Sinds april 2022 heeft ze een hondje, Kanjer, die ze aan het opleiden is tot psychiatrische hulphond. Het trainen neemt veel tijd en energie van haar in beslag, maar dit gaat hopelijk snel zijn vruchten afwerpen
Ik heb veel tijd alleen nodig om alle prikkels van het leven te kunnen verwerken. Ik heb een paar vriendinnen, maar mijn sociale leven is niet heel uitgebreid. Ik spreek het liefst één op één met mensen af, omdat ik het anders al snel te druk en te veel vind. Mijn ouders wonen erg dicht bij mij en ik ga vaak, een paar keer per week, naar ze toe voor een kopje koffie of een glaasje wijn.
Sinds ik bij het UWV werk, kan ik zeggen dat ik redelijk stabiel ben. Dit betekent voor mij dat ik braaf iedere dag mijn medicijnen neem, dat ik me uitspreek als het minder goed met me gaat en dat ik geen extreme slechte periodes heb. Het gaat goed, maar het voelt niet altijd goed, zo leg ik het wel eens uit. Iedere dag heb ik suïcidale gedachten en ik kan me de laatste dag niet herinneren dat ik dat niet had. Gelukkig worden de echte depressies langzaamaan minder en ben ik dus redelijk stabiel.
Vanaf mijn puberteit heb ik last van zware depressies en suïcidaliteit. Toen ik in die tijd voor het eerst bij een psychiater kwam, bleek dat ik toen al een “chronische, zware depressie” had, wat zoiets betekende als dat ik er al jaren last van had, zonder dat ik doorhad dat ik een depressie had, in plaats van een lastige puber te zijn.
Mijn depressie is ontstaan door opgekropt verdriet, om het even heel simpel te zeggen. Mijn moeder werd ernstig ziek toen ik negen jaar oud was. Die periode heeft heel veel impact op mij gehad. In plaats van dat te uiten, heeft zich dat ontwikkeld tot een depressie. Later bleek dat er meer aan de hand was en heb ik op mijn negentiende ook de diagnose Borderline Persoonlijkheidsstoornis gekregen. Ikzelf denk dat het deels genetisch bepaald is
en dat ik nu eenmaal gevoelig ben voor suïcidale neigingen.
Soms noem ik mijn kwetsbaarheid “chronisch levensmoe” en eigenlijk maakt het mij ook niet zoveel uit wat het ontstaan van dit gevoel is. Natuurlijk heb ik in twintig jaar therapie alles uitgevogeld en snap ik heel goed waarom mijn leven is gelopen zoals het is gelopen. Maar waarom ik!? Dat weet ik niet en ik hoef daar ook geen verklaring voor. Het is nu eenmaal zo.
Het is moeilijk om het dieptepunt uit mijn leven te benoemen. Een van de ergste dingen die ik heb meegemaakt, is mijn eerste crisisopname geweest. Ik werd opgenomen op een gesloten afdeling in de jeugdzorg en dat is echt traumatisch geweest. Ik ben daar slechter uitgekomen dan dat ik er heen ging. Maar ook ‘afgevoerd worden’ in een politieauto nadat mijn voordeur was ingetrapt door de politie omdat ik totaal de weg kwijt was, tot aan onverdoofd gehecht worden op de SEH. Dit zijn dieptepunten die gaan over hoe ik bejegend ben door hulpverleners.
Maar het zijn ook dieptepunten voor mij omdat ik het zover heb laten komen. Dat ik zo ver ben afgegleden dat ik het schrikbeeld van de psychiatrische patiënt geworden was. Het gaat niet om een bepaald dieptepunt, maar het feit dat mijn leven een aaneenschakeling is geweest van dieptepunt na dieptepunt. Keer op keer dacht ik dat ik het ergste wel gehad had, maar dan bleek het toch nog erger te kunnen worden. Niet ‘gewoon’ kunnen leven, maar altijd moeten strijden en weten dat dat niet gaat veranderen, dat is het dieptepunt…
Ik vind het nog steeds moeilijk dat mijn eerste suïcidepoging niet gelukt is, omdat ik mezelf zoveel ellende had bespaard als het toen meteen over was geweest. Van de andere kant wil ik van iedere dag het beste maken en denk ik ook dat ik nog een doel heb: het delen van mijn verhaal en daarmee taboes proberen te doorbreken en openheid te creëren. Ik denk hier ook niet graag teveel over na. Ik ben er nu eenmaal nog en daar moet ik mee dealen.
