Denk je aan zelfdoding?

We zijn er voor je.
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Moed
15-05-2026

Na het overlijden van zijn broer, stortte Menno zijn wereld in

Menno kan het zich nog goed voor de geest halen, de dag waarop zijn leven plotsklaps veranderde. De krantenkop was op de dag van het ongeluk door mijn broer Jan Willem omcirkeld met ‘Volg je droom’. En dat deed hij, hij volgde zijn droom om vlieger te worden.

De dood van zijn broer

Menno komt uit een hecht gezin met drie broers; hij de oudste, gevolgd door Jan Willem. “Wij vormden een drie-eenheid, we vervloekten en omarmden elkaar tegelijkertijd.” Luchtvaart zit in het bloed van de familie, met een opa die de eerste dagen van Transavia heeft meegemaakt. Daarom was het niet zo vreemd dat Jan Willem de droom koesterde om een vlieger te worden. Hier werkte hij keihard voor, als student aan de Nationale Luchtvaartschool in Beek. Voor zijn opleiding was het noodzakelijk om vlieguren te maken en dat deed hij maar al te graag. Op 5 juni 1993 kreeg hij de kans om een luchtreclamevlucht uit te voeren, in een Cessna boven Eindhoven.

Gedurende die dag was er een hoge luchtvochtigheid, wat het spandoek met de reclametekst nog zwaarder maakte dan dat het al was. Achteraf bleek het totaalgewicht veel hoger dan het vermogen van het kleine vliegtuig van mijn broer. Op tachtig meter hoogte raakte het vliegtuig in een spin en stortte naar de grond. Mijn broer kwam vast te zitten met het wrak op zijn lichaam.

Menno en zijn broer

Toen Menno en zijn ouders het nieuws kregen reden ze met gevaar voor eigen leven op hoge snelheid naar het ziekenhuis, daar troffen zij Jan Willem in coma aan. “Ik vergeet die beelden nooit meer. Zijn lichaam was totaal gehavend, alle ribben waren verbrijzeld. De chirurg vertelde ons dat het er erg somber uit zag. Wat we vreesden werd een dag later werkelijkheid, er was geen hersenactiviteit meer waarneembaar. Mijn moeder vond in de spullen van Jan Willem een donorcodicil. De specialisten adviseerden vervolgens om de hulp te staken en de stekker uit de machine te trekken nu de organen nog bruikbaar waren voor donatie. Zijn organen zijn naar acht verschillende mensen gegaan.”

De dagen tussen het ziekenhuis en de begrafenis herinnert Menno als een opeenvolgende wervelwind. “We ontvingen zakken met post, allemaal steunbetuigingen van familie en vrienden.” Op 11 juni was het zover. “Er was een opkomst van misschien wel 1.000 man, Jan Willem kreeg een saluut van zijn klasgenoten. In ‘missing man formation’ vlogen ze over de begraafplaats heen.” Wat er in deze paar dagen gebeurde gooide het leven van Menno compleet overhoop.

Troost in het uitgaansleven

Menno was toen 27 jaar en had pas net zijn eigen bedrijf opgericht. De wereld lag letterlijk aan zijn voeten, maar na het overlijden van zijn broer gleed die wereld van dag tot dag steeds verder van hem weg. “De overgebleven leden van het gezin hadden een andere manier om het verlies te verwerken. Mijn vader was nog veel te jong om grijs te worden maar toch gebeurde het.

Mijn moeder vertelde dat ze alleen nog leefde voor ons. Op straat werd ik vermeden, mensen waren bang om mij aan te spreken.” Hij kan zich nog goed herinneren dat hij de eerste dagen alleen doorbracht, totdat hij werd uitgenodigd om wat te drinken in een café. “Daar aangekomen vroegen ze mij wat ik daar deed en of ik al over de dood van mijn broer heen was. Ik ben direct omgekeerd en naar huis gegaan. Daar aangekomen ben ik gaan zitten op de bank, volledig lamgeslagen. Ik heb alleen maar voor mij uit zitten staren.”

Vanaf dat moment zocht hij steeds vaker een uitvlucht in plezier en uitgaan, met daarbij de nodige alcohol. Menno grinnikt: “En dat hebben de tuinkabouters geweten.” Ik kijk hem vragend aan: “Tuinkabouters?” Even is hij stil en zegt: “Met iets te veel alcohol op ben ik in die tijd een keer door vijf achtertuinen gereden door Amstelveen, enkele tuinkabouters kunnen dat niet meer navertellen. Dat was de eerste en ook de laatste keer, daar ben ik ook voor veroordeeld. Dit leerde mijn lesje wel.”

Jan Willem

Zelfmoordgedachten

Het is 1996, drie jaar na het ongeluk. De handel met zijn bedrijf gaat niet goed door futloosheid en een gebrek aan interesse. Er heerst een gevoel van: “Donder op, ik heb hier geen zin meer in.” Het hechte gezin en die drie-eenheid is niet meer, de financiële zorgen stapelen zich op terwijl de huur gewoon betaald moet worden, zijn relatie is gestrand en hij is alleen. Niets interesseert Menno meer, de toekomst ligt gebroken om hem heen. Steeds vaker sijpelen er gedachten aan zelfdoding door zijn hoofd. “Zo kan het ook, zo kan ik een einde maken aan alles.” Vaak staat hij op het punt om de daad bij het woord te voegen en om dat te ondernemen wat een definitief einde aan alles zou betekenen. Maar hij houdt vol.

