Denk je aan zelfdoding?

We zijn er voor je.
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Hoop
21-04-2026

Praten over mijn suïcidale gedachten

Maarten is momenteel alweer een jaartje of tien woonachtig in Amsterdam. Hij woont antikraak in een oude jeugdgevangenis samen met 40 andere huisgenoten van tussen de 18 en 40 jaar. Een fijne mengelmoes van studenten, werkenden en kleine creatieve ondernemingen. Gedurende de corona pandemie heeft hij gewerkt bij de GGD Amsterdam als coördinator.

Na zijn Havo-opleiding is hij naar de politieacademie gegaan in Amsterdam voor de opleiding tot hoofdagent. Op bureau Zandvoort heeft hij veel mooie, maar ook heftige dingen meegemaakt, wat hem heeft doen besluiten om zijn geluk na vijf trouwe dienstjaren ergens anders te zoeken. Dit geluk vond hij in de muziek. Hij produceert Techno en Deephouse in zijn eigen studiootje in Amsterdam, speelt gitaar, drums en piano. Maarten is echter ook lange tijd suïcidaal geweest…

Een verstikkende struik van suïcidaliteit

Om te zien waar mijn problematiek omtrent suïcidaliteit is ontstaan moeten we terug naar mijn 7-jarige ik. Een tijd waarvan ik met zekerheid kan zeggen dat daar het eerste zaadje van mijn klachten werd geplant. Het duurde alleen een tijd totdat het zaadje daadwerkelijk ontkiemde in een alles verstrengelende en verstikkende struik van suïcidaliteit waar ik, tegen mijn 23e levensjaar, geen enkel lichtstraaltje van hoop meer doorheen kon zien. Om dit lange en trage proces inzichtelijk te krijgen van waarom dit nou is ontstaan kan ik jou, de lezer, beter even meenemen door de jaren heen. Je bent namelijk niet van de één op de andere dag levensmoe, althans, niet in mijn geval. Voor iedereen zal dit uiteraard anders zijn, wees je daar altijd van bewust. Dit is míjn verhaal.

Scheiding

Ik was volgens mij 7 jaar toen m’n ouders mijn zus en ik naar de woonkamer riepen. We moesten op de bank gaan zitten, want ze wilden ons iets vertellen. Ik hoorde ze zeggen dat mijn ouders gingen scheiden. Ik was te jong om te begrijpen wat dat precies betekende, dus stond ik op van de bank en zei: “Haha! Echt niet!” en ben vervolgens naar boven gegaan om verder te gaan spelen op mijn kamer. Ik weet dat mijn vader later nog naar mij toe is gekomen en naast me op bed is gaan zitten. Wat hier verder gezegd is weet ik niet meer, dit is te lang geleden. 

In de dagen, weken en maanden daarna weet ik alleen de bijzondere gebeurtenissen nog. Stukjes van een puzzel die ik op latere leeftijd met behulp van de juiste professionele hulp wist te ontcijferen, op een chronologische volgorde kon leggen en kon zien en begrijpen wat hier nou precies allemaal gebeurd was. Hierdoor kon ik er met openheid en liefde naar gaan kijken. Een essentieel onderdeel achteraf voor mijn verwerking.

Verhuizen naar de andere kant van het dorp, op een andere school moeten, te ver van al je oude vriendjes wonen. En überhaupt, een papa en mama hebben met allebei een eigen huis? Ik weet dat mijn zus op den duur naar een kinderpsycholoog ging en dat mij de vraag werd gesteld of ik hier ook behoefte aan had. “Waarom zou ik moeten praten met iemand? Alles gaat toch goed?” hoor ik mijn 9 á 10 zelf nog zeggen. Ik weet nog heel goed dat ik heel sterk de gedachte had: “Waarom voel ik mij zo rot? Alles gaat toch goed? En papa en mama hebben het toch rustig uitgelegd? Ze houden niet meer van elkaar, dan ga je uit elkaar, dat is toch normaal? Waarom voel ik me dan zo slecht? Ik wil hier niet slecht over voelen. Ik wil weer normaal zijn. Gewoon een papa en mama thuis hebben, net als iedereen.”

