Binnen zie ik mensen met elkaar feesten, de slingers ophangen en het vooral gezellig hebben met elkaar. Maar ik sta buiten in de regen te wachten tot iemand opendoet.
Ondanks dat het harder begint te regenen, ben ik enigszins nieuwsgierig naar wat zich daar binnen afspeelt en blijf ik staan kijken. Mensen hebben het leuk en gezellig met elkaar en ik begrijp maar niet waarom ik hen niet kan bereiken. Dan begint het plotseling te stortregenen. Ik zie dan ook dat niet iedereen het daarbinnen even gezellig heeft. Er wordt geoordeeld, geruzied, bekritiseerd, meningen worden niet geaccepteerd. Dan verdwijnt mijn hele nieuwsgierigheid naar het leven.
Ik wil daar niet eens bij zijn. Daar wil ik ver, ver, heel ver bij vandaan zijn. En daar is mijn hoofd maar één oplossing voor en dat is verdwijnen uit het leven van al die mensen, waarvan niemand mij gehoord heeft en niemand mij binnenlaat. Ze zitten niet op mij te wachten. Ik voel mij een slechte moeder, een slechte partner, een slechte dochter, een slechte werknemer, een slecht persoon. Allemaal redenen waarom ik niet binnen word gelaten op het feest. Ik was ervan overtuigd dat iedereen om me heen beter af was zonder mij.
Dit was de wereld zoals hij voor mij heel lang voelde. Ik had geen toekomstperspectief en voelde mij te veel en onbegrepen. Elke dag voelde op een gegeven moment aan als een hel waar ik in wakker werd. Ergens halverwege vorig jaar ben ik begonnen met afscheidsbrieven schrijven naar mijn naasten. Ik ben foto’s en muziek gaan uitzoeken voor mijn afscheidsdienst. Heb abonnementen opgezegd en ben de feestdagen op de een of andere manier nog doorgekomen. Op 2 januari heb ik mijn partner en kinderen een kus en een knuffel gegeven en ben ik naar mijn werk vertrokken, wetende dat ik niet meer terug zou keren.
Ik wist dat ik de werkdag alleen zou afsluiten. Dit maakte het makkelijk om alles te realiseren voor hetgeen ik van plan was... Maar het lukte mij om een of andere reden niet. Uiteindelijk heb ik het opgegeven en ben ik radeloos naar huis gereden. Mijn vriend zag dat ik in paniek was en vroeg wat er was gebeurd, waarna ik aangaf dat ik echt niet meer wilde en dat ik er een eind aan wilde maken.
Hij heeft de spoedeisende hulp gebeld waardoor we uiteindelijk bij de crisisdienst van Lentis zijn beland. We hebben daar die week hele goede gesprekken gehad. Ik gaf aan dat ik mij ongeneeslijk ziek voelde en dat ik sterk dacht aan euthanasie. Zij gaven aan dat ik inderdaad ziek was, maar volgens hen zeker niet ongeneeslijk. Ze zouden mij willen helpen, maar daarvoor zou ik wel fysiek aanwezig moeten zijn om hun de kans te geven en te laten zien dat zij mij konden helpen.
Ik ben nu, ruim een half jaar later, heel blij dat ik die kans gepakt heb. Ik heb deeltijdtherapie gevolgd, waar ook Psychomotorische therapie bij hoorde. Bij PMT werd ik er weer aan herinnerd hoe belangrijk beweging is voor mijn gemoedstoestand. Na de deeltijdbehandeling heb ik mij dan ook direct aangemeld voor een boks cursus voor vrouwen, iets wat ik nu nog steeds twee keer per week met veel plezier doe en waar ik elke keer vol energie vandaan kom.
Tijdens de groepssessies heb ik geleerd positief te blijven denken en vooral om mij te uiten en gevoelens en gedachtes niet op te kroppen. Niet te blijven hangen in negatieve gedachtes en gevoelens. Wat voor mij niet betekent dat je altijd positief en gelukkig hoeft te zijn. Maar dat je wel weet dat de storm ooit weer gaat liggen. De gesprekken hebben mij doen inzien dat ik er daadwerkelijk mag zijn. Dat ik ertoe doe. Dat ik alle maskers die ik in mijn leven heb opgezet, nu weer mag afzetten. Dat ik alle aangeleerde patronen mag loslaten en weer mag uitzoeken wie ik ben in de kern. Dat wie ik ben goed genoeg is. Dat ik open en eerlijk mag zijn. Dat ik dat zelfs moet zijn, om niet weer in die hele diepe put te belanden. En mocht ik daar ondanks alles wel weer in belanden, dat ik het niet alleen hoef te doen, dat ik hulp mag vragen en hulp mag aannemen. Dat ik niet altijd perfect hoef te zijn.
Ik heb de afgelopen maanden veel boeken gelezen over persoonlijke ontwikkeling. Wat mij nog meer bevestigd heeft in bovenstaande. En waardoor ik er steeds weer aan word herinnerd dat er boven alles echt nog hoop is. Hoe uitzichtloos het leven ook lijkt. Ik dacht een jaar geleden dat ik echt niet meer verder kon. Dat mijn tijd op aarde lang genoeg was geweest.
Nu besef ik dat er wel degelijk toekomstperspectief is. Dat ik er wil zijn om mijn kinderen op te zien groeien, dat ik ze een mooie toekomst wil geven. Samen oud wil worden met mijn partner. Dat ik nog zoveel wil en kan leren, en dat ik mij nog verder mag ontwikkelen als persoon. Dat ik die kans nu alsnog krijg, daar ben ik dankbaar voor. Dat zal niet altijd perfect gaan, maar niet perfect is goed genoeg.