Het leven van Jannieke kent echter ook een donkere kant. Ze worstelt nu zo’n 10 jaar met periodes van depressieve gevoelens en gedachten aan suïcide. Sinds kort is ze gediagnosticeerd met ADHD. Vandaag deelt ze haar verhaal van hoop met ons.
Lang wist ik niet wat mijn probleem was. Ik merkte voor het eerst ernstig negatieve gevoelens opkomen op de middelbare school. Ik ben christelijk opgevoed en zat op christelijke scholen. Hoewel ik wel wist dat ik niet de standaard dingen leuk vond, ben ik nooit gepest. Ik denk achteraf dat ons gezin beschreven kan worden als geeky en doe-het-zelvers. We hadden interieur uit kringloopwinkels, een "koelkast" tv waarop vooral jaren 80 series als "little house on the prairie", "Knight rider" en "A team" werd gekeken, zelf genaaide en tweedehands kleding etc. Ik merkte dat ik anders was dan leeftijdsgenoten. In de 2de klas van de middelbare school schaamde ik me daar voor het eerst voor.
Naast de schaamte op school, was ik thuis regelmatig gefrustreerd. Als jongste gezinslid voelde het voor mij alsof ik geen reden had tot klagen. Mijn broers en zus hadden het immers altijd moeilijker dan ik. Soms was ik erg geïnteresseerd in wat ze vertelden over lesstof. Iedereen begreep het dan, behalve ik. Als ik dan om uitleg vroeg, werd het in mijn beleving niet uitgelegd, want “dat krijg je later wel op school”. Het gaf mij denk ik het gevoel dat er niet echt naar me geluisterd werd of dat mijn mening er niet toe deed.
In die periode wilde ik voor het eerst een einde aan mijn leven maken. Ik was het nooit echt van plan, maar de gedachten speelden wel door mijn hoofd. Ik was ervan overtuigd dat ik het probleem was. Mijn leven was toch perfect? Mijn ouders houden van mij, ik had eigenlijk nooit ruzie met mijn broers of zus, ik had vrienden, zat op het VWO en haalde prima cijfers. Ik was sportief en creatief. Ik groeide in mijn beleving op in een gezonde omgeving, toch voelde ik me somber.
Ik wist niet hoe ik er mee om moest gaan en wou het aan iemand vertellen, maar ik durfde het niet tegen iemand face-to-face te zeggen. Daarom schreef ik een briefje aan mijn ouders. Ik heb het briefje op hun hoofdkussen gelegd. (FOTO) Mijn ouders waren geschrokken en hoopten dat ik me snel beter zou voelen. Ik ging er vanuit dat het bij puberteit hoorde. Het zou wel weer over gaan, toch?
Dat gebeurde ook. Na een paar weken zakte dat sombere gevoel weg en leek alles weer normaal. Ik vergat dat ik eigenlijk zelfmoord wilde plegen. Ik weet niet helemaal hoe de tijdlijn precies loopt hierna of wat er precies gebeurde, maar helaas kwam het gevoel na een paar maanden terug. De gedachten aan zelfmoord en de depressieve gevoelens kwamen en gingen met de maanden. Ik snapte wel dat het geen oplossing was en dat ik er wel weer door zou komen. Met zelfmoord kom je niet verder.
Na anderhalf jaar kwam het gevoel weer terug. Er was wat onenigheid tussen mij en mijn ouders, met name mijn moeder, ontstaan. Op school ging het ook slechter. Ik was veel moe en verloor mijn motivatie. Ik had niet het gevoel goed genoeg te zijn en ik was er van overtuigd dat ik beter dood kon gaan, zodat iemand anders mijn "plekje" kon hebben.

Omdat mijn somberheid altijd in periodes kwam, zocht ik eigenlijk nooit hulp. Ik kwam er wel weer doorheen dacht ik. Met de jaren dacht ik vaker aan zelfmoord en ik had minder plezier in het leven. Ik isoleerde me een beetje. Ik wilde niet dat het opviel dat ik me niet goed voelde, ik was immers zelf het probleem. Ik deed wat iedereen van me verwachtte: naar school gaan, sporten, met mensen afspreken, ook als ik eigenlijk geen zin had om te gaan.
Mijn depressieve episodes kan ik het best beschrijven als stormen in mijn hoofd. Het voelt als een wervelwind van negatieve emoties en gedachten die niet konden stoppen. Een sneltrein van emoties die de diepte in gaat. Ik liet mezelf alleen toe stormen te ervaren als ik alleen was, in mijn slaapkamer. Ik ging dan op m'n bed liggen en rolde me op in foetushouding, mijn handen tegen mijn hoofd gedrukt. Soms begroef ik mijn gezicht in een kussen, in de hoop de storm te dempen.