Mijn eigen pakkie an

Daarnaast voelde ik me schuldig aan de gedachte dat mijn moeder ook nog eens aan mij moest gaan denken, mocht ook ik met een psycholoog gaan praten. “Ik ben nu gewoon even de man des huizes, ik moet voor de meiden zorgen. Ik ben nu even niet belangrijk.” dacht ik. Met deze gedachten hield ik al mijn gevoelens en emoties achter slot en grendel voor de komende jaren. Ik zette een lach op mijn gezicht, maakte het mijn levensdoel om zoveel mogelijk mensen aan het lachen te maken en ik maakte vrienden met Jan en Alleman. Maar ik had het met niemand over mijn echte gevoelens en gedachten. Dat was mijn eigen ‘pakkie an’.

Vanaf de scheiding, tot mijn 10e/11e denk ik zo, gingen mijn zus en ik om de twee weken in het weekend naar mijn vader. Al snel bleek dat mijn vader echt de kostwinner was van het gezin. Opvoeden viel hem zwaar en dan doel ik met name op de emotionele aandacht die een kind nodig heeft. Zo moest mijn vader altijd twijfelen over hoe oud we precies waren, in welke klas we ook alweer zaten en op welke school. We aten iedere keer hetzelfde en gingen nooit eens echt het huis uit met papa.

Geen contact meer met papa

Ik was altijd lekker aan het knutselen en tekenen bij mijn vader en had eigenlijk niet veel problemen met onze niets veranderende weekendjes. Maar ik zag wel hoeveel het mijn zus deed en dit raakte me. Uiteindelijk kwamen er weken van slecht slapen, zowel bij papa als bij mama. De disbalans was in mijn lichaam gaan zitten, zonder dit echt te kunnen duiden. Mama interpreteerde dit als: “Het gaat niet goed als ze bij hun vader zijn. Er moet wat veranderen.” Papa interpreteerde dit als: “Wat gaat er mis dan? Jullie krijgen toch te eten? Ik ben er toch gewoon het weekend als jullie er zijn?”, mijn zus interpreteerde dit als: “Papa geeft niet genoeg om ons, ik wil even niet meer heen.” En ik, ik zat daar precies tussenin. Ik begreep niet wat er aan de hand was maar voelde dat er ‘iets’ moest veranderen. We besloten een brief op te stellen naar mijn vader met al onze gevoelens. We, of beter gezegd, ik, had rust nodig. De laatste zin in de brief ging als volgt: “We willen even geen contact meer met je.

Als we wel weer contact willen zal dat van onze kant komen.” Er werd mij gevraagd of ik achter deze zin stond, of ik het hier wel mee eens was. “Ja!” zei de ommenabij 11-jarige ‘ik’ volmondig. Hopende dat deze brief de hele situatie zou oplossen. Maar wat ik precies opgelost wilde hebben wist ik eigenlijk zelf ook niet. “Ik wil weer normaal zijn” dacht ik. De brief was voor mij een laatste signaal naar mijn vader van: “Laat juist nu zien hoeveel je om ons geeft!” Maar dit werkte averechts. De dagen werden weken, en de weken werden maanden. 

Ik hoorde niets meer van hem. Ik zag hem niet meer, sprak hem niet meer, niets meer. Ik begon een haat tegen mijn vader te creëren. “Wat voor een verschrikkelijke man laat zijn kinderen nou in de steek en laat niets meer van zich horen?”. De haat naar mijn vader ging hand in hand met mijn gebroken zelfbeeld. Een periode van dagelijks negativisme; “Niemand houdt van jou. Je eigen vader houdt niet eens van je. Je bent niets waard. Het is allemaal je eigen schuld.”.

