Naarmate de tijd verstreek leerde ik de mens achter de patiënt kennen en ontdekte ik dat ondanks de heftige gedragingen elk groepsgenootje zijn eigen verhaal had. Vaak kreeg ik enkel flarden mee, maar ieder verhaal was een scenario voor een film die nooit gekeken zou worden, omdat de trauma’s te gruwelijk waren om te verdragen. Dat ikzelf minstens zo’n zware rugzak meedroeg vond ik moeilijk om te beseffen.
Ook viel mij iets anders op, het fenomeen dat wij onderling ‘kopieergedrag’ noemden. Vertoonde patiënt A. bepaald gedrag, dan volgde de helft van de groep al snel. Bij een suïcidepoging, kon je de klok erop gelijk zetten dat meerdere pogingen zouden volgen. Uiteraard ontkenden wij allemaal stellig dat er sprake was van kopieergedrag. Maar komt dit kopieergedrag daadwerkelijk voor? Waarom? En hoe ga je hiermee om als je op een klinische afdeling bent opgenomen?
Vanuit diverse psychologische theorieën wordt inmiddels de aanname gedaan dat kopieergedrag wel degelijk bestaat. Mensen hebben de behoefte om ergens bij te horen. Uit onderzoeken is gebleken dat patiëntengroepen op (gesloten) afdelingen vaak erg geïsoleerd zijn geraakt van de buitenwereld en hun eigen netwerk. Hierdoor is het te verklaren dat zij bepaald uniform gedrag laten zien omdat hiermee een ‘wij-gevoel’ kan ontstaan. Dat biedt veiligheid. Bron: Tijdschrift voor psychiatrie, Kool 2022
Daarnaast blijkt ook dat mensen met bijvoorbeeld eetstoornis-, trauma- en/of persoonlijkheidsproblematiek een sterke innerlijke criticus hebben, waardoor ze zichzelf nauwelijks serieus nemen. Op dit soort afdelingen ontstaat dan het gevaar dat ze de ernst van hun problematiek meten aan de problematiek van groepsgenoten en er daardoor onderling concurrentie ontstaat over wie het verst durft te gaan. Bron: groepspsychotherapie.nl
Zelf herken ik beide punten van mijn tijd op een gesloten klinische afdeling en ik weet nog hoe lastig het was om uit deze cirkel van zelfdestructief gedrag en suïcidaliteit te stappen. Na een langere periode van opnames was het leven nog steeds ondragelijk. Mijn gehele sociale netwerk bestond uit vriendschappen met mensen die net zo ziek waren als dat ik was. Om te kunnen herstellen moest ik dit netwerk van mensen loslaten.
Dit klinkt makkelijk, maar was enorm eng, omdat ik hiermee alles wat veilig en vertrouwd voor mij was, moest loslaten. Het was een enorm rouwproces waar ik doorheen ging omdat het voelde alsof ik mijn vrienden in de steek liet. Ook voelde het alsof ik ervoor koos om er alleen voor te staan.
Ik kon deze periode dragen dankzij hulpverleners die begrepen waar ik doorheen ging en mij onvoorwaardelijk, en 24/7 steunden. Hun nabijheid en hulp om een normaal en gezond leven op te bouwen waren zo belangrijk voor mij. Daarbij was het noodzaak dat ik mezelf serieus leerde nemen. Mijn eigen leed moest ik onder ogen durven zien zonder daar een waardeoordeel aan vast te hangen. Pas toen ik dat durfde was er ruimte om mijn draagkracht op te bouwen.
Het is een lang proces geweest, maar het is een proces dat ik iedereen gun.