Rond 2017 pleegde een vriend van mijn vader zelfmoord. Ik vergeet nooit wat mijn vader me toen zei: "Zelfmoord plegen is egoïstisch". Je denkt niet aan de mensen die je achterlaat, maar alleen aan jezelf en je eigen problemen en hoe je deze het snelst en makkelijkst oplost. Ik durfde hem niet te vertellen dat ik suïcidale gedachten had. Ik wilde alles behalve egoïstisch genoemd worden. Rond die tijd begon ik daarom ook te leven met het motto "Als je niet voor jezelf wilt leven, leef dan voor een ander". Als leven jou geen plezier geeft en als jij het niet waard ben, leef dan zo dat iemand anders gelukkig wordt door jou en maak je leven op die manier iets waard.
Het was een mooi idee, maar mijn zelfbeeld is er niet beter op geworden. Ik zag mezelf steeds meer als object en steeds minder als iemand die vreugde en liefde mocht ervaren. Dat jaar ging ook de relatie tussen mij en mijn beste vriendin stuk. We waren beste vriendinnen sinds groep 5 van de basisschool. Ik merkte dat ze mij begon te negeren. Mijn vriendin had het al niet makkelijk en ik had het gevoel haar in de steek gelaten te hebben.
Ik voelde me enorm schuldig, want ik wist dat het mijn schuld was. Mijn liefdesrelatie werd serieuzer en ik bracht niet meer elke zondag met mijn beste vriendin door. Uiteindelijk wilde ik duidelijkheid en heb aan haar gevraagd of we samen moeite in onze vriendschap wilde stoppen om deze te redden, of dat ze geen vrienden meer wilde zijn. Ze koos het laatste.
Ik voelde me erg schuldig en dit was duidelijk de gebeurtenis die mijn wereld op zijn kop zette. Ik zou dit mijn val kunnen noemen, omdat mijn depressieve gedachten en gevoelens ineens intens terug waren. Ook kreeg ik het verlangen om mezelf pijn te doen.
Ik heb denk ik drie keer op mijn manier een zelfmoordpoging ondernomen. Ik heb gebeden of God mijn leven wou nemen, omdat ik het niet meer zag zitten en ik het niet waard was. Al het goede wat in mij te vinden was, moest hij maar aan iemand anders geven, want die verdiende dat meer. Wat duidelijk mag zijn, is dat deze gebeden niet verhoord zijn.
Toen ik mijn eerste jaar van mijn opleiding begon, is eigenlijk alles pas echt ingestort. Mijn vriendin die ik had verwaarloosd nam contact met me op en vroeg of we konden praten. Ze had me genegeerd omdat ik inderdaad minder tijd voor haar had, maar ze begreep nu waarom ik minder tijd voor haar had, nu ze zelf een relatie had.
Ik wist niet meer wat ik met mezelf aan moest. Het had mij 1.5 jaar gekost om te accepteren hoe het gegaan was en ik had eindelijk vrede met mezelf en de keuzes die ik had gemaakt. Nu kwam zij in eens vertellen dat het niet helemaal mijn schuld was en dat ze het nu beter begreep en een andere keuze zou maken. Alles wat ik eindelijk een plekje had kunnen geven, kwam weer los. Het deed een hoop stof opwaaien. Ik was helemaal verward en het veroorzaakte denk ik de meest intense "storm" die ik ooit had ervaren.
Voor het eerst deed ik mezelf ook fysiek pijn. Ik was hierdoor even uit de storm in mijn hoofd. Maar het was ook het moment dat ik me realiseerde dat ik hulp nodig had. Hoeveel controle had ik nog over mezelf? Ik werd bang voor mezelf. Ik wist alleen niet zo goed hoe ik aan hulp moest komen.
Naar de huisarts gaan voelde raar, ik zag er tegenop en ik was toch niet lichamelijk ziek? Uiteindelijk heb ik een docent van de middelbare school een berichtje gestuurd met mijn problemen en hoe ik nu verder moest. Hij heeft mij doorverwezen naar de huisarts en de studentenpsycholoog. Uiteindelijk ben ik naar de huisarts gegaan. Die heeft mij een verwijzing gegeven en een lijstje met psychologen in mijn omgeving. Zo ben ik uiteindelijk aan de juiste hulp gekomen.
Mijn godsdienst docent heeft mij enorm geholpen. Ik had geen idee hoe je eigenlijk aan hulp komt en waar je ooit informatie daarover zou moeten vinden. Ik wist dat als ik echt op het punt stond zelfmoord te plegen dat ik dan 112 kon bellen en ik wist ook van 113, maar ik was dat niet van plan, dat stadia had ik nog lang niet bereikt. Ook wilde ik eigenlijk niet met mensen face-to-face praten, dat durfde ik niet.
Mijn docent was iemand die ik vertrouwde en tijdens de lessen voelde ik me gezien. Ik heb hem dus een berichtje gestuurd met daarin mijn worstelingen en de vraag hoe ik aan hulp kon komen. Ik kom uit een dorp en ik ken mensen die bij de huisarts werken, dit was voor mij een beetje een drempel. Mijn docent zei dat de meeste hogescholen een psycholoog hebben voor studenten en dat ik daar misschien verder kon. Ik moest maar vragen aan mijn studieadviseur hoe het bij mij op school zat. Dus ik mailde mijn studieadviseur die mij uitnodigen op gesprek. Dat gesprek heeft me meer duidelijkheid geven.
