Vanaf jongs af aan kreeg ik al therapie. Dit was eigenlijk altijd cognitieve gedragstherapie voor mijn depressies. Achteraf gezien was dit helemaal niet fijn voor mij. Cognitief gezien kon ik goed bedenken wat er wel en niet klopte in mijn hoofd, zeker ook met mijn achtergrond als hulpverlener in de jeugdzorg en het onderwijs. Rationeel wist ik het allemaal écht wel. Wat ging er dan mis? Ik had geen verbinding met mijn gevoel. Mijn gedachten en gevoel stonden enorm ver uit elkaar. Op een gegeven moment werkte de cognitieve gedragstherapie zelfs averechts. Ik wist dondersgoed dat ik niet een bepaalde richting op moest gaan. Waarom deed ik dat dan toch? Ik kon dan in een straffende spiraal belanden.
De diagnose borderline kreeg ik pas op mijn 30ste. Voor mij is de diagnose borderline een overkoepelende term waarbij meerdere thema’s komen kijken: trauma, zelfbeeld, emotie-regulatie en verslaving. De diagnose weigerde ik in het begin. Ik kende de stigma’s die eromheen zaten, en ik kon mezelf er niet goed in herkennen. Inmiddels begrijp ik beter dat ik een persoonlijkheidsstoornis heb ontwikkeld door alles wat ik heb mee moeten maken.
Er zijn in mijn jeugd dingen misgegaan en ik heb moeten leren overleven. Ik heb een hele periode lang gedacht dat het allemaal wel meeviel. Ik gaf nota bene les over seksueel misbruik en huiselijk geweld in mijn functie van jeugdhulpverlener. Dan kan ik zelf toch niet dat ook meegemaakt hebben? Wat zou dat dan wel niet zeggen over mij? Inmiddels weet ik beter. Ik heb geleerd te accepteren dat ik dit heb meegemaakt en misschien nog wel belangrijker: ik neem het serieus.
Hiernaast heb ik moeten leren om te gaan met mijn emoties. Borderline persoonlijkheidsstoornis wordt niet voor niks een ‘emotie-regulatie stoornis’ genoemd. Wanneer ik mij kwetsbaar voelde en er angst omhoogkwam, dan uitte dat zich bij mij met frustratie: chagrijnig, lelijk doen naar de mensen om mij heen. Inmiddels heb ik heb geleerd om op zo’n moment stil te staan. Ik kwam erachter dat ik op zo’n moment eigenlijk vaak bang was om iets verkeerd te doen. Bang was om afgewezen te worden.

Vanaf mijn puberteit heb ik al gedachten aan zelfdoding. Ik kan mij nog herinneren dat ik vaak droomde over mijn eigen begrafenis. Ik werd gepest op school en ik voelde geen veiligheid thuis. De eenzaamheid die hieruit voortkwam, was te veel. Ik had continue gedachten dat ik niet goed genoeg was en er niet toe deed. Ik kon hierbij erg boos worden. Ik was er ook echt van overtuigd dat ik nooit geboren had moeten worden. Ik nam mijn ouders dit lange tijd kwalijk.
In deze periode ben ik een hoop verkeerde dingen gaan doen. Ik ben er niet trots op, maar ik probeer ook mild te zijn naar mezelf van toen. Ik zocht aandacht bij verkeerde mensen, maar ik was ook gewoon een kind dat een weg zocht in het leven. Ik heb lang moeten leven met schuldgevoelens (‘het is mijn schuld dat ik misbruikt ben’). Ik wist heel goed dat mannen niet zomaar aan vrouwen mogen zitten, maar op een of andere manier was ik uitzondering op die regel. Ik kon me zo waardeloos voelen dat ik het niet verdiende om grenzen aan te geven.
Tijdens mijn studie werden de gedachten aan zelfdoding weer erg heftig. Naast gedachten voelde het nu ook als een optie om daadwerkelijk uit te voeren. Na een heftige realiteit waar sprake was van geweld, ontwikkelde ik ook een hasjverslaving. Hoe meer ik mezelf kon verdoven, hoe beter.
