Die dag veranderde het hele plan. Ik had reeds lange tijd geen contact meer met mijn broertje. Het was zo gelopen. Jong als hij was, waren er schijnbaar problemen. Ik was te jong om het te begrijpen. Ineens was mijn broertje weg. Hij besloot ergens anders te gaan wonen. Er werden nog enkele pogingen gedaan om het contact te herstellen. Het wilde niet lukken. We werden ouder. Nog eenmaal probeerde ik hem erbij te betrekken. Dat lukte deels maar zorgde uiteindelijk voor een definitieve verwijdering. We begrepen elkaar niet.
Na een aantal jaren liep ik zelf vast en zocht hiervoor hulp. Ik leerde met wat therapie en zelf studie meer begrijpen over mijn problemen. Veel daarvan was terug te leiden naar mijn verleden. Nadat ik het verwerkt had, bleef ik veel lezen en studeren op jeugdtrauma's. Boeiend als dit was leverde het mij een schat aan inzichten op. Ook begon ik weer pogingen te ondernemen om mijn broertje op te zoeken. Eerdere pogingen waren vooral gebaseerd op kinderlijke fantasie en gebrek aan goede vaardigheden het tot een goed plan uit te bouwen. Ik was er nog niet voldoende aan toe.
De dag dat het bericht binnen kwam maakte ineens heel veel duidelijk. Alle stukjes leken ineens op zijn plaats te vallen. De klap was heftig. Ineens was mijn broertje nu wel dichtbij en toch ook weer ver weg. Verwarrend. Nadat de begrafenis geregeld was, begon de zoektocht. Wie was mijn broertje?
Door de aangeleerde vaardigheden maakte ik dit keer wel een geslaagde poging tot een contact. Het begon met een visite kaartje en mijn telefoonnummer. Een week later had ik het lang verwachte resultaat om een gesprek te voeren. De pleegvader van mijn broertje bleek heel graag mee te willen werken. En die kans greep ik aan en zo leerde ik eindelijk stapje voor stapje vragen stellen, antwoorden vinden en een verhaal maken waar ik al zo lang naar op zoek was. Ik kreeg hulp van iedereen die iets kon vertellen, ook officiële instanties bezocht, documenten door gelezen en ook zijn persoonlijke spullen. Ze gaven mij een ander verhaal en vulde de hiaten op die er waren. En toch. Mijn broertje kon ik er niet meer mee helpen.
Wat leken mijn broertje en ik veel op elkaar. Wat hoorde ik veel: verrek, jullie lijken op elkaar! Manier van praten, lachen, werken, uiterlijk, denken en zoveel meer. En toch? Er was een verschil. Hij besloot te stoppen en ik besloot door te gaan. Nu ik zijn verhaal ken, ben ik niet boos op hem. Ik weet wat er in hem om ging en ik weet dat ik hem niet alles mag verwijten. Soms loopt het zo. Ik vind het soms jammer dat mijn inzichten niet meer door te kunnen geven. Hem te willen helpen. Zoals ik vroeger al wilde. Mijn broertje beschermen. Ik was te laat. Maar ik kan het mij niet volledig aanrekenen. Net zo min als dat ik mijn broertje kan aanrekenen dat hij die beslissing nam. Daarvoor weet ik inmiddels teveel. Het was teveel voor hem. Dat begreep ik te goed. Dan kun je niet lang meer boos blijven. Dat zou niet eerlijk zijn.
Al kon ik bij leven niets voor hem betekenen. Nadat hij overleden was, kon ik door aangeleerde vaardigheden, eindelijk mijn gevoel omzetten in daadkracht. 10 hele minuten heb ik mijn broertje mogen dragen tot aan zijn rustplaats. Het was niet veel maar meer dan voldoende om iets terug te kunnen doen wat ik lang niet kon door onvermogen.
Trauma's kunnen ingrijpend zijn. Het is zeer beslist de moeite waard je hierin te verdiepen als er moeilijkheden zijn die je niet begrijpt. Belangrijk is dat er mensen zijn die je op durven vangen. Die je aan willen horen, je laten schelden, of huilen. Mensen die niet weg lopen als je het even niet meer weet. Ze zijn belangrijk. Je moet het durven zien, aanpakken en doorpakken. Even zo goed moeten wij ook goed beseffen dat niet iedereen dit kan. Uit eindelijk is het grijs. Zwart-wit wordt grijs en dat maakt het aanvaarden eenvoudiger. Verlies zal blijven maar vergeten doen we niet.
Ik leef graag dicht bij de natuur.
Net na het overlijden van mijn broertje liep ik eens door een donker bos. Het was zijn werkomgeving geweest. De wind joeg door de bomen en een forse regenbui liet mij diep in mijn jas weg gedoken lopen. Zo was mijn gemoed ook wel een beetje. En dan.. Onder een grote spar zie ik een oranje zwammetje. De naam weet ik niet meer. Ik werd daar onbewust blij van. Een klein simpel zwammetje onder een grote spar.
Mijn broertje.
- Frans