Erwin zat in 5 VWO. Hij ging elke dag met plezier naar school en had regelmatig een hoop vrienden om hem heen. Hij speelde handbal op topniveau bij E&O en werkte er hard voor: zes keer per week trainen, waarvan drie keer voor schooltijd. In het weekend had hij wedstrijden. Ook werkte hij bij La Place. Hij zette zich overal 100 procent voor in.
Voor zover wij toen wisten, had hij het erg naar zijn zin in het leven. Ik zou hem omschrijven als een vrolijke jongen van bijna 2 meter lang. Erwin deed álles voor een ander, en kon daarin zichzelf soms vergeten. Hij zou nooit toelaten dat iemand in zijn eentje iets moest oplossen, maar hij stond erop dat dit samen kon doen; hij hielp anderen graag.
Erwin woonde in die tijd als enige nog thuis. Zijn oudere zus, Renate, en oudere broer, Patrick, waren voor hun studie uit huis gegaan. Hij vond het niet erg om thuis het rijk wat meer voor zichzelf alleen te hebben, al was het voor hem ook heerlijk als Renate en Patrick thuis kwamen: het gevoel van genieten met elkaar.
Een paar weken voor zijn 17e verjaardag vertelde hij dat hij zich soms alleen voelde. Dit besprak hij ook met een vriend op zijn werk. Ik had zelf het idee dat dit toch kwam omdat zijn broer en zus al uit huis waren, en dat hij ook graag verder wilde in het studentenleven. Hij heeft het met mij nooit over zelfdoding gehad. Na onze gesprekken over de eenzaamheid, wilde hij wel met de maatschappelijk werker op school gaan praten, maar dit is er nooit meer van gekomen.

Mijn wereld stond op zijn kop na die dag. Al vrij snel heb ik hulp gezocht via de bedrijfsarts en kon ik gaan praten met een rouwdeskundige. Dit was zwaar, maar het heeft mij enorm geholpen. Juist ook het stuk van schuldgevoelens ‘wat heb ik gemist?’ is vaak besproken. Veel weten we niet, en gaan we ook nooit meer te weten komen.
In deze tijd heb ik ook veel steun ervaren aan mijn familie en vrienden. Ze waren er altijd voor me. En ook aan de vrienden van Erwin, in de sporthal kijken naar “zijn” team en een bakkie doen bij La Place. Dit gaf me het gevoel dat Erwin er nog was. Ook al wist ik natuurlijk dat dit niet zo was.
Hierop aansluitend ben ik naar een lotgenotengroep gegaan bij de stichting Nabestaanden na Zelfdoding in Drenthe en ik heb mij aangesloten bij OOK. Dit is een zelfhulporganisatie verspreid door heel Nederland, voor en door ouders die een kind hebben verloren op welke manier dan ook. We zijn met elkaar verbonden door onze kinderen.
Ik weet dat ik niet de enige ben die een kind aan zelfdoding is verloren. Vanuit mijn vrijwilligerswerk als regio-coördinator van OOK (Ouders van Overleden Kind) ken ik meerdere ouders die hebben meegemaakt wat ik heb meegemaakt.
Ik zou willen meegeven aan anderen dat lotgenotencontact zeker de moeite waard is om eens naar te kijken. Je hoeft niets uit te leggen; het is niet erg; en je hoeft geen verantwoording af te leggen over hoe je je voelt.