Ik heb nooit aan zelfbeschadiging gedaan op de manier dat geassocieerd wordt met borderline. In mijzelf gesneden of gekrast heb ik nooit, maar in mijn gedrag en verslaving was ik zeker wel zelfdestructief. In gedachten stak deed ik mijzelf ook pijn. Ik vond altijd wel weer redenen dat ik het niet waard was om te leven.
Als ik nu terugdenk aan de perioden dat ik aan zelfdoding dacht, dan voel ik nog steeds de tweestrijd. Aan de ene kant wilde ik écht dood, maar aan de andere kant wilde ik vooral niet zo verder leven. Het was er beide. De chaos in mijn hoofd moest stoppen.
Toen ik ongeveer 25 was, kwam bij mij vrij plotseling het besef dat ik vrienden heb. Ik was niet meer eenzaam. Dat maakte mijn leven niet ineens makkelijk of leuk, maar het was ergens wel fijn om dit te weten. Er was nu een soort vangnet. Ik bleef wel de overtuiging hebben dat ik niet geboren had moeten worden. Dit is eigenlijk pas veel later veranderd. Ook hier kwam eigenlijk een vrij plotseling besef: ‘ik kan wel blijven denken dat ik er niet had moeten zijn, maar dat zal niks veranderen aan het feit dat ik besta’
Sinds het moment dat ik zwanger werd, in 2014, verdween de optie van zelfdoding. Mijn zoon is mijn reddende engel. Ik weet nog goed dat ik toen dacht ‘mijn ouders hebben mij belast, maar ik heb nu de kans om mijn zoon een ander leven te geven’. Het ging vanaf toen natuurlijk niet meteen allemaal goed. Het is nog een flink gevecht geweest met mooie stappen en minder mooie stappen.
Ik heb veel therapie gehad, maar ik bleef ook een hoop pijn vermijden. Ik heb een heel EMDR-traject gedaan terwijl ik continu stoned was. Ik heb nooit gelogen, maar als er niet naar gevraagd werd, dan deelde ik het ook niet. Ik ben natuurlijk zelf deels verantwoordelijk voor hoe een therapie loopt, maar het had mij zeker geholpen als er directere vragen werden gesteld. Ik voel mij nog steeds verdrietig dat ik nooit de veiligheid heb gevoeld om uit mezelf te vertellen over het misbruik.

Vorig jaar heb ik een vrijwillige, klinische opname gehad. Ik merkte aan alles dat het niet meer ging. Ik trok het niet meer en misschien nog wel belangrijker: ik wilde het niet meer op deze manier. In deze opname kon ik mij steeds meer vinden in de diagnose. Ik begreep welke gedachtenpatronen, gevoelens en gedragingen erbij hoorden, en ik leerde de diagnose omarmen. Een belangrijk verschil met eerdere behandelingen is dat ik deze opname voor mezelf koos. Ondanks dat ik altijd al wel wist dat ik hulp nodig had, deed ik dit op een bepaalde manier meer voor de mensen om mij heen dan voor mijzelf.
Ik ben mij bewust van de vooroordelen rondom de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis. We zijn méér dan alleen ‘iemand die op zoek is naar aandacht’, en toch snap ik dat stigma wel. De hulpverlening ziet ons vaak niet op onze beste momenten. Alleen door samen in gesprek te gaan, kunnen we leren van elkaar en op die manier de vooroordelen doorbreken.
Na deze opname merkte ik dat het voor mij belangrijk is om te delen over hoe het is om te leven met borderline. Ik merk dat dit voor mij én anderen helend werkt. ‘Mijn leven met Borderline’ is zo ontstaan: een platform op social media om taboes te doorbreken en te zorgen voor (h)erkenning. Het leven blijft een grote uitdaging. Mijn emoties kunnen nog alle kanten op gaan, en daarbij komt soms ook de gedachte aan zelfdoding nog voorbij. Het voelt nu alleen anders; meer als een manier om om te gaan met wat er speelt, dan een daadwerkelijke optie.