Ik zat ondertussen op een nieuwe basisschool. Een nieuwe omgeving, nieuwe kinderen, nieuwe leraren. Op een gegeven moment viel het wat kinderen op dat mijn vader mij nooit op kwam halen van school. Ze wisten dat ik gescheiden ouders had maar meer ook niet. Op een dag waren we aan het voetballen op het schoolplein. Een klasgenootje vroeg mij vrij opdringerig waarom ik mijn vader niet meer zag. Ik kon hier geen antwoord op geven. Het enige waar ik aan kon denken was: “Ik zie hem niet meer omdat hij niet weet hoe oud ik ben en omdat ik iedere keer hetzelfde eet bij hem”.

Liegen over mishandeling

Een totaal idiote reden om geen contact meer met je vader te hebben vond ik zelf, de 11-jarige zelf dan. Het was desalniettemin allemaal mijn eigen schuld, want ik had zelf toestemming gegeven om die laatste zin in de brief te zetten. Vanaf dat moment zou mijn leven voorgoed veranderen, want op het moment dat mijn klasgenootje net begon te roepen: “Maarten weet niet waarom hij zijn vader niet meer ziet! Maarten weet niet waarom hij zijn vader niet meer ziet!” pak ik zijn arm vast en zeg ik tegen hem: “Houd je bek! Mijn papa had losse handjes ja!”. Ik zag direct hoe aangeslagen hij was, hij snapte wat ik bedoelde met ‘losse handjes’. Ik hoor hem zijn woorden nog inslikken en zie hem weglopen.

Op dat moment werden mij twee dingen akelig duidelijk; 1: zodra mensen ook maar een beetje een gevoelige snaar bij me raken kan ik zeggen dat ik mishandeld ben want dan laten ze me met rust en durven ze niets meer te vragen, en 2: ik heb zojuist gelogen. Of beter gezegd; Ik heb zojuist de meest verschrikkelijke leugen de wereld in geholpen waar helemaal niets van waar is. Over mijn eigen vader wel te verstaan. “Hoe kan je dit nou zeggen? Hoe kan je met mezelf leven? Dit mag nooit aan het licht komen!”.

Aandacht en liefde

De leugen begon te groeien naarmate de jaren verstreken. Ik kon er mijn echte gevoel in kwijt. Het gevoel van minderwaardigheid. Ik kreeg de aandacht en liefde die ik hard nodig had als ik even nergens met mijn ware gevoelens heen kon. Maar hoeveel liefde en steun ik ook kreeg van de mensen om me heen, het was altijd gehuld in een sluier van bedrog. “Je bent een verschrikkelijk persoon” dacht ik dan. “Vuile leugenaar”.

Mijn eerste liefde op de middelbare school is verbonden met mijn eerste echte overweging om mezelf van kant te maken. Ik was head-over-heels verliefd geraakt op een klasgenootje die al snel mijn beste vriendinnetje werd. Ik kon alles met haar delen, of nou ja, ik kon bij haar huilen, kon haar vertellen dat ik moeite had met het leven, dat ik er soms over nadacht om uit het leven te stappen, maar ik kon met niemand de leugen delen. Die zou met mij het graf in gaan.

Ik kreeg echter nooit een relatie met haar. Ze was bang dat als het samen niet zou lukken dat ik zelfmoord zou plegen. Dit hoorde ik van een vriendin van haar, waar ik zelf ook goed bevriend mee was. Ze overhandigde mij een briefje in de klas met een gesprek tussen haar en mijn grote liefde. Hierin stond letterlijk verwoord: “Ik ben gewoon bang dat als het niet lukt dat hij zichzelf wat aandoet.” Deze zin brak mij. Ik kon nergens heen met dit gevoel. Ik schaamde me kapot dat ik over de dood nadacht. Ik was buitenspel gezet door mijn eigen suïcidale gedachten. “Niemand zal ooit van je kunnen houden.” dacht ik.
Diezelfde middag zit ik op mijn zolderkamer, voor het eerst echt overwegend om het te doen. “Ik kan nergens heen. Ik kan het met niemand delen. Niemand zal mij ooit begrijpen. Ik ben een verschrikkelijk persoon.”

