Ik had onbewust de conclusie getrokken dat mensen niet te vertrouwen zijn
Zelfdoding is voor het grootste deel van mijn leven al een thema. Als kind was mijn gezinssituatie redelijk instabiel. Mijn ouders hadden vanaf mijn geboorte een LAT- én knipperlichtrelatie. Daar kon ik als kind intens verdrietig van worden, tot op het punt dat ik rond mijn 8e tegen mijn moeder zei dat ik liever dood wilde dan me de hele tijd zo voelen. Ik ben toen een tijdje naar een kinderpsycholoog gegaan.
Uiteindelijk zijn mij ouders definitief uit elkaar gegaan en heb ik het contact met mijn vader verbroken. In die tijd dacht ik dat ik de pijn van mijn gezinssituatie voldoende verwerkt had, maar ik ben er intussen wel achter dat ik zoveel mogelijk mijn emoties was gaan onderdrukken om maar niet met vervelende gevoelens om te hoeven gaan. De zelfdodingsgedachten waren daardoor weg, maar er was ook geen ruimte meer voor positieve emoties.
Ik had onbewust de conclusie getrokken dat je niet op mensen kunt vertrouwen en vanaf dat moment heb ik mij als einzelgänger opgesteld waarbij ik weinig contact maakte met mensen en emotioneel afstand hield van de mensen met wie ik wél omging. Dit resulteerde erin dat ik me steeds angstiger ging voelen in sociale situaties en dat mijn algehele zelfbeeld enorm kelderde. Gedachten die regelmatig door me heen gingen zijn bijvoorbeeld “ik zal altijd een buitenbeentje zijn”, “ik durf niks en dat zal niet veranderen” en “ik wil niks in het leven dus ik ben waardeloos”.
Tijdens de middelbare school besteedde ik steeds minder tijd aan schoolwerk en steeds meer tijd aan vermijdend gedrag. Dit deed ik onder andere door me op te sluiten in mijn kamer en te gamen om aan de realiteit te ontsnappen. De verantwoordelijkheden die ik had kostten steeds meer moeite en als het even kon probeerde ik onder dingen uit te komen. Tot in mijn examenjaar de druk zo hoog was opgelopen dat ik niet zag hoe ik nog verder kon. Ik voelde me constant slecht, had het idee dat ik nergens goed in was, had geen toekomstperspectief en kon eigenlijk alleen maar denken aan uit het leven stappen. Ik schaamde me best wel voor hoe ik me voelde en wist ik niet goed hoe ik over mijn gedachtes en gevoelens zou kunnen beginnen te praten.
Op een gegeven moment voelde ik me zo perspectiefloos en vond ik mijn leven zo onbelangrijk dat ik dacht “wat heb ik te verliezen?”. Ik ben toen naar een vertrouwenspersoon gegaan en in plaats van helemaal uit te denken wat ik allemaal precies wilde vertellen en met welke woorden dacht ik “het enige wat ik moet doen is zeggen dat het niet goed met me gaat, de rest komt vanzelf wel op een manier naar boven”. Naar aanleiding van dat gesprek ben ik in behandeling gekomen bij verscheidende behandelaren.
Alles was in deze periode een trigger voor een intens en langdurig gevoel van wanhoop
Met ondersteuning van die behandelaren heb ik een poging gedaan om mijn zelfvertrouwen op te bouwen in de hoop ook weer te kunnen gaan studeren. Ik heb tot drie keer toe een start gemaakt aan een hbo studie, maar ik liep elke keer tegen dezelfde hardnekkige problemen aan: het idee niets goed te kunnen doen, grote angst in sociale situaties en me constant slecht voelen. Toen de derde poging tot studeren ook mislukte, zag ik het echt niet meer zitten en besloot ik te handelen naar mijn gedachten: ik deed een poging tot zelfdoding. Ik kan mij nog herinneren dat alles op dat moment een trigger was voor een intens en langdurig gevoel van wanhoop.
Ik ben toen eerst op een gesloten afdeling beland. Hierna heb ik twee intensieve klinische behandelingen gedaan met als gevolg dat ik een stuk sterker in mijn schoenen sta. Het is hierna zelfs gelukt om een mbo niveau 4 opleiding af te ronden en een periode fulltime te werken.
Toch had ik niet het gevoel dat er iemand was die mij écht zag in deze tijd. Ik kon met hulpverleners en groepsgenoten in therapie wel openlijk praten over hoe ik me voelde, maar ik hield bijna altijd wel een emotionele afstand tot mensen. Uiteindelijk lukte het wel om sommige mensen wat dichterbij te laten. Dat was dubbel en onwennig. Aan de ene kant voelde dat erg kwetsbaar, aan de andere kant was het ook wel fijn.

Het was fijn om een omgeving te hebben waar je ongedwongen samen kon zijn met mensen buiten de therapieën en waar je oprechte feedback kon krijgen over je gedrag. Het heeft me zeker geholpen om weer op te warmen naar mensen toe en mijn sociale angst te verminderen. Ook heeft het me geholpen om mijn sterke kanten te ontdekken.
Er zaten met name veel vrouwen in de groep, maar dat heb ik nooit als gek of anders ervaren. Ik heb veel aan mijn vrouwelijke groepsgenoten gehad. Dat gezegd hebbende vond ik het wel fijn dat ik niet de énige man was. Mannen en vrouwen hebben naar mijn beleving over het algemeen toch een ander perspectief over bepaalde aspecten van het leven en het was fijn om zoveel mogelijk verschillende invalshoeken te horen van mensen.
De gedachte aan zelfdoding kan voor sommigen een troostende gedachte zijn, maar het is vrij letterlijk het laatste wat je kunt doen. Misschien zijn er nog andere opties naar een beter leven als je jezelf toe laat deze te ontdekken met hulp van anderen.
Ik heb zelf niet de ervaring dat er een sterk stigma hangt rond zelfdoding. Voordat ik erover durfde te praten, had ik wel het idee dat het iets was waar je niet over praat; iets wat taboe is. In mijn ervaring reageerde iedereen met wie ik heb gedeeld dat ik suïcidaal/depressief was empathisch. Hoogstens reageerden mensen geschrokken, omdat ze om me gaven en me niet kwijt wilden.
De gedachte aan zelfdoding kan helpend zijn. Weten dat als alles faalt er nog iets is wat in je macht ligt om van lijden verlost te zijn is voor sommigen een troostende gedachte. Een citaat waar ik aan moet denken is “a prison becomes a home if you have the key” van George Sterling. Maar wees alsjeblieft niet te haastig met die sleutel te gebruiken. Ik geloof dat de gedachte aan zelfdoding het resultaat is van geen opties meer kunnen zien. Het is vrij letterlijk het láátste wat je zou kunnen doen. En ook al kun je op dit moment misschien geen opties zien naar een beter leven, allicht zijn ze er wel en kun je ze ontdekken met hulp van anderen.
De kennis dat er nog dingen waren die ik kon proberen om me beter te gaan voelen, gecombineerd met de gedachte dat als aan het eind van de rit niks heeft uitgemaakt ik altijd nog de handdoek in de ring kon gooien.
A prison becomes a home if you have the key