Zo leerde ik dat studentenpsycholoog voornamelijk korte trajecten doen. Ook was het fijn om te leren dat als mijn mentale toestand mijn studies zou beïnvloeden, ik dat kon aangeven, zodat ik niet in de problemen kom met docenten als ik iets niet zou redden.
De studentenpsycholoog benadrukte dat mijn problemen echt waren en dat hulp mogelijk was. Het beste was toch voor mij om naar de huisarts te gaan om daar verder doorverwezen te worden naar een psycholoog die niet gebonden was aan een maximaal aantal sessie. Ik was er eigenlijk niet bewust van dat de huisarts geen geld kost, want ik had al genoeg kosten om te betalen en geld was ook een beetje de reden waarom ik moeite had met hulp zoeken.
Na een afspraak gemaakt te hebben, werd ik al snel doorverwezen naar de ggz specialist binnen mijn huisartsenpost. Zij heeft mij uiteindelijk een briefje met een stuk of 7 verschillende psychologen en hun websites gegeven. Thuis heb ik ze rustig bekeken. Er was er eigenlijk maar 1 die mij aansprak. Ik nam contact op en sinds oktober 2019 werken we samen aan mijn mentale gezondheid door middel van cognitieve gedragstherapie. Dit jaar heb ik een soort intermezzo, waar ik tijdelijk bij een andere psycholoog beeldende therapie volg. Naast professionele hulp kon ik gelukkig altijd bij mijn vriend terecht en bij meerdere vriend(inn)en.
Hoewel ik veel verhalen ken van mensen die als door een Godswonder verlost waren van hun depressieve klachten toen ze in God begonnen te geloven, ben ik niet zo'n wonder verhaal. Toch is het fijn om te weten dat er iemand is die altijd luistert, ook al voel je je niet gehoord. En als ik in frustratie naar God om hulp vraag, ervaar ik toch vaak een kalmte. Het maakt niet uit of ik schreeuw of fluister, Hij hoort het. Er is ruimte voor je frustraties, voor je worstelingen. Het wordt niet gelijk opgelost, maar het is wel draagbaar. Mijn leven heeft een bestemming, ook al weet ik niet altijd hoe het verder moet, ik mag op God vertrouwen dat er een weg is, zelfs als je door de bomen het bos niet meer kan zien.
Therapie heeft veel genezing gebracht. Ik zou het omschrijven als dat je begint met alle lelijke korsten van je wonden af te halen, dat doet pijn en het lijkt zinloos. Het bloed weer en genezing lijkt verder weg dan ooit. Maar langzaam leer je hoe je wonden zijn ontstaan, waarom ze etterden, hoe je ze beter kan verzorgen. Dan merk je dat de wonden beginnen te genezen. De littekens zullen waarschijnlijk altijd blijven, maar de pijn neemt af.
Vrienden die respectvol vragen stelden kon ik erg waarderen. Zolang er ruimte was om de vragen niet te beantwoorden of pas op mijn tijd, is belangrijk. Wat mij wel in mijn schulp deed trekken was als mensen mij soort van dwingend om antwoorden vroegen. Ik snap dat mensen bezorgt kunnen zijn, maar als ik moest vertellen over waar ik mee zat of wat ik gedaan had, voelt het meer alsof het om hen draaide en niet om mij. Het begon voor mij dan als presteren te voelen. Ik zou dan moeten vertellen dat het of allemaal goed was, of ik moest me verdedigen waarom ik bepaalde dingen had gedaan. Vragen mag altijd, maar ik heb ook de ruimte nodig om dingen voor mijzelf te verwerken.

Ik weet niet precies wat het is of waarom ik het heb, maar ik overleef mijn suïcidale gedachten omdat ik niet op wil geven. Het is een strijdlust die ik niet kan verklaren, maar ik weiger te "verliezen". Ik overleef puur om te zeggen dat ik het overleeft heb. Elke keer als ik de moed op wil geven, vind ik weer nieuwe strijdlust. Misschien wil ik niet leven, maar dood gaan wil ik ook niet. Dus ik ga door, ik moet door. En ooit kan ik zeggen dat ik mezelf heb overleefd, een prestatie waar ik trots op kan en mag zijn. Ik haal voldoening uit de gedachte dat ik nooit heb opgegeven en altijd blijf vechten.
Ik kan een ieder die zich herkent in mijn verhaal niet beloven dat morgen de zon gaat schijnen, maar ik kan je wel leren te dansen in de regen. Jouw leven doet ertoe, ja jij, verstopt achter dit scherm, en als woorden je konden omhelzen, dan zouden ze dat nu doen. Je bent hier met een reden, ook al zie je die misschien nog niet.
Amor vincit omnia | liefde overwint alles