Een absoluut dieptepunt

Net wanneer ik een keuze aan het maken ben, moet ik aan mijn moeder denken. “Mijn lieve moeder. Dit kan ik haar niet aandoen. Niet nu. Dit kan morgen ook als het echt zo erg is”. Een absoluut dieptepunt. Schaamte overspoelde mijn gehele zenuwstelsel. Ik begon hevig te trillen en de tranen stroomden over mijn wangen. Diezelfde avond zit ik geheel surrealistisch te eten aan de eetkamertafel met het hele gezin, zoals gewoonlijk. “Hoe was jouw dag?” Alleen het idee al die vraag te moeten beantwoorden vandaag maakte mij al misselijk. Ik koos ervoor om alles weg te stoppen en niets te delen. “Dit is mijn shit. Ik heb dit gecreëerd, ik moet dit zelf oplossen.” dacht ik.

Suïcide werd een dagelijks ding, als in; de gedachte eraan. De schaamte die het teweeg zou brengen op mijn familie maakte het dat ik het niet direct zelf durfde te doen, in ieder geval niet nu. Vanaf mijn 15e tot mijn 23e liep ik rond met de gedachte dat er geen plek voor mij was op deze wereld. Dat ik het verdiende om dood te gaan.

Op de vraag hoe ik zolang een leugen voor iedereen geheim kon houden zou ik wel een boek kunnen schrijven. Punt is dat een leugen werkt zolang het maar gepaard gaat met een echt gevoel en je niet te veel afwijkt van ware gebeurtenissen. En het was ook niet dat ik het van de daken schreeuwde dat ik mishandeld zou zijn. Mijn beste vrienden wisten ‘het’ en ik drukte hen op het hart dit nooit aan mijn moeder of wie dan ook te vertellen omdat het haar zou kunnen breken. Zij had in het verleden overigens ook last van periodes van depressiviteit, wat mijn vrienden wisten. “Als mijn moeder erachter zou komen dat ik mishandeld zou zijn door mijn vader, zou zij dit zichzelf nooit vergeven.” vertelde ik mijn vrienden. Een kloppend verhaal zodat de leugen geen eigen leven ging leiden buiten mij om.

Alles kon altijd beter

Natuurlijk hadden mijn ouders wel door dat er iets niet klopte, dat ik niet alles vertelde, dat ik mezelf altijd veel te hard aan het pushen was. Alles kon altijd beter. Natuurlijk vingen zij ook die signalen op. Maar toch wisten ze nooit een weg te vinden om mij het gevoel te geven dat ik met dit deel bij hen terecht kon. Suïcide gaat namelijk gepaard met een enorme schaamte, het is uiterst moeilijk je ware gevoelens en gedachtes te delen met iemand waar je veel om geeft. 

Het voelde als een ander opzadelen met mijn ellende. En welke ouder wil nou horen dat zijn of haar kind het leven niet meer ziet zitten? Geen natuurlijk! Maar des te ouder ik werd, des te meer moeite ik kreeg met deze rugzak. Je wordt ouder, wijzer, je ideeën veranderen en je gaat anders naar dingen kijken. Los daarvan komen er ook steeds meer dingen bij. Wat wil zeggen dat als ik mijn rugzakje nu niet goed indeel, dat ik straks simpelweg geen ruimte meer heb voor een nieuw object, een nieuwe tegenslag.

Er zijn momenten geweest dat ik naar mijn moeder wilde gaan om te vragen of ik nu met een psycholoog mocht praten, maar er leek altijd wel iets tussen te komen waardoor ‘mijn problemen’ even niet meer zo belangrijk waren. En wat zou ik ook eigenlijk zeggen op zo’n moment?

Opleiding tot hoofdagent

Toen ik 18 werd was het dan eindelijk mijn beurt. Ik zou gaan beginnen met de opleiding tot hoofdagent aan de politieacademie Amsterdam. Maar voordat ik dat zou doen wilde ik met een psycholoog praten. Mijn problematiek omtrent suïcide was beduidend minder geworden, maar nog altijd op de achtergrond aanwezig. Waarom het in deze tijd minder was kan ik alleen maar verklaren doordat ik een duidelijk doel voor ogen had. Ik ging beginnen aan een hele spannende, leuke, uitdagende opleiding waarin ik geconfronteerd zou kunnen worden met mijn eigen problematiek.

