Denk je aan zelfdoding?

We zijn er voor je.
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Blog
24-02-2026

Ik ben geen borderliner

Zeventien was ik, nog niet eens volwassen, toen ik de diagnose borderline kreeg. Die diagnose voelde als een afwijzing. Alsof er iets mis was met hoe ik mijn emoties beleefde en uitte. Alsof ik niet te vertrouwen was.

Ik denk dat dit negatieve beeld vooral kwam doordat ik een tante had met borderline. In mijn familie werd op haar neergekeken omdat ze het ene moment intens betrokken was bij mijn neefje, en hem het andere moment compleet verwaarloosde. Daarnaast had ze meerdere seksuele relaties, iets waarvoor ze binnen de familie werd veroordeeld. Neerbuigend werd ze "de borderliner" genoemd. Ik was bang dat mijn familie mij ook zo zou gaan zien.

Hechten aan hulpverleners

De eerste keer dat borderline ter sprake kwam, was aan het einde van mijn opname voor een eetstoornis. In de laatste maanden was ik boos en werkte ik nauwelijks mee aan de behandeling. Dat kwam omdat ik me, na enkele weken, begon te hechten aan de hulpverleners om me heen. Ik kwam uit een onveilige thuissituatie en dit waren de eerste volwassenen die mij echt zagen, naar me luisterden en me serieus namen. Voor het eerst in lange tijd voelde ik me ergens thuis.

Toen werd, uit het niets, de afdeling opgesplitst in twee groepen. Na drie maanden opname moest ik wennen aan allemaal nieuwe hulpverleners, die doorgingen met behandelen alsof deze verandering geen impact op mij had. Omdat ik me voor het eerst in mijn leven zó kwetsbaar had opgesteld, voelde ik me plotseling extreem onveilig. Mijn muren kwamen omhoog, metershoog. Dat uitte zich in destructief gedrag, simpelweg omdat ik niet wist hoe ik met mijn emoties moest omgaan.

Doorverwezen

Ik werd doorverwezen naar een behandelgroep voor jongvolwassenen (16–21 jaar) met persoonlijkheidsproblematiek. Zelf begon ik inmiddels te begrijpen dat onder al die lagen angst trauma verscholen lag. Ik vroeg om traumabehandeling. Maar omdat ik in die tijd nog erg destructief was, was dat volgens hen niet haalbaar. Ik kreeg te maken met meerdere crisisopnames en werd uiteindelijk langdurig opgenomen.

Niemand wist echter dat ik tijdens deze opname seksueel misbruikt werd door een mannelijke verpleegkundige. Door dat misbruik had traumabehandeling geen enkele kans van slagen. Mijn destructieve gedrag werd steeds heftiger. Omdat ik niet sprak over wat er werkelijk gebeurde en mijn destructieve coping als symptoom van borderline gezien werd, werd opnieuw de diagnose borderline bevestigd. Ik moest er maar mee leren leven.

Niemand om op terug te vallen

Van binnen maakte dat me woedend. Ik was meermaals seksueel misbruikt en ik had geen netwerk om op terug te vallen. De hulpverlening beoordeelde de keuzes die ik maakte om hiermee te dealen als ‘borderline’. Dat deed pijn. Want een persoonlijkheidsstoornis zei voor mij iets over wie ik was. Het voelde alsof mijn identiteit werd bestempeld als gestoord.

Inmiddels zijn we jaren verder, en heb ik goede traumatherapie gehad. Toch bleef er lang discussie bestaan over de vraag of ik écht borderline heb (of had). Regelmatig werd behandeling geweigerd vanwege deze diagnose, waardoor mijn negatieve beeld van borderline bleef bestaan.

Complex trauma

Nu weet ik: achter persoonlijkheidsproblematiek schuilt vrijwel altijd complex trauma. Ik zou willen dat iemand mij dat destijds had verteld zodat ik de destructieve excessen in mijn gedrag kon begrijpen. Maar in mijn behandelingen werden borderline en trauma nog als twee losstaande diagnoses gezien.

Op papier heb ik geen borderline meer. Maar misschien zullen bepaalde kenmerken altijd ergens in mij aanwezig blijven. Zo vind ik het lastig om me aan mensen te hechten of hen te vertrouwen. Vertrouwen kost veel tijd en moet langzaam groeien. Doordat ik tegelijkertijd heel sociaal ben, is dat voor anderen soms verwarrend. Ik kan ook impulsieve keuzes maken. Ik leef nu en voel goed aan wat ik op dit moment nodig heb. Lange termijn denken vind ik moeilijker. Maar dat komt voort uit de tijden waarin ik moest overleven, letterlijk, om in leven te blijven.

Geen minder mens

Wat ik nu weet: ik ben geen minder mens, ondanks dat ik kenmerken van borderline (heb gehad). Ik ben wie ik ben, gevormd door wat ik heb meegemaakt, maar zeker ook door de keuzes die ik zelf heb gemaakt. Waaronder de keuze om te herstellen. En dat zegt veel meer over mijn persoonlijkheid dan het label ‘borderline’.

Toch praat ik nog steeds niet makkelijk over het feit dat ik ooit die diagnose kreeg. Het stigma dat eraan kleeft voel ik nog steeds. Daarom wil ik benadrukken: iemand heeft borderline, maar is geen borderliner. Die persoon is een uniek individu, met een verleden, een heden en een toekomst.

Mijn diagnose bepaalt niet mijn keuzes

En die toekomst? Die ligt net zo open als voor ieder ander. De diagnose bepaalt namelijk niet de keuzes die je maakt. Borderline ontstaat vaak uit complex trauma. En hoewel we daar nog lang niet alles over weten, is het behandelbaar. Er is dus een echte kans om weer een mooi leven op te bouwen.

Mij is dat gelukt.
Niet als borderliner.
Maar als mens.