Denk je aan zelfdoding?

We zijn er voor je.
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Hoop
17-04-2022

Online voelt het veiliger om mijn verhaal te delen

Nikki woont in een schattig appartementje in Leiden. Ze werkt fulltime, deels als onderzoeker bij 113 Zelfmoordpreventie en deels als docent bij de Open Universiteit Nederland. Haar partner woont in Schotland. Ze is op zoek naar een klein huisdier, hoewel haar huisbaas daar mogelijk niet zo blij mee is. 

Nikki’s leven is op het moment relatief stressvol, haar moeder ligt in een scheiding en haar jongere halfbroertje en halfzusje hebben last van verschillende mentale problemen. Gelukkig merkt ze dat ze een stuk beter met stress om kan gaan dan toen ze zestien was.

Tien jaar en verhalen over zelfdoding

Ik had al vrij jong suïcidale gedachten. Zo bedacht ik vaak verhalen. Ik kan me herinneren dat ik een verhaal schreef over een jong meisje dat een zelfmoordpoging deed terwijl ik een jaar of tien was.

Mijn concrete ervaringen met suïcidale gedachten en zelfbeschadiging begonnen pas later, toen ik een jaar of 15 was. Ik weet nog dat ik op een gegeven moment huilend in de douche stond, omdat ik aan suïcide had gedacht. Ik vond dit een ontzettend enge gedachte. Mijn moeder heeft ook een lange weg van suïcidaliteit en zelfbeschadiging achter de rug, en op die leeftijd had ik geen heel goede relatie met haar. De gedachte dat ik mogelijk wel net zo zou worden als zij, maakte me bang en verdrietig.

Uiteindelijk is dat gelukkig bij mij relatief meegevallen. Ik heb nooit een suïcidepoging ondernomen, het bleef bij gedachten en enkele perioden van zelfbeschadiging. Desalniettemin waren ook dit geen leuke ervaringen natuurlijk.

Een dramaserie van mijn leven

Het was een samenloop van ontzettend veel omstandigheden. Ik denk soms wel dat ze van mijn leven bijna een dramaserie kunnen maken. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik een jaar of twee was, waarna het zeker tot mijn zevende heeft geduurd voor het juridische proces was afgerond. Ik woonde bij mijn vader en zag mijn moeder om het weekend. De relatie tussen mij en mijn moeder was slecht. Dat heeft zeker wel geduurd tot ik een jaar of achttien was.

Ik was een lastige puber en begon ook vroeg met puberen. Ook ben ik van groep 5 op de basisschool tot en met de derde klas van de middelbare school flink gepest. Ik was de jongste van de klas en ik lag niet lekker in de groep. Alles aan mij schreeuwde ‘anders’ op de één of andere manier. Ik voelde me eenzaam en buitengesloten.

Lesbisch, biseksueel of queer

In mijn vroege tienerjaren begon ik ook te worstelen met mijn eigen identiteit. Ik kwam op elfjarige leeftijd uit de kast als lesbisch, nadat het uitging met mijn tweede vriendje. Het is een lange zoektocht geweest naar wie ik ben, en uiteindelijk identificeer ik mij nu als biseksueel of queer. Mijn laatste ex had zelf ook last van depressies en suïcidaliteit. Wij versterkten elkaar hierin enorm. Achteraf gezien was er veel aan onze relatie ‘toxic’.

Vast in een online community

In deze periode begon ik ook online meer te ontwikkelen. Ik vond geen aansluiting met mensen in het ‘echte leven’ en stortte me op tumblr en instagram om daar een community te vinden. Terugkijkend had vooral tumblr een nadelig effect op mijn ervaringen van depressie en suïcidaliteit. Je zit zo in die community vast waarin iedereen elkaars drama versterkt en berichten of foto’s deelt van zijn eigen ellende, dat je bijna vergeet dat dit niet normaal is. Het voelt fijn omdat je je begrepen voelt, maar er was niemand die aan de bel trok. Wensen dat je er niet meer zou zijn was doodnormaal.

Geen vertrouwen in de hulpverlening

Mijn eerste ervaring met de hulpverlening was toen ik zes jaar was. Wij hadden op school een maatschappelijk werker die af en toe met mij ging praten over de scheiding van mijn ouders. Zij stelde voor mijn gevoel compleet de verkeerde vragen, waardoor het totaal niet aansloot bij mijn belevingswereld.

Uiteindelijk ben ik op mijn zestiende voor het eerst in de GGZ terecht gekomen, via de praktijkondersteuner van de huisarts. Ook dit sloot helaas niet helemaal aan bij wat ik wilde, maar in plaats van dat aan te geven, loog ik vaak over hoe het met me ging. Na het traject ging het dan ook niet echt beter. Ik hoopte dat ik me vanzelf beter ging voelen. Ik was immers geslaagd voor mijn VWO en ging naar de universiteit, een tijd voor nieuwe ervaringen en nieuwe vrienden, en vooral ook, niet meer de negatieve ervaringen van de middelbare school.