Over de hulp die ik heb gehad kan ik een heel boek schrijven, sterker nog, dat heb ik ook gedaan! Vanaf mijn puberteit heb ik heel veel therapieën gevolgd, van ambulante therapie tot crisisopnames tot een klinische behandeling van 1,5 jaar.
Die therapieën liepen van cognitieve gedragstherapie tot EMDR sessies, maar ik heb ook onderzocht wat bijvoorbeeld mindfulness voor mij kon betekenen. Ik heb een-op-een gesprekken gehad, maar ook groepstherapie, dus ik kan wel zeggen dat ik alles heb geprobeerd en aan heb gegrepen om over mezelf en mijn psychische kwetsbaarheid te leren. Mijn ouders zijn hier ook regelmatig in betrokken, in de vorm van systeemtherapie.
In de zomer van 2021 ben ik voor het laatst bij een psychiater geweest. Daar heb ik te horen gekregen dat ik uitbehandeld ben verklaard.
Dit betekent dat er geen therapieën meer zijn die nog iets wezenlijks kunnen bijdragen aan mijn herstel en geestelijk welzijn. Dit is dubbel voor mij. Het is fijn om bevestigd te krijgen dat ik alles heb gedaan wat ik kon en dat ik nu nog meer therapieën hoef te volgen. Van de andere kant betekent dit ook dat ik niet meer terug kan vallen op de psychiatrie voor hulp om mijn dagelijks leven draaglijker te maken.
Alle therapieën bij elkaar hebben zeker in de ‘beginfase’ bijgedragen aan mijn herstel. De ene therapie heeft meer betekend dan de andere, maar het totaalplaatje zorgt ervoor dat ik sta waar ik nu sta. De steun van mijn naasten heeft het ook zeker geholpen. De openheid tussen mijn ouders en mij is heel bijzonder en ik mag altijd bij ze aankloppen als het slecht met mij gaat.
De laatste twee jaar heeft mijn werk mij erg geholpen, omdat ik echt een fijne structuur in mijn leven heb. Ook heb ik leuk contact met collega’s en geeft het werk zelf mij veel voldoening.
Na verloop van tijd zorgen inzichten en leermomenten ervoor dat andere dingen helpend worden en dat ik andere dingen nodig heb. Toen ik net mijn diagnoses had, had ik veel baat bij therapie die mij lieten inzien wat die diagnose inhield en voor mij betekende. Naarmate ik meer en meer therapie volgde, hielp het me om juist ook aandacht te besteden aan het normale leven. Werk, vrijwilligerswerk, sociale contacten, daar moest ik ook echt bewust aan werken, wat wellicht voor veel mensen vanzelfsprekend is.

Wat nooit geholpen heeft, zijn de taboes en het stigma dat nog altijd heerst over psychische problemen. De vooroordelen, het altijd moeten knokken om zichtbaar te maken waar ik last van heb en bij momenten ook niet geloofd worden, dat alles is ontzettend pijnlijk. Moeten knokken voor een plekje in de maatschappij is een strijd die gevoerd wordt naast de strijd tegen mijn depressies.
Op dit moment, nu ik redelijk stabiel in het leven sta, vind ik de kijk van de maatschappij op mensen met een psychische kwetsbaarheid nog steeds het meest niet helpend. Dit is echter wel de reden waarom ik zo open ben over mijn problematiek en hoe mijn leven eruit ziet: het taboe moet doorbroken worden!
Het is geen kwestie van moed houden, voor mij in ieder geval. Het is verstand op nul en doorgaan. Teleurstellingen verwerken en tegen beter weten in door blijven leven. Accepteren dat het nooit beter wordt dan dat het nu is, met daarbij de wetenschap dat dat al beter is dan ik vijftien jaar geleden gedacht had.
Ik ben stabiel. Voor mijn doen. Ik durf niet te zeggen dat het goed gaat, maar ik weet dat ik nu op een punt ben dat beter is dan het ooit geweest is. Sinds kort heb ik een pup in huis, die ik aan het opleiden ben tot psychiatrische hulphond voor mezelf. Dit traject vraagt heel veel van mij, het is echt heel zwaar, maar uiteindelijk levert dat hopelijk op dat ik steun krijg in het dagelijks leven.