Ik ben altijd een verlegen meisje geweest, dit komt waarschijnlijk door dingen die heel vroeger gebeurd zijn; ik ben als tweejarig meisje uit huis geplaatst. De eerste twee jaar van de mens zijn cruciaal, hier word je “fundering’’ gelegd. Bij mijn biologische ouders was het thuis niet veilig, mijn vader had psychische problemen en mijn moeder heeft zelf een hele nare jeugd gehad waardoor zij mij ook geen stabiliteit kon bieden. Wat er exact allemaal gebeurd is weten alleen mijn ouders, maar mijn vader is twee jaar geleden overleden waardoor ik nu maar één kant van het verhaal ken.
Op mijn 14e heb ik wat nare ervaringen gehad met jongens/mannen, ik ben bijvoorbeeld door een (biologisch) familielid betast. Daarnaast heeft deze man uitspraken gedaan die je beter niet kan doen bij een 14 jarig meisje, seksueel getinte uitspraken. Op school ging het ook niet zo lekker, ik had weinig vriendinnen en merkte dat mijn leeftijdsgenoten bezig waren met hele andere dingen dan ik. Door eenzaamheid, de vraag “wie ben ik en wat wil ik?” en nare situaties ben ik mezelf gaan beschadigen. Dit hield ik niet geheim. Ik ben hier vrijwel direct over in gesprek gegaan met mijn mentor.
Ik ging niet meer naar de lessen, was veel bezig met onderwerpen als suïcide en zelfbeschadiging. Op mijn 15e probeerde ik mezelf voor het eerst van het leven te beroven, vanaf dit punt werd het extreem. Ik liep elke dag weg van huis, vond andere manieren om mezelf te beschadigen, deed regelmatig een suïcidepoging en zocht op een negatieve manier aandacht van de hulpverlening.
Op mijn 14e zocht ik voor het eerst contact met de Kindertelefoon, eerst met wat grappen en daarna stiekem in mijn kamer op mijn schoollaptop. Vlak voor mijn eerste suïcidepoging (op mijn 15e) zocht ik voor het eerst contact met 113, ik voelde mij gehoord en had bijna dagelijks contact met deze twee hulplijnen.
Ik ben van mijn 16e tot 17e opgenomen geweest binnen de gesloten jeugdzorg, ik kreeg hier één-op-één begeleiding en zo kwam ik erachter dat een rondje rijden in de auto en meezingen met de muziek heel helpend was. Uiteindelijk is het in contact blijven met de mensen om mij heen de beste oplossing geweest, hoe tegenstrijdig dit soms ook voelde.
Toen ik zwanger bleek te zijn, voelde ik voor het echte eerst hoop. Ik had in die afgelopen vier jaar wel vaker wat gevoeld dat leek op hoop, maar dit verdween ook snel weer. Nu bleef het constant aanwezig, durfde ik naar de toekomst te kijken en had ik er ook écht zin in. Een week voor mijn positieve zwangerschapstest ben ik gestopt met mijn droom (voor)opleiding.
Ik deed de opleiding: ‘Handhaving, toezicht en veiligheid’ om daarna door te stromen richting de politie. Dit was een flinke domper, want hierdoor voelde het alsof ik helemaal geen betekenis meer had in deze wereld. Mijn relatie ging uit toen we net wisten dat ik zwanger was, hier had ik in het begin zoveel moeite mee dat ik een keer 's nachts naar buiten ben gegaan. Midden in de nacht ben ik op een afgelegen plek ergens gaan zitten, ik besloot om live te gaan op Tiktok en zo heeft iemand 112 gebeld.
Na een waarschuwingsgesprek op het politiebureau, een aantal dagen later, kwam ik zelf ook tot het besef dat ik door moest gaan; voor mezelf, maar ook voor het kindje dat in mijn buik groeide. Vanaf dat punt ben ik gaan vechten, ik werd medisch verklaard door het ziekenhuis en stond onder toezicht van een psychiater, (medisch) maatschappelijk werker en een gynaecoloog. Dit alles door mijn verleden met psychische problemen.
Ik heb nooit anders gekend dan dit. Ik was twee jaar en (gelukkig) heb ik geen dingen bewust meegemaakt en onthouden. Mijn moeder zag ik elke maand en mijn vader in het begin een aantal keer, het contact met mijn vader werd vrij snel stopgezet. Hij heeft hele heftige dingen gezegd, gedreigd om mij mee te nemen en heeft zo verschillende mensen binnen de (jeugd)zorg bedreigd.
