker meegemaakt. Het moeilijke van donkere periodes vond ik, dat ik niet zag wat hij zag. Ik wilde hem weer het licht in trekken, zei dingen als ‘Maar kijk dan hoe goed we het hebben, kijk dan naar onze prachtige kinderen, we hebben zo veel om dankbaar voor te zijn!’.

Achteraf denk ik dat ik naar hem had moeten luisteren, in plaats van proberen hem te overtuigen. Dat ik had moeten afdalen naar de bodem van de put, waar hij zat. Bij hem had moeten blijven. En tegelijkertijd weet ik nog heel goed hoe moeilijk het was. Als hij zei ‘Ik ben gewoon niet gelukkig, An’, dan ging dat ook over mijn leven. Ik was de andere kant van dezelfde medaille. En het leven riep: er is een gezin te runnen, werk te doen. Het voelde als een glazen muur tussen ons: Erik leefde onder hetzelfde dak, en was toch onbereikbaar.

Op zondagmiddag zei Erik ‘Ik ga even een stukje rijden’. We hebben een oude klassieke Volvo, daar reed hij graag in, dus op dat moment zocht ik daar eigenlijk niets achter. Naarmate hij langer weg bleef, groeide onze onrust. Zijn mobiel beantwoordde hij niet. We zijn gaan zoeken, maar vonden hem niet. Hoop en vrees wisselden elkaar af. ’s Avonds hebben we de politie ingeschakeld, die is op de straling van zijn telefoon gaan zoeken. Rond een uur of vier ’s nachts werd Erik gevonden. Hij zat in zijn auto, hij leefde niet meer.

Er zijn geen woorden om te beschrijven wat ik voelde toen in de vroege ochtend twee politiemensen in uniform samen met onze vriend, de dominee van ons dorp, bij ons in de kamer stonden. Ik wist het, voordat ze iets zeiden. Daarna zijn we in een stroomversnelling beland. Het moeilijkst vond ik het om onze directe familie in te lichten. Eriks vader en zus. Mijn moeder en zussen.

Het ongeloof… Erik, slimme, bedachtzame, belezen, welbespraakte Erik… als die Erik dit leven al niet aan kan, wat moet er dan van ons worden…?

Werk bellen. School bellen. Het huis stroomde vol. Onwerkelijk, de Erik die de dag daarvoor ons huis uit liep, lag nu opgebaard in de erker. Vanuit het niets moest er een uitvaart worden geregeld.

Het hele dorp was geschokt dat dit was gebeurd. Hoe kon Erik, die het altijd zo voor de wind leek te gaan, dit zijn overkomen? Op woensdag is er in onze kerk een wake georganiseerd. Er was muziek. Er brandden kaarsen. Mensen konden een boodschap voor ons opschrijven. Ik heb zelf het verhaal verteld. Dat heeft ervoor gezorgd dat mensen van onszelf hebben gehoord wat er was gebeurd. Geen ruis, of allerlei vragen achteraf. Ik wilde dat wij de dag daarna gewoon naar school en naar de supermarkt konden, gewoon de hond uitlaten, zonder steeds opnieuw het verhaal te moeten doen – vooral ook voor de kinderen vond ik dat belangrijk.

De uitvaart hebben we gehouden in het dorp waar Erik is opgegroeid. In de kerk waarin hij misdienaar was geweest. De kerk waarin we zo vaak kerst hebben gevierd. De kerk van waaruit ook zijn moeder is begraven. Voorin de kist – gemaakt door onze zoon – rondom allemaal kaarslichtjes. ‘Als alles duister is…’. Al die bekende, dierbare gezichten. Zoveel mensen, zoveel medeleven. De betrokkenheid van mensen om ons heen was hartverwarmend. En nog. Er is wekenlang voor ons gekookt. Het dorp draagt ons. Onze vriendenkring staat dicht om ons heen. De fietsclub helpt nog steeds met het tuinonderhoud.

En nu zijn we inmiddels ruim vier jaar verder. Ongelooflijk, dat er één van ons uit de tijd valt en dat de tijd gewoon doorgaat… We hebben vrij snel de praktische draad weer opgepakt. De kinderen weer naar school, ik weer aan het werk. Dat ging de ene dag beter dan de andere, maar het ging. Ik heb eindeloos gewandeld. Hond Puck is altijd blij om er op uit te trekken. Dat is een zegening. Ondertussen voelt het alsof de verdoving langzaam raakt uitgewerkt. Ik voel de pijn van het verlies steeds meer.

Eén van de kinderen zei nog niet zo lang geleden ‘Eigenlijk is het niet eerlijk: Erik is nu van zijn probleem af, en wij moeten er de rest van ons leven mee dealen’. Zo voelt dat soms.

De rouw zet ons op een bepaalde manier apart: de mensen om ons heen leven ‘vooruit’, terwijl er voor ons zo’n belangrijke stuk van ons leven juist achter ons ligt – voor hen is vier jaar ‘lang geleden’, terwijl de afwezigheid van Erik in onze levens juist steeds meer zichtbaar wordt. Toch gaat er ook veel goed. Ik zie Erik terug in de kinderen. Zij - en ook ik - nemen hem mee in hoe we verder leven. Ze vinden hun weg, zijn inmiddels alle drie volwassen, hebben alle drie een partner waar ze veel aan hebben. Ze ontwikkelen zich tot mooie mensen.

Het rouwen na Eriks overlijden door zelfdoding voelt in alle opzichten anders dan de rouw na bijvoorbeeld het overlijden van mijn vader. De gedachten over ‘wat als….’ steken steeds weer de kop op. ‘Had ik iets kunnen doen om dit te voorkomen?’ Schuldgevoel. Het gevoel dat het anders had gekund. Met mijn hoofd weet ik dat er geen sprake is van schuld. En toch zit ik op één of andere manier in die ‘loop’ van steeds terugkerende gevoelens en gedachten.

In het jaar na Eriks overlijden heb ik twee retraites gedaan. Dat hielp. Niet weg bewegen, maar erbij blijven. Het zette mij aan om een driejarige mensgerichte opleiding op het vlak van begeleiding te gaan doen. Het gaf mij bedding om drie jaar lang met een vaste groep mensen onderweg te zijn, en te leren over de grote thema’s in het leven. Zo ben ik onderweg in het land van rouw. En langzamerhand ontstaat er een vorm waarin ik dit hele moeilijke verlies toch betekenisvol kan laten zijn: Rouwkost & Krachtvoer.

Door het thema zelfdoding meer bespreekbaar te maken. Door mensen te stimuleren naar elkaars verhalen, zorgen en verdriet te luisteren. Door een luisterend oor te bieden aan nabestaanden. Als ik op die manier een waardevolle gesprekspartner voor een ander kan zijn, dan komt er uit Eriks en ons verhaal toch iets moois voort.