Menno vraagt zich namelijk af: “Nog een zoon minder. Kan ik dit mijn ouders en mijn jongste broer aan doen?” Uiteindelijk is het antwoord: “Wat een grote kolerezooi maak ik ervan. Nee, dit kan ik mijn ouders niet aan doen.” Hij gaat aan het werk om van het kleine vonkje levensmoed iets meers aan te wakkeren. “Je moet je voorstellen, het is 1996. In die tijd heb je geen hulplijnen. Praten over je gevoelens was not done. Toch verzamelde ik alle moed bij elkaar en nam contact op met een psycholoog. Maar daar met anderen over praten durfde ik niet, bang dat mensen zouden zeggen dat ik gek ben. Er heerste een taboe op het gaan naar een psycholoog.

De algemene mentaliteit in die tijd was: na een week, misschien een paar maanden, hooguit een jaar pak je de draad weer op en gaat het leven verder. Daarna moet het klagen over zijn. Dat is simpelweg niet voor iedereen zo. Door de gesprekken met de psycholoog kreeg ik gelukkig weer langzaamaan zin in het leven. Dat ging niet van de een op de andere dag, het was een proces van maanden.”

Binnen de familie is de luchtvaart nooit als schuldige aangewezen, het overlijden van zijn broer wordt beschouwd als een noodlottig ongeval. Menno besloot om te stoppen met zijn eigen onderneming en “op een blauwe maandag” aan de slag te gaan als steward bij de KLM. Net zoals zijn opa en Jan Willem, ook de luchtvaart in.

Toch bleek het vliegen in Cityhoppers niets voor hem te zijn. Niet heel veel later keerde Menno terug naar de zakenwereld en ging vanuit een grachtenpand in Haarlem zakendoen in China. De gedachten aan zelfdoding maakten langzaamaan plaats voor het ervaren van geluk. “Steeds vaker kon ik weer genieten van de kleine momenten. Tien keer per jaar reisde ik af naar China. Ik kan mij een ochtend in Hangzhou nog herinneren, ik zat daar onder een boom en dacht: de wereld zit vol met ellende maar wat is het leven toch mooi.”

Het blijft niet bij China, het bedrijf waar hij voor werkte breidde steeds verder uit. De zaken gingen goed met een omzet in de vele miljoenen. Menno richt inkoopkantoren op in verschillende landen, waaronder eentje in Taipei. “Het is fantastisch om een andere cultuur op te snuiven. Ik heb de echte Bridge on the River Kwai gezien, op de Chinese muur en het Tiananmenplein gestaan. Beijing bestond toen nog vooral uit laagbouw, ik heb de hoogbouw uit de grond gestampt zien worden.”

Menno in zijn Jeep

De geboorte van een dochter

In 2005 wordt hij op 39-jarige leeftijd vader van een dochter. “Toen realiseerde ik mij ineens wat mijn eigen ouders meemaakten na de dood van mijn broer. Het verliezen van je kind is het ergste wat je als ouder kan overkomen. Mijn prachtige dochter is inmiddels 18 jaar geworden, dat had ik mij al die jaren geleden echt niet kunnen bedenken. Hoe het leven van halfleeg naar halfvol kan gaan. Inmiddels ben ik 57 maar mijn leven is nog lang niet voorbij, er is nog zoveel om te zien en om te doen.”

Menno werkt nu als inkoopadviseur bij Stichting 113 Zelfmoordpreventie. “Het is een heel bewuste keuze geweest om het roer om te gooien. Ik ben geen carrièrejager, ik hoef geen dik huis met dure auto’s. De laatste jaren ben ik veel meer waarde gaan hechten aan mensen dan aan het materiële. Ik kan prima rustig leven in een klein hutje op de hei.” Hij weet vanuit zijn werkgever dat mannen van middelbare leeftijd de grootste risicogroep zijn onder mensen die suïcide plegen, mede omdat ze gedachten vaak voor zich houden.

“Praten over je gevoelens is een enorm obstakel vanwege de tijd waarin wij opgegroeid zijn. Ik ben nu ook zo’n middelbare man en wil graag andere mannen van mijn leeftijd meegeven dat het geen schande meer is om te praten over je gevoelens. Het kan nu, het mag. Er schijnt altijd licht aan de andere kant van de donkere tunnel, hoe moeilijk het leven op dat moment ook is.

Heb de moed om erin te geloven. Moeder natuur moet de tijd eroverheen laten gaan. Ook al zit je in een gat, er is een lichtpuntje dat zichtbaarder wordt. In het begin is deze nog zeer klein maar het wordt groter. Alles wat je aandacht geeft groeit. Praat over wat er in je omgaat.”

Menno en zijn vrouw

Plannen voor de toekomst

Op 5 juni 1993 omcirkelde Jan Willem een krantenkop met “Volg je droom” en dat is Menno tot op de dag van vandaag bijgebleven. De toekomst gaat voor Menno dan ook verder dan inkoopadviseur zijn. “In het najaar verhuis ik naar Normandië om daar samen met mijn vrouw een Bed and Breakfast te runnen. Veel mensen weten het niet maar ik heb een grote fascinatie voor geschiedenis. Met mijn Jeep uit de Tweede Wereldoorlog ga ik daar rondleidingen geven langs historische plekken, zoals Utah Beach en Omaha Beach.

Niets is mooier dan het mensen naar hun zin maken, voor ze koken en ze een mooie tijd bezorgen.” Op de vraag of hij nog laatste afsluitende woorden heeft reageert Menno als volgt.

Doe wat je leuk vindt, wat je levensvreugde geeft. Als je altijd maar doet wat de maatschappij van je verwacht, is er een kans dat je in een negatieve flow terechtkomt. Daar heeft niemand wat aan.