Mijn pleegouders hebben ontzettend veel pleegkinderen in hun huis en hart genomen. Ik heb mij altijd ontzettend welkom en thuis gevoeld. Naast (ongeveer) 30 pleegkinderen (verspreid over jaren) hebben zij nog vier biologische kinderen, deze waren al uit huis toen ik bij ze kwam wonen. Mijn pleegouders hebben altijd gezegd dat ik als een eigen kind voor ze ben, net zo geliefd als hun eigen (biologische) kinderen. Dat zegt natuurlijk heel veel over ze, in een notendop is dat ook wie ze zijn als mensen. Ze geven en delen alles wat ze hebben, heel bijzonder.
Het moederschap is echt onbeschrijfelijk. Ik kwam achter mijn zwangerschap toen ik 18 jaar oud was. Dit was wel even slikken natuurlijk, maar ik wist meteen dat ik het anders wilde doen dan mijn eigen ouders. Ik ben veel bezig met hoe ik ben als moeder. Door mijn eigen verleden weet ik hoe belangrijk die eerste twee levensjaren zijn. Zelf kamp ik momenteel nog met angsten, dat is bijvoorbeeld iets waarvoor ik bang ben het over te dragen aan mijn zoontje.
Gelukkig heb ik onwijs veel mensen om mij heen die mij daarin helpen, advies geven, mijn zoontje eens meenemen om iets te doen samen. Ik begin binnenkort weer met therapie, ik wil aan mezelf blijven werken en over mezelf blijven leren. Hij verdient een mama die er op alle vlakken voor hem kan zijn.

Van kinds af aan was een boek schrijven iets wat mijn interesse trok. Op de oude computer van mijn pleegouders schreef ik fantasierijke verhalen, bijvoorbeeld over een gezin dat in een boomhut woonde of Marioverhalen voor mijn (pleeg)neefjes. Dat ik uit zou komen op een autobiografie had ik nooit gedacht, maar het werkte ontzettend helend voor mezelf. Zo heb ik van bovenaf naar verschillende situaties kunnen kijken, zijn er puzzelstukjes op de juiste plaats gevallen en heb ik ook kunnen leren van mijn fouten.
Uiteindelijk heeft mijn boek ook veel mensen geholpen, iets waar ik alleen maar over kon dromen tijdens het schrijven daarvan. Zo komen er naast mijn verhalen ook mensen vanuit de hulpverlening aan het woord, zoals de politie, maar ook mensen vanuit pleegzorg en de kinder- en jeugdpsychiatrie. Momenteel ben ik zelfs bezig met een vervolg op mijn eerste boek, deze hoop ik volgend jaar uit te brengen. De titel van mijn eerste boek is: ‘’Uit moeilijkheden ontstaan wonderen’’, dit omdat er uit mijn nare ervaringen ook hele mooie dingen zijn gekomen.
Ik heb zelf het idee dat het hebben van gedachten aan zelfdoding nog een taboe is, hierdoor durft men dit niet uit te spreken. Ook weten veel mensen niet hoe ze moeten reageren wanneer iemand uit hun omgeving vertelt over deze gedachten. We moeten het er vaker over hebben, vaker checken bij de mensen om ons heen hoe het gaat en niet meteen in de stress schieten wanneer iemand begint over suïcide. Het is natuurlijk een heftig onderwerp, maar het is zo ontzettend belangrijk om in gesprek te blijven.
Kap het niet af, praat er niet overheen, kom niet gelijk met een oplossing, praat de ander geen schuldgevoel aan; wees een luisterend oor. Gewoon luisteren, geen (goedbedoelde) adviezen; gewoon luisteren.
Op Instagram krijg ik veel berichtjes van mensen die het leven niet meer zien zitten. Soms zitten hier zelfs kinderen van 12 jaar tussen, daarnaast krijg ik ook berichten van (wanhopige) ouders die hopen uit mijn ervaringen oplossingen te halen. Wat ik daarentegen wel weer heel mooi vind is dat het taboe onder de jongeren langzaam lijkt te verdwijnen.
Op TikTok kom ik zoveel video’s tegen met daaronder hele mooie berichten van jongeren die elkaar steun bieden. Er blijft natuurlijk een gevaar dat ze elkaar (onbewust) misschien triggeren en/of naar beneden trekken, maar jongeren lijken in tegenstelling tot een aantal jaar terug met meer begrip te reageren.
Praat erover, dit hoor je waarschijnlijk van iedereen. Maar erover praten werkt het beste, je moet je hoofd zien als een archiefkast vol met papieren. De lades kunnen niet meer dicht omdat ze zo vol zitten. Wanneer je praat over iets wat jou dwarszit pak je bij wijze van spreken een papier uit die overvolle archiefkast.
Als je dit een aantal keer doet zal je merken dat er steeds meer plek komt in die archiefkast, het is minder vol en je hebt wat meer overzicht. Dit werkt precies zo met je hoofd, wanneer je erover praat kun je meer ruimte ervaren. Je hoeft niet alles meer zelf weg te stoppen, iemand helpt je met het dragen van de papieren.