Denk je aan zelfdoding?

We zijn er voor je.
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Hoop
16-04-2023

Ik kan niet geloven dat de donkere jaren voorbij zijn

Marieke is al 17 jaar ontzettend gelukkig met Peter. Samen wonen ze in een dorp in de Veluwe in een mooi huis aan de rand van het bos. Ze speelt harp, leest veel, houdt van hardlopen en wandelen en bakt vaak brood. Haar leven is zeker niet altijd zo gelukkig geweest. Vandaag deelt Marieke haar verhaal met ons.

Eind basisschool vond er thuis grensoverschrijdend gedrag plaats en werden er denigrerende opmerkingen gemaakt richting mij. Ik heb dit geprobeerd zoveel mogelijk weg te stoppen en mezelf er de schuld van gegeven. Dat was in die tijd makkelijker dan dat ik het gedrag van de ander moest uitleggen. Ik merkte wel dat ik het met schoolzwemmen en later op de middelbare school met het omkleden voor gym lastig vond; ik wilde niet dat iemand mijn lichaam zag, ik schaamde me voor mijn lichaam. Dit is een aantal jaar zo door gegaan en verder kon ik meekomen met alles.

Op mijn 15de ben ik in Frankrijk verkracht. Ook heeft mijn broer me misbruikt. Door die 2 ervaringen ben ik langzaam een eetstoornis gaan ontwikkelen. Ik vond mijn lichaam vies en wilde dat er minder van mijn lichaam aanwezig was. Ook kon ik niet omgaan met waarom deze gebeurtenissen hadden plaatsgevonden, dus zocht ik naar iets in mijn leven waar ik controle over had. Dat was het eten, of eigenlijk, het niet-eten.

Eenzaam

Naarmate de tijd vorderde ging het slechter en begon ik me ook somber te voelen. Het niet-eten was op een gegeven moment niet meer voldoende om het leven zo draaglijk te maken, ik begon toen ook met mezelf beschadigen.

Thuis wist niemand iets van wat er binnen in mij allemaal omging en wat ik doormaakte. Ik was bang om alles kapot te maken als ik iets zou vertellen. De zelfbeschadiging is rond mijn 15de begonnen. Hierin voelde ik me heel eenzaam. Als ik dan wondjes had en mijn moeder vroeg waardoor dit kwam, verzon ik iets. Ik werkte toen op de broodafdeling in een supermarkt, dus daar kon je ook wel wat oplopen. Voor mij werkte dit als goede smoes.

Met vlagen wilde ik het liefst al mijn narigheid gewoon vertellen, omdat het ontzettend zwaar was hier zo alleen in te zijn. Maar als ik dan ook weer merkte hoe er met psychische problemen werd omgegaan bij ons thuis, zorgde dit er weer voor dat ik alles voor me hield en zweeg.

Geen bestaansrecht

Toen ik na lang wachten voldoende moed had verzameld aan mijn ouders te vertellen wat mijn broer had gedaan, kreeg ik nauwelijks een reactie van hen. Daarna hebben ze mij nooit laten merken dat ze boos op mijn broer zijn geweest. Na een poos vierden we met het gezin wel sinterklaas. Mijn broer was even emotioneel, door iets wat ik zei, en hij liep even weg. Mijn ouders zeiden het zo sneu voor hem te vinden, hij had het zo moeilijk. Dus na nog meer van dit soort reacties, leek mijn broer voor mijn ouders nog altijd dezelfde te zijn. En dat heeft me enorm veel pijn gedaan. Ook heeft het mij doen geloven dat mijn broer er meer toe doet dan ik.

Ik ben minder waard

Toen ik jonger was, hoorde ik mijn ouders vaak ruzie over mij maken; ik was altijd maar thuis, ik maakte het hen moeilijk, ik stelde me aan, ik moest maar een knop omzetten. Door al deze ervaringen ging ik steeds meer geloven dat ik er niet toe deed en menig mens tot last was. Ik kon er maar beter niet meer zijn.

Door de jaren heen heb ik deze overtuigingen ‘toegepast’ in mijn leven, zoals dat ik mijn naam nooit met een hoofdletter schrijf, want ik doe er niet toe. Ik ben het niet waard om met een hoofdletter geschreven te worden. Wanneer ik de tafel dek, geef ik mezelf de minder mooie messen en vorken, wanneer ik koffie in een kopje doe voor mijzelf, geef ik mezelf een donker kopje, want ik ben een slecht persoon en slecht is in kleuren een donkere kleur. Wanneer ik in de file sta, voel ik me bezwaard naar mijn mede weggebruikers, want als ik er niet zou zijn, zouden zij in een minder lange file staan etc.

