Door: Wouter de Koning
We beginnen bij het begin. Vraag of de ander wil praten. Dat is een persoonlijke vraag. Accepteer elk antwoord. Ga niet tegen de deur aanleunen met argumenten zoals ‘Ik maak me echt zorgen’, of ‘Wij geven om jou’. De ander bepaalt of hij/zij jou in vertrouwen neemt.
Vertrouwen is -net als liefde- niet af te dwingen. Zet geen voetje tussen de deur. Geef bij een negatief antwoord vriendelijk aan dat jij altijd open staat voor een gesprek. Laat misschien iemand anders om een gesprek vragen.
Mag je binnenkomen? Top! Gedraag je netjes. Stel jezelf niet boven de ander. Stap niet in een ‘reddersrol’. We zijn allemaal mensen met onze eigen twijfels, angsten en tekortkomingen.
Een goede gast laat de gastheer of -dame uiteraard altijd uitpraten. Ook als deze langzaam praat, of niet snel tot de kern komt. Besef dat het voor de ander niet makkelijk is om te praten, zeker als je elkaar nog niet goed kent. Veel mensen hebben geen, of slechte ervaringen, met praten over negatieve emoties.
Wees niet bang voor de stilte. De stilte is oké. Een goede stilte nodigt de ander uit om steeds iets meer tevoorschijn te komen, op zijn/haar eigen tempo.
Het is een te harde openingszin, maar je moet ook er ook niet te lang omheen dansen. De vraag ‘Denk je wel eens aan zelfmoord?’, kan heel bevrijdend zijn voor de ander. Vaak bestaat het gevoel dat je eigenlijk niet over suïcide mag nadenken of praten. Erover kunnen praten, helpt.
Het is zaak om jezelf niet te fixeren op een (half) verwoordde doodswens, maar rustig te blijven luisteren. Zoek naar de bron van het lijden. Waar komt het ‘verlangen’ naar de dood vandaan? Wat maakt de dood ‘aantrekkelijk’? Waar zit de pijn in het leven van de ander?
Als het antwoord ‘ja’ is..
Veel mensen vrezen het scenario dat iemand inderdaad bevestigt aan zelfmoord te denken. Dat hoeft niet. Blijf in elk geval rustig luisteren. Een schrikreactie, of zeggen dat je dat ‘heel erg’ vindt, kan ertoe leiden dat iemand niet meer (voluit) spreekt. Belangrijker dan jouw mening of gevoel, is dat het gesprek open blijft. Dat de ander ervaart dat alles mag worden gezegd.
We hebben de neiging om als mens weg te rennen van het donker. We willen het licht aandoen. Maar jij bent de gast: het is aan de ander om wat licht aan te doen.
Accepteer de negatieve emoties van de ander: dat is zijn/haar realiteit. Je kunt meemaken dat mensen supernegatief over zichzelf praten. Dan wil je tegenstutteren, maar wat jij vindt is niet relevant. Gevoelens tegenspreken helpt niet.
Vraag bevestiging van wat je hebt gehoord. Herhaal in jouw eigen woorden wat jij denkt dat de ander bedoelt en vraag of je het goed hebt verwoord. Dat voorkomt valse aannames en misverstanden.
Als je de bevestiging hebt ontvangen dat je alles goed hebt verwoord, mag je jouw visie of gevoel delen. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik begrijp dat jij jezelf niet (knap, slim, aardig, et cetera) vindt, maar ik vind jou wel (knap, slim, fijn om bij te zijn, et cetera)’.
Geef jouw mening, maar ga niet in discussie. Het moet geen potje verbaal handje drukken worden.
Geef erkenning voor de strijd of de worsteling van de ander. Erken dat het logisch is dat iemand moe is, of somber. Maar geef ook aan dat jij een vechter ziet. Vraag wat de ander op de been houdt. Dat kunnen mensen zijn, of huisdieren. Of een reis die iemand ooit nog mag doen.
Kortom: nadat we wanhoop hebben laten uitpraten, krijgt hoop het laatste woord. Wat biedt de ander hoop? Waar krijgt iemand energie van?
Biedt jouw hulp aan bij het gevecht van de ander. Plan na afloop een nieuwe afspraak, binnen een afzienbare tijd.
Meelopen in donkere dagen
Tot slot: jij bent niet verantwoordelijk voor de gedachten en/of daden van de ander. Laat jezelf geen zwijgplicht opleggen. Beloof niet dat jij bepaalde dingen niet zult doen. Zoals jij niet verantwoordelijk bent voor wat de ander doet, kan en mag de ander dat ook niet andersom doen.
Iedereen wil worden gezien, gehoord en gewaardeerd. Juist in onze donkere dagen is het van groot belang dat iemand liefdevol luistert. Ik hoop dat de bovenstaande tips jou helpen om even mee te kunnen lopen tijdens de donkere dagen in iemands leven.