Ik wist dat dit een trigger zou kunnen worden en dus besloot ik aan mijn moeder te vragen of ik nu ook met een psycholoog zou kunnen praten. Op de vraag: “Natuurlijk, maar waarom nu?”, kon ik alleen maar antwoorden dat het nu mijn beurt was. Dat ik het even nodig had omdat er ook weer veel binnen de familie was gebeurd de afgelopen tijd. Ik zei dat ik mezelf een beetje kwijt was. Het gesprek toentertijd met de psycholoog was totaal vruchteloos.

Het was dezelfde psycholoog als mijn moeder en stiefvader. Dit zorgde ervoor dat ik mij niet volledig open durfde te stellen. Ik was bang dat ze, ondanks haar beroepsgeheim, de informatie die ze bij mij vandaan zou halen toch zou kunnen toepassen of gaan gebruiken in de sessies met mijn moeder en stiefvader, mochten die in de toekomst nog komen.

Uitstel van (zelf-)executie

Ik was de selectie van de politie doorgekomen en gek genoeg geslaagd voor het psychologisch onderzoek. Ik was bang dat ik dit onderdeel niet zou halen omdat ik mezelf diep van binnen een ‘smerige leugenaar’ vond, geen goede eigenschap om te hebben als agent. Ik heb me gedurende de selectieprocedure echter aan de waarheid gehouden en bepaalde zaken simpelweg niet benoemd. Na een half jaar van selecties, keuringen en tests mocht ik eindelijk gaan beginnen aan de opleiding tot hoofdagent. Het voelde als een nieuw begin. Ik kon mijn leugens in het verleden laten en met een schone lei beginnen. Een nieuwe omgeving, nieuwe mensen, tijd voor een nieuwe Maarten. Vol goede moed ging ik de opleiding in. Maar helaas, suïcidale klachten wegstoppen door simpelweg heel hard aan een nieuwe uitdaging te beginnen is uitstel van (zelf-)executie, ‘No Pun Intended’.

Halverwege de opleiding ging ik steeds meer met de reguliere diensten meedraaien. Zo was de opleiding ingericht. Dit betekende dat ik avond-, nacht-, en weekenddiensten ging werken. Eerlijk gezegd begon alles om de politie te draaien, echt een privéleven had ik niet meer. Dit moet het begin zijn geweest van mijn terugval. Uiteraard ging dit hand in hand met het weder opleven van de leugen in de klas. Het was een te groot onderdeel geworden in mijn leven waardoor ik er geen afstand meer van kon doen. Ik begon me weer slechter te voelen over mezelf, deed onwijs mijn best om gezien te worden en wilde de beste student van het team zijn. Ik was weer begonnen met het opbouwen van mijn schijnmuur. Zolang het er van buiten maar perfect uitziet, zal de binnenkant met rust gelaten worden. Ik haalde elk examen, kreeg onwijs goede beoordelingen op het werk en werd gezien als gelijkwaardig collega. Maar tegelijkertijd werd de stem in mijn hoofd ook steeds luider die zei:

Maak er een eind aan. Jij verdient dit niet. Jij zult nooit je rust, je plekje, je veilige haven vinden in dit leven. Ik wilde dat dit er niet meer was.

Diploma behaald, maar niet gelukkig

Je zou zeggen dat wanneer je net je opleiding hebt behaald dat je super gelukkig en voldaan zou moeten zijn. Maar niets was minder waar. Ik weet nog dat ik op mijn diploma-uitreiking maar geen gemeende lach uit mijn gezicht kon persen. Ik overspoelde mezelf met gedachten als: “Wat betekent dit papiertje nou? Ik werk al anderhalf jaar op straat, ik heb al de meest verschrikkelijke dingen meegemaakt. Ik heb me al bewezen als goede, doortastende diender. En wat ga ik nu in vredesnaam doen dan? Er is buiten de noodhulp niets wat mij aanspreekt binnen de politie. Zijn mijn ouders trots nu? Mag ik nu wat voor mezelf gaan doen? Waarom mag ik maar niet gelukkig zijn?”. Langzaam maar zeker gleed ik steeds verder af. Ik begon weer steeds vaker aan de dood te denken.