Ik ging me beter voelen

Het ging in de eerste periode ook best goed, maar ik merkte toch dat ik me niet zo veel beter voelde als ik graag zou willen. Hierdoor kwam ik bij een studentenpsycholoog terecht. Die raadde me aan om opnieuw een verwijzing te zoeken naar de GGZ, en bood aan om volgende week te bellen om te vragen of ik het al gedaan had. Ik zei dat dat niet hoefde, ik ging het echt wel doen. 

Maar je raadt het al, dat deed ik dus mooi niet. Ik had geen vertrouwen dat het zou helpen, dus waarom zou ik? Uiteindelijk ben ik me toch uit mezelf beter gaan voelen, ook zonder hulp. Ik heb helaas dus geen mooi succesverhaal van een therapeut die me écht begreep en met me mee dacht.

Praktijkondersteuner van de huisarts

De afgelopen jaren ben ik nog wel eens bij de praktijkondersteuner van de huisarts geweest. Ik merk dat ik dit een fijne manier van hulpverlening vind. Het is laagdrempelig en ze laten in verhouding veel aan jou zelf over. Daar heb ik mijn hele levensverhaal eens doorlopen. Ik zocht erkenning en begrip, en dat hielp al ontzettend bij het loslaten van het verleden. 

Ook nu zoek ik de praktijkondersteuner af en toe op als er meer stress in mijn leven komt, zoals toen ik eind vorig jaar hoorde dat mijn stiefvader van mijn moeder wilde scheiden. Daar kan ik mijn ei even kwijt om weer door te kunnen.

Online voelt het veiliger om mijn verhaal te delen

Ik probeerde mijn omgeving zo min mogelijk te betrekken in het begin. Ik schaamde me en was bang dat ze het enorm groot zouden maken. Online was ik er wel open over, ook tegen mijn toenmalige partner. De eerste keer dat mijn ouders vroegen of ik aan zelfbeschadiging deed heb ik glashard gelogen, ik was wel gek als ik dat toe ging geven. Mijn ouders waren wel betrokken bij mijn intake bij de GGZ omdat het een jeugdpraktijk was, maar echt veel wisten ze niet. 

Achteraf heb ik denk ik veel te veel druk op mijn online vrienden gelegd (en zij ook op mij). Iedereen maakte zich continu zorgen om elkaar en omdat je zo ver weg woonde, was er niets wat je concreet kon doen. Je hoopte altijd maar dat iemand de volgende dag weer wakker zou worden en reageren op je berichtje.

Ik spreek nog steeds weinig over mijn ervaringen met de mensen om me heen. Online voelt het veiliger om verhalen te delen en mensen te inspireren. Eigenlijk is het wel gek, want ik ben afgestudeerd als psycholoog en mijn moeder werkt als ervaringsdeskundige. We hebben het dan ook vaak over mentale gezondheid, maar ik heb het bijna nooit over mezelf. Dat maakt het stiekem ook wel spannend om het hier te delen, hoewel ik het belangrijk vind dat het gebeurt en dat men hier open over is.

Een systeemgesprek met mijn moeder

Met mijn moeder sprak ik later wel veel over hoe het tussen ons was in mijn jeugd. Ook hebben we samen een systeemgesprek gevoerd met twee therapeuten erbij. Dit was een intens gesprek, maar hier kwam wel veel naar boven dat voor ons allebei een grote rol speelde in de problemen die we met elkaar hadden.

Mijn lichtpunten tijdens herstel

Het is bij mij echt geleidelijk gegaan. Zowel de afdaling de diepte in, als de klim omhoog. Ik heb nooit écht de wens gehad om dood te gaan, ook al zei ik dat wel. Het was met name een manier om te uiten dat ik het leven op deze manier niet leuk meer vond.

Ondanks dat ik tot nu toe vooral stil heb gestaan bij de negatieve kanten van mijn ervaring op sociale media, ben ik er over het algemeen ontzettend blij mee dat ik deze online community’s gevonden heb. Zo heb ik via Instagram een aantal super goede vrienden gemaakt, en heb ik ook mijn huidige partner ontmoet. Het online leven was echt een copingstrategie, een manier om te ontsnappen aan de ellende van het dagelijks leven en te verdwijnen in de wereld van fandoms, met name Middle Earth.

In 2013 (her)ontdekte ik Tolkien’s werk en dit is lang een groot deel van mijn identiteit geweest. Mijn kamer hing vol met posters van de Hobbit en ik ontmoette acteurs op conventies. Dat waren zeker highlights in de dingen die ik meegemaakt heb. Ook kan ik bijvoorbeeld ontzettend genieten van een dagje Efteling of de dierentuin.

Wat voor mij zeker geholpen heeft is dat ik duidelijke doelen voor ogen had wat ik wilde bereiken in het leven. Verder zit het ook in kleine dingetjes, zoals een nieuw album van mijn favoriete artiest of een vakantie naar een nieuw land. Momentjes die je niet zou willen missen. Ik zou mijn verhaal willen eindigen met twee quotes van Tolkien die me altijd raken.

I will not say, do not weep, for not all tears are an evil.