Daarnaast zat hij in de organisatie van de EuroGames, een evenement van LGBTQI+ sporters over heel Europa. Hij houdt van hardlopen en wandelen. Een best gevuld leven dus. Toch blijven er soms gedachten over het bestaan aanwezig.
Ik groeide op in een vrij christelijke omgeving. Rond mijn 12e merkte ik dat ik jongens langzaam leuker begon te vinden ten opzichte van meisjes. Ik hoorde mijn vader destijds zeggen, toen twee mannen hand in hand liepen: “Zo word je later niet hè.” Ik durfde niet eerlijk te zijn en werd uiteindelijk betrapt door het kijken naar porno. Ik kreeg een internetverbod op mijn 16e en het werd verder doodgezwegen. Het was eenzaam, kil, verdrietig.
Ik ging wel in het geheim naar een praatgroep. Klasgenoten kwamen erachter doordat ik op een forum zat. Thuis werd er gepraat over homofilie en ik vond dat een heel naar woord. De eerste reactie van mijn vader was ook iets met aids. Ik kon het allemaal geen plek geven, en hoewel vrienden daarna best oké reageerden was het voor mijzelf iets wat ik heel moeilijk vond.
Op de universiteit een paar jaar later begon ik weer gewoon in de kast. Ook daar werd het een keer ontdekt door iets wat ik likete op Facebook, maar dat was minder erg. Heel veel studievrienden had ik ook niet. Ik werd uiteindelijk wel voorzitter van de Homojongerenorganisatie en voorlichter bij het COC om het andere jongeren makkelijker te maken.
Sociaal kwam ik nooit super mee. Een relatie heb ik eigenlijk nooit gehad, op kortstondige periodes na. Tijdens mijn studie liep ik veel studievertraging op, maar ik haalde mijn studie uiteindelijk wel. Ik studeerde af tijdens de vorige economische crisis. Hierdoor volgde ook veel afwijzing naar mijn eerste baan en moest ik uiteindelijk met behoud van uitkering beginnen bij de gemeente. In dit werk liep ik uiteindelijk vast. Het was te belastend om er elke dag te zijn. Uiteindelijk ging ik een fulltime behandeling in.
Soms ben ik heel blij. Dan ren ik een rondje, ben ik blij en trots wat er op mijn werk is gelukt en gaat het goed. Maar soms vind ik het ook verschrikkelijk. Nu wordt het weer mooier weer en dan is het altijd weer wat erger. Overal stelletjes, vriendengroepen, samenzijn van iedereen. Zeker nu ik midden in de 30 ben en de meeste single vrienden in een relatie zitten, samenwonen en kinderen krijgen. Het confronteert mij met de vanzelfsprekendheden van anderen en mijn eigen verlangens en gemis.
Ik weet dat een relatie ook niet alles is, en dat iedereen problemen kent. Toch, zit de pijn in vrijwel nooit een relatie hebben gehad, seksuele problemen, mijn rijbewijs na 120 lessen nog niet gehaald en opgegeven. Die dingen die anderen wel gelijk krijgen en waar niet meer over na wordt gedacht. Ik ken weinig anderen die dat ook hebben.
Ik heb schematherapie gehad. Dit heeft mij geleerd waar patronen en schema’s vandaan komen. Nu 5 jaar nadat ik 9 maanden dagklinisch in Lunteren heb gezeten valt het stiekem nog een beetje tegen hoe het gaat. Patronen zijn hardnekkig en ik val nog wel eens terug. Blijven werken gaat nog wel en de meeste deadlines haal ik wel, maar altijd maar er moeten staan en presteren voelt soms zwaar.
Ik heb momenteel nog haptotherapie, om meer uit mijn hoofd en meer in mijn lijf te geraken. Om alles wat meer los te laten en goed voor mijzelf te zorgen met rust en liefde. Dat is soms nog een uitdaging, maar over het algemeen gaat dit steeds beter.
Werk is altijd heel erg belangrijk geweest. Toen vorig jaar nog de politie voor mijn deur stond, omdat ik de corona maatregelen heel moeilijk vond met een avondklok en ik werd overvallen door eenzaamheid en ik op social media had gezet mijzelf iets aan te doen, was het belangrijkste dat ik de volgende dag gewoon weer kon werken. Naast structuur biedt het me vooral ook het gevoel van betekenis te kunnen zijn. In mijn herstel is het verder heel belangrijk geweest dat mensen mij als volwaardig zagen. Een knuffel van een vriend en gewoon steun, ook tijdens slechte momenten.
Er kwamen altijd weer betere dagen. Soms vind ik dat nog steeds moeilijk om te zien. Want die relatie, intimiteit en bijvoorbeeld dat rijbewijs kwamen nooit. Maar dat gevoel toen ik vorig jaar de marathon van Rotterdam volbracht. Het volbrengen van de vierdaagse. Het kampioenschap van Feyenoord. Ja, soms ben ik dan in extase en kan ik heel erg genieten. Dat er dus toch altijd tussendoor nog lichtpuntjes waren is zeker een reden geweest om moed te houden, maar vraag mij dat overmorgen nog eens en dan kan het opeens weer heel erg ver weg voelen.
Ik heb echt gemerkt dat mensen vaak denken: is het nog steeds niet over? Kan je echt niet omdenken? En dat soort dingen. Je wordt dus ook vaker overschat en onderschat en mensen vullen van alles voor je in. Vooral onderschatting, dat je heel veel begeleiding nodig hebt, dat ik werk en verantwoordelijkheden niet echt kan dragen, dat het eng is dat ik suïcidaal ben, dat ik niet betrouwbaar ben.
Door sommige lastige patronen zijn dingen ook wel moeilijk voor mijn naasten. Mijn beste bro had mij bijvoorbeeld een tijdje geblokkeerd op whatsapp, omdat ik daar altijd te negatief op was tegen hem en dat hem ook te veel raakte. Als je dit leest denken veel mensen, dat kan echt niet! Het zegt eigenlijk helemaal niets over onze vriendschap, die is nog supergoed. Ik kan alleen in negatieve buien niet goed omgaan met whatsapp. Dat is moeilijk uit te leggen.
Ik gun mijzelf vooral voor de toekomst meer rust, minder moeten en wellicht ook meer waardering van buitenaf. Ik kan er absoluut niet tegen dat mensen zeggen je pas van een ander kan houden als je voldoende van jezelf houdt. We hebben allemaal dat stukje begrip en acceptatie nodig. Als je dat heel weinig hebt gehad, kan het voor anderen moeilijk zijn, maar het kan wel. Daar geloof ik in. En dat ik dat kan binnenlaten en dat het goed is. Dat zou ik mij wensen voor de toekomst.
Het is dus nog wisselend, niet altijd even stabiel, genoeg moeilijke dingen, maar ook wel steeds met meer daadwerkelijke lichtpuntjes. En dat is wie ik ben. Met die Thomas moet de wereld het maar doen.
Foto: Nathan Mooij