Na de suïcide van een bekende, waar ik tijdens mijn dienst zelf ter plaatse was, raakte ik volledig van slag. Ik wist niet meer wat ik moest voelen, ik wist niet meer wat ik moest doen. Op het werk kwam mijn beste maatje naar mij toe. Het was hem opgevallen dat het helemaal niet goed met mij ging. Hij stelde voor dat ik even wat weken rust ging nemen. “Rust nemen?! Waar heb je het over?! Waarom zou ik?! Het werk gaat ook gewoon door. Dit hoort toch allemaal bij het vak?” schoot er uit mijn mond zonder erover na te denken. “Nou precies hierom Maarten.” hoorde ik hem zeggen. “Kijk hoe je reageert op deze vraag. Je kan mij niet vertellen dat het goed met je gaat. Pak je rust man. Je hoeft je hier echt niet voor te schamen.” Een zegen, precies deze zin had ik nodig. Zonder deze uitspraak had ik het zelf waarschijnlijk nooit gezien. Die dag leverde ik mijn dienstwapen in bij mijn leidinggevende waarop ik werd ziek gemeld en naar huis werd gestuurd.

En toen zat ik ineens thuis, overspoeld door gevoelens, geen enkele uitweg meer kunnen zien. Ieder spoor die ik zou bewandelen zou uitmonden in ellende. Of ik raakte mijn vrienden kwijt, of ik raakte voor altijd mijn vader kwijt. Ik kon niet meer. Ik kon niet meer leven met de leugen. Ik moest wat doen. En dus besloot ik mijn vader op te zoeken.

Weer contact met mijn vader

Eenmaal bij mijn vaders oude huis aangekomen klopte ik aan waarna de deur open werd gedaan. Na dertien jaar zag ik hem daar ineens in de deuropening staan. “Hé pap, er zijn nu volgens mij wel genoeg jaren overheen gegaan. Zullen we praten?” vroeg ik. Eenmaal binnen kwamen we erachter dat we elkaar al die tijd verkeerd hadden begrepen. Mijn vader had zich altijd vastgehouden aan de laatste zin in onze brief: “We willen geen contact meer met je. Als we weer contact met je willen zal dat vanaf onze kant komen.” Hij was als de dood dat wanneer hij weer contact zou zoeken, hij het voorgoed zou verpesten voor zichzelf en ik hem dus nooit meer wilde zien. En dus heeft hij zichzelf dertien jaar vastgeklampt aan die laatste zin. Ik kon hem uitleggen dat het voor mij iedere maand juist erger werd, dat het voelde alsof ik niets voor hem betekende en dat ik hierdoor een heel slecht zelfbeeld had ontwikkeld waardoor ik met veel suïcidale gedachten rondliep.

Ook kon ik hem uitleggen dat een ommenabij 11-jarig kind helemaal geen idee heeft van wat zo’n zin teweeg zou brengen. Wat dit zou betekenen. Hier gaf mijn vader mij erkenning in. Iets wat onwijs fijn voelde op dat moment. Ik werd gehoord. Ik durfde eindelijk toe te geven dat ik mijn vader al die tijd onwijs had gemist en dat ik hem nodig had in mijn leven. Ik kon echter niet vertellen dat ik een verhaal had verzonnen dat ik mishandeld zou zijn door hem. Hier schaamde ik me nog te erg voor. Dat kon en mocht ik niet van mezelf kwijt. Hier zou ik later pas de tijd, ruimte en ballen voor vinden. Ik ben vervolgens naar mijn moeder en stiefvader gereden en heb ook hen het bovenstaande kunnen vertellen. Dit gaf ruimte en wat rust. Maar de leugen kon ik ook bij hen niet kwijt. Nog niet.

