We stopten nog bij de McDonalds om wat te drinken te halen en hij vertelde mij hoe trots hij op mij was. In de vertrekhal nam hij afscheid. Een kort: “Zorg goed voor jezelf en we bellen als je morgen in Beijing bent.”
Dinsdagochtend belden we zoals afgesproken. Ik was veilig geland, mijn huisgenootjes waren lief en ik zou een uur later voor het eerst gaan kijken op mijn nieuwe werkplek. Mijn vader wenste mij veel plezier. Ik kan me niet herinneren of we afspraken om later weer te bellen. Twee dagen later stormden mijn huisgenootjes mijn kamer in. Mijn moeder was aan de telefoon met een urgent bericht. Op dat moment hoorde ik dat mijn vader vermist was. Een bizar bericht dat ik niet helemaal kon bevatten. Maar ik wist wel, ik moet direct naar huis om te helpen zoeken.
Acht lange maanden volgden waarin we op zoek waren naar mijn vader, op zoek naar antwoorden. Helaas was er niks bekend. Toen hij werd gevonden door een team met zoekhonden bleek al snel dat er geen ander scenario mogelijk was dan zelfdoding. Wederom een bizarre tijd. Dankbaar voor antwoorden en een afsluiting en tegelijkertijd begon een nieuwe zoektocht naar nieuwe antwoorden.
1. Ontkenning: Ik kon en wilde simpelweg niet geloven dat het mijn vader was die gevonden was. Een vermissing is al zo abstract, iets uit een film. Wie kon mij nu garanderen dat het wel mijn vader was die begraven was? Mijn vader zou nooit de keuze maken voor zelfdoding.
2. Onderhandelen: Al vrij snel ging ik over in de fase van onderhandelen. Ik wilde koste wat kost iets positiefs halen uit zijn zinloze dood en de onbeschrijfelijk verdrietige periode van de vermissing. Dus startte ik een landelijk initiatief voor een wetswijziging om de zorg voor achterblijvers te verbeteren. Een initiatief waardoor mijn vaders naam nog een tijd lang doorleefde en waarbij ik ogenschijnlijk sterk over deze heftige periode bleef vertellen.
3. Depressie: Toen ik door mijn familie werd gevraagd om te stoppen met bovenstaand initiatief belandde ik in een depressie. Een depressie waarbij eerdere onverwerkte trauma’s en het trauma van het verlies van mijn vader allemaal op de voorgrond stonden. Studeren, werk, ik kon het allemaal niet meer. Ik was op, leeg en moest aan mijn eigen herstel werken.
4. Woede: Niet alleen op mijn vader was ik woedend, ook op mijzelf en op de mensen om ons heen. Ik probeerde antwoord te vinden op de schuldvraag, door wie of wat heeft papa deze keuze gemaakt?
5. Aanvaarding: Hoewel ik soms nog steeds soms boos of verdrietig ben, of alles het liefste ontken, is er grotendeels aanvaarding. Mijn vader heeft deze keuze gemaakt.
Ik denk dat alle vijf de fases van rouwverwerking normaal zijn, en er geen tijd op te hangen is aan hoe lang die rouw duurt. Wel denk ik dat het bij mij minder heftig werd nadat ik de heftigheid van de gebeurtenis en gevoelens aanvaarde. Mijn vader wilde niet meer leven en dat is zijn keuze waarmee ik heb kunnen leren leven.