Logisch ook, want op internet kun je makkelijk contact leggen met mensen die dezelfde interesses hebben als jij, content bekijken die je vrolijk maakt, of simpelweg een momentje voor jezelf creëren waarin je niet hoeft na te denken over je problemen.
Zo zag ik (Nikki, 24) sociale media ook toen ik in de put zat. Online community's waar ik niet gepest werd, maar waar alle buitenbeentjes samenkwamen en elkaar konden steunen. Iedereen kon meepraten over de problemen van buitenaf, want iedereen was depressief en eenzaam, en dat creëerde een gevoel van saamhorigheid. Tegelijkertijd zorgde dit ook voor een normaliserend effect. Als iedereen zich zo voelt, dan is het niet meer iets waar je echt iets aan kunt of moet veranderen. Voor mij maakte dat de drempel om open te zijn over mijn suïcidale gedachten wel hoger, omdat ik niet vond dat het zo ernstig of serieus was dat mijn omgeving dat moest weten.
Zeker tot een jaar of 5-10 geleden waren er weinig regels op sociale media, en was er genoeg content te zien die je eigenlijk echt niet zou moeten zien, zeker niet als tiener. Er waren bijvoorbeeld op Tumblr blogs die foto’s van zelfbeschadiging deelden, of waar mensen anoniem verhalen konden delen die totaal geen rekening hielden met of iets triggerend kon zijn voor een ander. Al gauw wordt ook dat genormaliseerd, en kijk je van niets meer gek op. Zelfdoding en narigheid was onderdeel geworden van de alledaagse praktijk. Terugkijkend waren dat best heftige dingen om te zien en lezen.
Ik wil echt niet zeggen dat sociale media alleen maar duister is, want dat is zeker niet zo. Ik heb mijn huidige partner via sociale media ontmoet, en een aantal goede vrienden overgehouden aan de periodes dat ik dagelijks in online werelden te vinden was. Ook was het voor mij een eerste stap richting openheid. Online voelt het vaak veiliger om open te zijn over je mentale gezondheid, juist omdat er weinig consequenties aan vast zitten.
Helaas denk ik dat het ook wel negatieve gevolgen heeft gehad voor mij, omdat ik mij erg zorgen ging maken om online vrienden met wie het niet goed ging, juist omdat je er zo weinig invloed op kon uitoefenen. Andersom heb ik ook op hen veel druk gelegd, omdat ook ik er in mijn omgeving niet over kon praten, waardoor zij mijn enige uitlaatklep waren. Achteraf gezien zijn dit geen dingen die je over kunt laten aan tieners, en is het niet voor niets zo belangrijk om een volwassene te vertellen hoe het met je gaat.
Dat wil niet zeggen dat je nooit online over je mentale gezondheid en suïcidaliteit meer mag communiceren, maar de manier waarop kan een stuk beter. In Australië zijn ze hier als eerste mee begonnen, en zijn er inmiddels richtlijnen die ze #chatsafe noemen. Ook in Nederland wordt eraan gewerkt om die richtlijnen te vertalen en te verspreiden.
Ik hoop dat we op die manier een sociale mediacultuur creëren waarin het vooral een veilige haven is voor mensen die last hebben van mentale problemen, en waarin ze minder meegezogen worden in de storm van negativiteit.