Zogenaamd mishandelende vader

Die avond ben ik naar mijn eigen huis gereden waar ik woonde met twee van mijn beste vrienden. Ik was nog niet klaar voor vandaag. Want hoe zouden mijn vrienden reageren als ik ze vertelde dat ik mijn ‘zogenaamd mishandelende vader” weer had opgezocht en gesproken. Deze leugen kon ik voor hen niet langer verborgen houden. Ze waren er immers altijd voor me. Ik moest dit aan hen kwijt.

Ik vertelde ze alles, het hele verhaal, van begin tot eind. Over mijn suïcidale gedachtes, over de leugens, over mijn onzekerheden. Alles kwam eruit. In angst wachtte ik hun reactie af. Waarop mijn vrienden zeiden: “Maarten, je bent geen vriend van ons om wat je allemaal hebt meegemaakt. Je bent geen vriend van ons uit medelijden. Je bent onze vriend omdat je een geweldige gast bent. Omdat we altijd met je kunnen lachen en je altijd voor ons klaarstaat. En die leugens laten ons alleen maar zien hoe onwijs jij in de knoop zat met jezelf.” “Holy shit, dit had ik niet verwacht. En nu?” dacht ik.

Ik wilde veranderen

De liefde die ik die dag mocht ontvangen van zowel mijn vader, moeder, stiefvader als mijn vrienden maakte het dat ik heel serieus wilde werken aan mijn suïcidaliteit. Ik wilde nu echt veranderen. Open Kaart spelen. Er was geen reden meer voor mij om met deze klachten te blijven worstelen. Ik had weer contact gezocht met papa, de leugens waren deels de wereld uit en ik had al mijn naaste vrienden nog.

Ik omarmde iedere hulp die mij aangeraden of aangeboden werd. Via een vriend kwam ik bij een hele goede psychologe terecht die mij perfect kon aanvoelen. Iets wat uiterst belangrijk is wil je je problematiek echt kunnen aanpakken. Heb je te maken met een psycholoog die jou niet helemaal kan voelen, iemand die jou gevoelsmatig niet begrijpt? Dan raad ik je aan, hoe lastig dat ook is op dat moment, om opzoek te gaan naar een ander. Je moet 100% jezelf kunnen zijn tijdens deze gesprekken.

Iedere suggestie die mijn psychologe deed ging ik met open armen aan. Zo heb ik individuele therapie, groepstherapie, Pesso-therapie en EMDR gehad. Iedere keer wanneer zij aangaf: “Ik denk dat je hier wat aan zult hebben.” ben ik het aangegaan, of ik het op het moment nou een achterlijk idee vond of niet. Mijn vuistregel was: “Voel ik ergens lichamelijke weerstand tegen, dan moet ik juist die kant opgaan.” Ik ben dankbaar dat ik zo koppig naar mijn eigen hoofd ben geweest. Want had ik naar mijn gedachtes geluisterd dan was ik nooit groepstherapie, Pesso- of EMDR gaan doen.

Via de huisarts werd mij aangeraden om te beginnen met antidepressiva. Iets wat ik aan het begin absoluut niet wilde nemen, maar zoals gezegd, als de professional dacht dat het baat zou hebben, dan deed ik dat. Ik kon desalniettemin even niet vertrouwen op mijn eigen gedachtes en denkwijze. Ik kwam om in het piekeren. Iets waar de antidepressiva een halt toe riep, waar ik achteraf erg dankbaar voor ben geweest dat ik het wel heb genomen. Het maakte mijn hoofd stil waardoor ik even op adem kon komen van mezelf en wat helderder kon nadenken over alles wat er gaande was.

