Op 13 januari 2022 werd ik gebeld op mijn werk: “Je spreekt met de politie”. Ik wist direct dat het iets met Roel te maken had. Mijn buik zakte onmiddellijk naar de grond af, maar de politie aan de telefoon zei gelijk erna “Regio Utrecht oost”. Dit zorgde voor een kort moment voor wat rust. We woonden in Ede en dat is Gelderland, dus dat het om Utrecht ging, stemde me gerust.
Toch kwam toen het verschrikkelijke nieuws dat Roel er niet meer was. Ik weet niet meer wat de agent verder precies zei; lichaam, auto, Fiat, rijbewijs op de passagiersstoel. Ik wist het gelijk, geen ongeloof. Ik zakte door mijn benen. Ik heb gegild. Ik kan niet omschrijven wat er precies gebeurde om mij heen of in mij.
De politie zei dat ik niet alleen naar huis mocht rijden. Ik kon dat niet eens meer op dat moment. Ik voelde me een soort zombie. Gevangen in een waas. Collega’s hebben me opgevangen, al waren zij natuurlijk ook allemaal in shock. Uiteindelijk heeft de directeur mij thuisgebracht. Dit was een rit van 40 minuten, een bizarre rit. Ik moest op dat moment ook anderen uit Roel zijn leven bellen, zoals zijn broer en zelfs zijn zoon. Dit was verschrikkelijk om te moeten doen. De zoon van Roel wist het al. De politie had hem ook opgespoord om het nieuws te delen.
Terugkijkend op die dag, ben ik dankbaar voor het recherchewerk dat is gedaan. Dat ze onze telefoonnummers zo snel gevonden hadden. Echt chapeau. Om deze dag en de dagen daarna door te komen, zijn mijn collega’s goud geweest. En daarbij ook mijn klanten en leveranciers. Ik heb maandenlang kaarten en bloemen gehad. Dit is een hart onder de riem geweest en het hielp mij.
Ik begreep het niet. We hadden het juist zo goed samen. Onbegrip. Ongeloof. Het was er allemaal. Hiernaast was er ook nieuwsgierigheid: “What the hell doet je besluiten dit te doen?”. Ik wilde het begrijpen. Inmiddels begrijp ik meer dan een paar maanden geleden.
Ik zou Roel nu ook meer omschrijven als een mandarijn, waarvan ik maar een klein partje kende. Alle andere onderdelen van de mandarijn kende ik niet. Ik ben mij hierin gaan verdiepen door in gesprek te gaan met andere mensen uit zijn leven, nog eens na te denken over zijn gedrag en ik heb verhalen van anderen gehoord.
De Roel die ik kende, was rustig en kalm. Stabiel zelfs. In gesprekken met zijn zoon en een ex-collega ben ik steeds meer gaan inzien dat er ook een hele andere kant van hem was. Mentale problemen was iets wat in zijn familie meer voorkwam. De broer van Roel zat al langer in een psychiatrische instelling vanwege een bipolaire stoornis. Een andere broer heeft een manisch-depressieve stoornis. Ik zag alleen zijn rustige, kalme kant, dus ik had nooit gedacht dat hij dit mogelijk ook zou hebben.Door deze gesprekken met mensen uit zijn omgeving, ben ik gaan inzien dat hij toch wel veel kenmerken heeft van een manisch-depressieve stoornis. De puzzel valt door heel veel verhalen van anderen voor mij wel in elkaar.

Ik heb het gevoel dat Roel deze overeenkomsten ook begon te zien; dat hij ziekte-inzicht kreeg. Dat hij niet ditzelfde gevecht wilde doormaken. Toch blijven dit vermoedens… we weten het niet.
Het blijft zwaar op veel vlakken, maar toch lukt het mij nu ook om er vrede mee te hebben. Ik probeer de draad van mijn leven weer op te pakken. Natuurlijk denk ik nog dagelijks aan hem, aan ons. Wat mij het meest blijft raken, is dat hij niet gepraat heeft. Met niemand. Had hij dat toch maar gedaan. Ik denk dat schaamte en trots voor hem in de weg zaten; hoe hij overkwam, was belangrijk voor hem. Hij wilde niet laten zien wat er vanbinnen gebeurde. Eeuwig zonde, want echt, die binnenkant is veel belangrijker.
Voor mij heeft het geholpen om mezelf niet als slachtoffer te zien. Het leven deelt tikken uit, altijd onverwachts, in welke vorm dan ook. Toch blijf ik kapitein van mijn eigen bootje. Ik bepaal uiteindelijk wat er gebeurt en welke kant we op varen: “Ja, het leven gooit rommel naar me, maar ik ben sterker”. Dat zou ook mijn advies zijn: ga niet met vingers wijzen om de ‘dader’ te achterhalen, maar zorg dat je je leven weer op gaat pakken. Je moet verder.
Ga niet met vingers wijzen om de ‘dader’ te achterhalen, maar zorg dat je je leven weer op gaat pakken. Je moet verder.