Deze overtuigingen zijn op den duur zo in mijn leven geroest, dat het ontzettend moeilijk was deze niet meer toe te passen. Maar door dingen gewoon expres anders en ‘normaal’ te gaan doen, ben ik nu van de meeste overtuigingen af. Het schrijven van mijn naam met een hoofdletter was het moeilijkste, ik kreeg het simpelweg niet voor elkaar om een hoofdletter M op te schrijven.

Nu vind ik mezelf nog steeds het minste waard van iedereen en ik gun mezelf minder dan ik ieder ander mens zou gunnen. Wel heb ik hierin ook een grote stap gezet: als klein meisje wilde ik al harp spelen, maar dat is er nooit van gekomen (te duur). De laatste 2 jaren zat het weer erg in mijn hoofd. Dus uiteindelijk ben ik op aanraden van Peter op proefles gegaan. En zoals verwacht, vond ik het mooi en leuk. Uiteindelijk heb ik dus, na lang wikken en wegen, voor mezelf die harp gekocht. Want ja, ik ben dat misschien toch best wel waard.

Hulpverlening

Mijn eerste kennismaking met hulpverlening was rond mijn 15de. In die tijd had ik regelmatig gesprekken met mijn mentor. Maar mijn problemen waren ‘te groot’ om met een mentor op te lossen, dus heeft hij me naar een maatschappelijk werker doorgestuurd. Al gauw bleek daar hetzelfde; het was ook te groot voor maatschappelijk werk en zo kwam ik bij een psychiater terecht.

Op mijn 18de was mijn eerste opname op de PAAZ, dit duurde een aantal maanden. Daarna heb ik met enige regelmaat een Bed Op Recept (BOR) op de PAAZ gehad. Ter overbrugging naar een andere opname heb ik dagbehandeling gevolgd. Daarna weer in een klinische setting. Ik werd daar helaas ontslagen vanwege een zelfmoordpoging. Na deze poging heb ik nog een aantal zelfmoordpogingen gedaan.

Twee keer bij een poging heb ik op de SEH verpleegkundigen bij m’n bed gehad die alles behalve empathisch waren. Het was niet zo’n slimme actie van me en ik had het maar niet moeten doen. Toen ik later op een verpleegafdeling terecht kwam, is daar geen enkele verpleegkundige langs geweest om te vragen hoe het met me ging.

Na ontslag bij de psychiater waar ik langere tijd ben behandeld, kwam ik in contact met een nieuwe psycholoog. Ik had vanaf het eerste begin een fijn gevoel bij haar. Uiteindelijk heb ik 8 jaar bij haar rondgelopen.

Traumabehandeling

In 2018 wilde ik graag traumabehandeling volgen. Maar na me aangemeld te hebben, raadden zij mij aan eerst mijn eetstoornis op te lossen. Bij verschillende klinieken was ik aangemeld, maar zij gaven aan eerst mijn trauma’s te moeten verwerken. Uiteindelijk ben ik in 2019 in een kliniek opgenomen geweest; eerst een aantal maanden klinisch, daarna 3 dagen per week dagbehandeling. Later dat jaar kon ik een intensief trauma traject volgen. 

Deze plek heb ik niet als helpend ervaren. Naarmate de dagen vorderden, speelden mijn suïcidale gedachten erg op. Toen ik dit bij het begin van een EMDR sessie aangaf, moest ik hier maar mee wachten, nu was het tijd voor EMDR. Ik heb het traject doorlopen, maar ik heb me te veel afgesloten waardoor ik niet bij de naarste herinneringen van mijn trauma’s kon komen en de behandeling daarom geen effect heeft gehad.

Vanuit dit traject ben ik bij een nieuwe psycholoog terecht gekomen. Het was al gauw duidelijk dat ik nogmaals een traumabehandeling moest ondergaan, en nu proberen me er aan over te geven. Dit heb ik in 2021 gedaan. Dit ging erg slecht, in die zin, dat er teveel naar boven kwam waar ik me geen raad mee wist. Het licht in mij is toen uitgegaan, het was te zwaar. Ik werd enorm suïcidaal.