Ga alles aan

Om nu te zeggen welke therapievorm doorslaggevend is geweest in mijn herstel kan ik enkel zeggen; Ga alles aan. Gun het jezelf. Er is niet één therapievorm die perfect op jou aansluit en ga hier dus ook alsjeblieft niet vanuit. Uit ieder verschillend onderdeel haal je je handvatten en tools die bij jouw problematiek aansluiten. Nogmaals, voor de zekerheid, dit zijn mijn ervaringen. Dit kan voor een ander uiteraard anders zijn. Ga die ontdekkingsreis aan met jezelf. Na anderhalf jaar van intensieve therapie en een re-integratietraject via de politie, werd ik in 2018 weer 100% beter gemeld. Van mijn leidinggevende zou ik mijn dienstwapen weer terugkrijgen, maar dit heb ik afgeslagen.

“Als ik nu een keuze maak zal die niet vanuit een vluchtende, depressieve gedachte komen, maar vanuit een weloverwogen besluit. Ik ga stoppen.” zei ik. “Ik wil je onwijs bedanken voor de meest leerzame periode uit mijn leven. Ik ga nu opzoek naar mijn eigen geluk en die vind ik niet binnen de politie.”

Het gaat goed met me

Nu, 4 jaar later, kan ik je vertellen dat het goed met me gaat. Maar ‘goed gaan’ of ‘gelukkig zijn’ is niet het doel. Het is slechts een onderdeel van het leven. Net als dat verdriet en rouw een onderdeel van het leven zijn. Door intensief aan mijn problemen te hebben gewerkt met de juiste hulp van anderen ben ik erachter gekomen dat alles er mag zijn. Verdriet heeft een functie, rouw heeft een functie.

Ik heb geleerd dat het delen van mijn ware gevoelens met anderen prachtige gesprekken en diepe persoonlijke banden kan creëren. Ik heb geleerd om eerder hulp in te schakelen, wat mij niet zwakker maakt maar juist sterker. Ik heb geleerd dat ik het niet alleen kan oplossen. En dat ik het niet alleen hoef op te lossen.

Een simpele opdracht

Ik wil graag afsluiten met een metafoor, wat voor mij een hoop inzichtelijk heeft gemaakt. Ken je die simpele opdracht van hoe focus werkt nog? Sluit je ogen en denk vervolgens 1 minuut niet aan een gele auto. Wat gebeurt er? Hoogstwaarschijnlijk denk of zie je juist die gele auto. Suïcide werkt voor mij precies zo. Jaren dacht ik alleen maar: “Ik wil niet aan de dood denken. Ik mag me niet zo voelen. Ik mag niet zo denken. Dit mag er niet zijn.” waardoor de gedachte aan suïcide alleen maar groter en frequenter werd. Ik legde er onbewust de focus op.

Door therapie heb ik kunnen en mogen inzien waar deze gevoelens vandaan kwamen en dat ze er mochten zijn. Beter gezegd; ik heb geleerd waar ik het stuur van mijn gele autootje heb gevonden, waar de banden vandaan komen, waar ik de motor heb opgeraapt en hoe de auto aan zijn gele kleur is gekomen. I.p.v. ervan willen weglopen moest ik juist naar deze gevoelens en gedachtes toe om erachter te komen waarom ze er waren. Want als je snapt hoe jouw eigen gele autootje in elkaar zit, is het niet meer dan logisch dat hij op je oprit staat. Het is mijn autootje, het is een deel van mij en ik kan niet van mezelf weglopen. En door acceptatie, in combinatie met het snappen van waar het vandaan komt, kon ik het eindelijk loslaten.

Wil ik dood?

Suïcide is een deel van mij, het mag er zijn. Ik kan er met liefde en zorgzaamheid naar kijken. Het zal zo nu en dan zijn kop boven het zand uitsteken, wat maar goed is ook. Het is mijn radertje geworden. “Wil ik dood?” Dan heb ik waarschijnlijk niet goed gegeten en niet goed geslapen of is er op het moment simpelweg iets heel spannends aan de hand. “Het is okay.” Deze suïcidale gedachten hebben zich ontwikkeld over een periode van dertien jaar. Dan is het niet meer dan logisch dat het ook op z’n minst nog dertien jaar zal duren voordat die stem echt een andere klank zal krijgen.

Alles komt goed, want alles is goed