Door Harald Grootendorst
Een getal is een getal. Elke “geslaagde poging” herbergt een intens verdrietig verhaal. Mag ik één verhaal met daarin twee slachtoffers met jullie delen om een getal gestalte te geven en zo meer aandacht te vragen voor dit probleem?
Ik weet nog dat we terugfietsten van school naar huis, grote broer. Het is dinsdag 22 september 1987, de tweede herfstdag van het jaar. Jij bent 17 en ik 15. Wij zijn zojuist uit het klaslokaal gehaald door de rector. Hij zei: “Doe je jas maar aan en neem je schooltas mee de klas uit, jullie hebben geen les meer vandaag.” In de kamer van de rector stond onze moeder en ze zei: “Papa is overleden, hij is dood en hij heeft het zelf gedaan.” Op de fiets reden mijn broer en ik samen naar huis, allebei kotsmisselijk van verdriet.
“Zei mama nou dat papa het zelf had gedaan?” “Hoe dan?”, vroeg je mij. Ik kon alleen maar huilen en mijn ogen maakten meer water dan de zware regenbui waar wij door heen reden. Je zei: ”Stop even met fietsen lief broertje.” Ik stopte en viel bijna om, trillend en duizelig van verdriet. Je pakte mij beet, drukte onze hoofden tegen elkaar en zei: “Laten wij elkaar één ding beloven lief klein broertje, wij blijven altijd bij elkaar, wij zullen nooit zoiets doen als wat papa heeft gedaan” Ik knikte, omhelsde je en zei: "Dank je sterke broer, dan heb ik gelukkig altijd jou nog."

Harald en zijn vader
Laten wij elkaar één ding beloven lief klein broertje, wij blijven altijd bij elkaar, wij zullen nooit zoiets doen als wat papa heeft gedaan.
Op 27 september 2022 heb jij onze belofte verbroken en ik misschien al daarvoor. Al eerder heb ik je voor mijn gevoel in de steek gelaten, maar ik realiseerde me niet dat jij onafgebroken ziek was. Was ik (te) veel met mijn eigen leven bezig? Gaf jij (on)bewust het signaal dat ik niet te dichtbij mocht komen omdat je al op weg was naar de nooduitgang? Wilde ik voorkomen dat mijn eigen dierbare dochters te veel blootgesteld zouden worden aan chronische zwaarmoedigheid? Je vertelde mij immers zelf dat kinderen van een ouder die zichzelf van het leven heeft beroofd, een substantieel grotere kans hebben om kennis te maken met Magere Hein.
Ik had je (nog) meer moeten knuffelen en zeggen dat ik van je hou. Ja, wij hebben over het strand van Scheveningen gelopen en gepraat. Ja, ik stond je al op te wachten bij de kliniek toen je werd overgebracht van het ziekenhuis na een mislukte poging. En ja, ik stond je al op te wachten toen je van huis werd overgebracht naar het mortuarium om te zien of je toch niet stiekem uit de kist pop-upte. Ik denk niet dat ik of wie dan ook je had kunnen helpen om je in leven te houden maar het had de eenzaamheid misschien wat verzacht. Je hebt de martelgang grotendeels alleen afgelegd en je kon ook niet anders.
Hoe dichter wij bij je kwamen, hoe groter de lijdensweg werd. Het besef dat je als vader je kinderen nooit meer zal zien katapulteert de drang om uit het leven te stappen. Decennialang heb jij je ellendig gevoeld. Je luisterde niet voor niets al die tijd naar ‘The Smiths’ en las de boeken van Franz Kafka. Zielsverwanten.
Ik luister de muziek van ‘The Smiths’ nu ook meer om dichtbij je te kunnen zijn. Het nummer “Asleep” durf ik (nog) niet te draaien (Sing me to sleep, and then leave me alone. Don’t try to wake me in the morning, cause I will be gone). Op je uitvaart, nu bijna een jaar geleden, hebben wij dit nummer ook beluisterd en ik weet bijna zeker dat je deze ook hebt gedraaid toen je stierf, moederziel alleen in je bed. De daad van pa heeft je doen verdrinken.Een paar weken terug ben ik op de plek in het bos geweest waar wij vorig jaar samen met onze zus hebben gezeten om te praten. Ik had het verlangen jou en pa daar te zien, een reünie van twee geesten en één mens. Wij hebben elkaar vluchtig omhelsd en gehuild omdat 'De Dood' zijn geheim aan 'Het Leven' niet mag prijsgeven. De realiteit beukte mij achterover in de natte struikhei. Jij bent echt dood, net als pa.
Je wilde niet dood maar je kon het leven zo niet langer volhouden. Ik dacht aan de laatste keer dat ik bij je was in Voorburg. Je ogen zwegen, je geest rukte zich langzaam los van je lijf. Je was broodmager, doodmoe en ik bracht je naar bed. Je wilde slapen en niet meer wakker worden. Wij hebben samen gehuild en ik heb je vastgehouden, gekust en gezegd dat het wel goed zou komen.

Mijn grote broer
Wij wisten allebei wel beter. De gedachte dat dit voor jou de enige uitweg was borrelde bij mij op. Het maakte mij misselijk omdat ik mij realiseerde hoe jij je dan wel niet moest voelen. Ik wil dichtbij je blijven lieve broer. Bij pa zijn veel herinneringen troebel geworden. Het is te lang geleden en ik heb veel langer niet dan wel een vader mogen meemaken. Een schrale troost is dat dit bij jou niet het geval zal zijn.
Het zou mooi zijn als ik je in een heel dik boek kan vertellen hoeveel ik om je geef en dat ik met het boek als bewijs in de hand mensen kan aanstoten en zeggen dat je een liefdevolle man was. Een man die dacht dat je van fouten niet kon leren maar dat die je voor eeuwig zouden blijven achtervolgen en je op den duur zouden verstikken. Jij zou zeggen dat een kort gedicht krachtiger is. Jij was dichtvirtuoos en jij hebt dat geëtaleerd in prachtige dichtbundels (‘De dag kwam kijken’ en ‘De stad was prachtig’).

Links: Harald (links) met zijn vader en broer toen | Rechts: Harald nu.
Ik begreep niet dat je niet gewoon de bank af kon komen om je problemen op te lossen. Zelfs niet met veel (professionele) hulp en liefde. Je leert de krochten van de geest kennen als je vader je in de steek laat. Dat weet jij als geen ander broer en toch heb jij hetzelfde pad bewandeld. Ik neem jullie niets kwalijk lieve broer en lieve vader. Ik ken niemand sterker dan jullie. Durf maar eens het leven uit te stappen. Waren jullie maar wat minder sterk geweest of beter: hadden jullie die kracht maar kunnen inzetten voor een acceptabele en misschien zelfs een gelukkige toekomst voor je dierbaren en vooral jezelf.
Helaas konden jullie door de ziekte niet meer bij het geluk kon komen. Op een gegeven moment heb je ‘gewoon’ geen keus meer als je je zo voelt en de schaamte te groot is, of niet open staat voor of gelooft in therapie of dat het te laat is voor therapie. Jullie mankeerden niets, intelligente mannen, prachtige kinderen, goede banen en geliefd bij velen. Jammer dat jullie niet bij je eigen begrafenis konden zijn. Wellicht had dat jullie op andere gedachten kunnen brengen. Zien wij elkaar snel weer in het bos?