Uiteindelijk is besloten de EMDR en exposure te stoppen en mij alleen 1 op 1 begeleiding te geven (+ gesprekken met psycholoog en ‘creatieve’ therapie). Na dit traject ben ik een aantal dagen thuis geweest en toen is besloten voor een opname op een gesloten afdeling. Ik werd ingesteld op andere antidepressiva en op lithium.

Houd Moed

De reden dat ik nog leef, is Peter. Hoe graag ik tijdens mijn laatste depressie ook niet meer wilde leven, mijn liefde voor hem heeft me ervan weerhouden het te doen. Ik kon het namelijk niet aan om hem met mijn zelfmoord zoveel pijn te doen. Dat zou betekenen dat ik zijn leven zwaar maak als ik leef, maar ook nog als ik niet meer leef. Daarbij was ik ook ontzettend angstig voor als het niet zou lukken, wat dan?

Als ik nu terugdenk aan deze pikzwarte periode, heb ik geen idee hoe ik deze tijd door ben gekomen. Soms voelt het alsof ik er al niet meer was, maar dat alleen mijn lichaam nog op aarde was. Ik was er niet meer bij, leefde niet meer, was van binnen allang dood gegaan. Ik weet dus ook niet wat ik verder kan vertellen over deze dagen. Wel weet ik dat er op een donderdagmiddag iets veranderde. Ik voelde een kort moment dat ik niet intens somber was. Na deze donderdag kwamen die momenten steeds wat vaker voorbij en duurden ze ook langer. Het gaf me hoop, ook al was het maar een heel klein beetje

Gewoon leven

En verder, heel simpel, maar door het leven ‘gewoon’ te leven en te ervaren dat het steeds beter gaat. In het begin was ik nog erg bang als ik een mindere dag had. Ik was bang dat het weer een begin van wederom een depressie zou zijn. De thuisbegeleiding na mijn opnames heeft me hierin ook goed ondersteunt. Ook wordt mij steeds gezegd dat ik alles in kleine stapjes moet doen en de lat niet te hoog moet leggen. Dit vind ik nog erg moeilijk.

Stabiel

Ik ben ruim een jaar stabiel en dat is ontzettend fijn. Niet alleen voor mij, maar zeker ook voor Peter. Het is voor hem ook enorm zwaar geweest.

Ik slik nog veel medicatie en het liefst wil ik daar zo snel mogelijk mee stoppen. Maar ja, als ik dit nodig heb om beter te functioneren, dan is dat maar zo. En met de lithium ben ik eigenlijk wel blij, ik kan hierover zeggen dat dit middel mijn leven heeft gered.

Wel is mijn eetstoornis weer op gaan spelen de laatste maanden, waarschijnlijk omdat ik wederom het leven niet onder controle heb (niet meer werken, bijna 2 jaar ziektewet, sollicitatieplicht wat veel stress geeft etc). Ik loop sinds afgelopen zomer bij een diëtist om weer wat kilo’s aan te komen, maar dit gaat heel erg moeizaam.

Angst voor een terugval

Momenteel heb ik wel het gevoel in een soort reservetijd te leven. Alsof het leven dat ik nu leef een extraatje is, maar waar gauw een einde aan gaat komen. Alsof ik op iets ergs aan het wachten ben. Misschien omdat ik nog niet helemaal kan geloven dat de donkere jaren nu echt voorbij zijn. De angst dat de zware depressie weer terugkomt is nog erg groot.

Mijn slapen wordt nog wel erg beïnvloed door angst en met enige regelmaat door nachtmerries. Ik voel me niet in elke houding veilig wanneer ik in bed lig; dit heeft nog erg met mijn trauma’s te maken. Als ik ‘s nachts wakker ben, ben ik vaak nog alert en houd ik mezelf wakker omdat ik bang ben te gaan slapen.

Zelf doen

Eind december heb ik mijn traject bij de GGZ afgerond. Na ruim 20 jaar hulp mag ik het nu zelf gaan doen. Soms is dat wel spannend. Maar vooral probeer ik te denken dat ik wel klaar ben om eindelijk te gaan leven. Voor nu hoop ik dat ik gauw weer aan het werk kan en daarna weer in alles ‘een normaal leven’ leidt en verder kan met de toekomst, onze toekomst.