Ik kan me herinneren dat ik er echt heel erg van schrok. Zelfdoding was altijd iets waarvan wij zeiden dat het ons nooit zou gebeuren. Dus toen ik haar moeder aan de telefoon had en ze vertelde dat ze dood was en het door zelfdoding kwam, wist ik echt niet wat mij overkwam. Ze was ook weggelopen (wat ze vaker deed), alleen voelde ik dat ze deze keer niet thuis zou komen. Wat ik heel gek vind nog steeds, alsof ik het al aanvoelde, dat ze dood zou gaan. Toch hoop je dan natuurlijk dat je hoofd gewoon van het ergste uitgaat, maar als het dan wordt bevestigd, ja, dan schrik je natuurlijk heel erg.
Wij spraken veel over mentale problemen met elkaar. Hierdoor had ik denk ik ook niet door hoe serieus de situatie was. Ik weet nog dat ze ons een keer vroeg wat we zouden doen als ze zelfdoding zou plegen en dat we toen heel erg boos werden. Ik neem het mezelf nu niet meer kwalijk, ik snap nu dat ik toen ook pas zestien was.
Toen ik het net te horen kreeg was ik er erg slecht aan toe, dus schoot ik voor een lange tijd in de overlevingsstand. Ik heb er erg lang over gedaan om daar uit te komen. Het vergde heel veel liefde en rust, maar ook doorzettingsvermogen om mij hier uit te krijgen. Pas toen ik kon toegeven dat ik dit verdriet niet alleen kon verwerken, ben ik op zoek gegaan naar een rouw psycholoog. Daar heb ik veel aan gehad. Ik had dat begrip voor mijn situatie heel erg nodig en die kon mijn omgeving mij toen niet bieden. Vandaag de dag komt de rouw nog steeds in vlagen naar boven, maar ik heb geleerd om het een plekje te geven.
Wat ik heel fijn vond is dat mijn middelbare school er naar mijn idee erg goed mee omgegaan is. Er werd meteen een klassengesprek gepland waarin we mochten praten, maar dat hoefde niet. Velen zeiden ook niets. De meesten schreven iets op in het boekje dat in de herdenkingsruimte lag. Dat was allemaal erg lief.
De vervelende vragen en gesprekken kwamen eigenlijk pas toen ik naar het mbo ging. Ze vroegen wel eens aan mij of ik het niet egoïstisch vond dat ze zelfdoding had gepleegd. Voor het mbo moest ik ook veel reizen met de trein en dan hoor je toch ook wel erg veel vervelende opmerkingen over zelfdoding. Eerst maakte ik me er nog heel boos over, maar ik begrijp nu ook dat deze opmerkingen uit een plek van onwetendheid komen. Aan de andere kant denk ik wel, als je niets aardigs te zeggen hebt, zeg dan niks.
Met mijn afstudeerproject, Doorleven, zet ik mij in voor nabestaanden van zelfdoding. Het is een mixed media project dat de moeilijke reis van nabestaanden afbeeldt. In het fotoboek leid ik het publiek door de stadia van rouw. Ik beeld de stadia van rouw uit in fotografie, illustratie en poëzie, omdat woorden en beeld de emotie versterken. Hieruit ontstaat een combinatie van collage, vormgegeven teksten en fotografie.
Ik streef naar het creëren van een gezondere en ondersteunende gemeenschap voor iedereen. Ik maak ruimte voor begrip, empathie, liefde en het allerbelangrijkste: rouw. Deze vorm van rouw verdient een podium. Ik geloof dat we door begrip te creëren voor zelfdoding en de rouw ervan, het stigma verminderen.
Het is nooit te laat om te beginnen met rouwen. Dus, laten we samen Doorleven.
Ik schrijf werkelijk alles op papier uit mijn hoofd. Soms helpt dat me wat afstand te nemen van mijn situatie en zie ik weer wat er wel kan, in plaats van wat er niet kan. Ik heb hier ook wel veel tools voor gekregen bij mijn therapeut. En wat ik mijzelf blijf zeggen is: verdriet mag er zijn en ik ook.
Vrede in zichzelf. Dit is een super zware vorm van rouw, maar het wordt lichter met tijd en verwerking.