Pas recent leerde ik dat dit slechts een vorm is van rouw en dat er heel veel rouwvormen bestaan. Zo kun je ook rouwen om iets wat je nooit hebt gehad. Daar wil ik ruimte voor maken.
Inmiddels ben ik volwassen en dus kan ik zeggen dat mijn jeugd een afgesloten periode is. Niet dat dit betekent dat deze jeugd geen invloed meer op het heden heeft, in tegendeel. Maar als levensfase is mijn jeugd voorbij. Enerzijds is dat iets waar ik opgelucht om ben. Mijn volwassen leven ziet er een stuk fijner uit dan het leven dat ik had als kind.
Maar juist bij dit besef komt sinds een tijdje een ander soort pijn kijken. Daar waar ik vroeger enorm veel verdriet kon hebben om de dingen die tijdens mijn jeugd gebeurden, is er in mijn volwassen leven plaats gekomen voor een nieuw soort gevoel. Namelijk, het rouwen om een jeugd die ik zo graag had willen hebben, maar nooit heb gehad, en ook nooit meer zal krijgen.
Juist omdat de jeugdige levensfase voor mij een periode is die ik niet meer kan ombuigen of veranderen, word ik als volwassene geconfronteerd met de harde realiteit dat het is wat het is. Dit was mijn jeugd, en daar moet ik het mee doen. Dit geeft me een machteloos gevoel omdat ik er zo graag iets warms en positiefs van had willen maken. Ik zou wensen dat ik met een grote glimlach kon terugdenken aan toen. Het besef dat ik moet concluderen dat ik de jeugd waarnaar ik zo heb verlangd nooit zal krijgen, doet mij rouwen om wat er nooit is geweest.
Inmiddels besef ik dat dit evenzogoed een echte rouwvorm is, maar lange tijd kon ik mijn gevoel niet echt plaatsen. Ik wist inmiddels wel dat het vroeger allemaal niet zo leuk was, waarom moest ik daar nou nog steeds om huilen? Ik ben ervoor in therapie geweest, waarom doet het dan toch nog pijn? Door in te zien dat je weldegelijk kunt rouwen om iets wat er nooit is geweest ben ik met meer begrip naar mezelf gaan kijken.
Ik heb het idee dat er in onze maatschappij meer begrip is voor zichtbare vormen van rouw. Als een dierbare overlijdt, snapt iedereen dat we daarom rouwen. Het is concreet en dus makkelijker om naar te vragen. Wanneer je rouwt om iets dat er nooit is geweest, is dat best onzichtbaar.
Hoe leg ik aan een ander uit dat ik in de rouw ben om de jeugd die ik nooit had? Dat ik hier op een bepaalde manier misschien wel altijd om zal blijven rouwen? Dat ik verdriet heb op dagen die voor een ander juist heel vrolijk zijn, zoals met kerst of een verjaardag? Dit soort vragen maken het soms best lastig om ruimte te maken voor dat wat er niet is.
Er zijn talloze redenen om te rouwen om wat er niet is. De afwezigheid van een fijne jeugd, het kindje dat je zo graag had willen krijgen, het huwelijk waarnaar je altijd hebt verlangd… Wat de reden ook is dat jij rouwt, het mag de ruimte krijgen. Juist als het onzichtbaar is, verdient het ook zichtbaarheid.
Wat mij helpt om mijn rouw meer ruimte te geven, is het doorbreken van de stilte. Ik hoop dat door er meer over te praten en te schrijven, er ook meer bekendheid over zal komen. Voor mij werkt het helend om zichtbaar te maken wat er niet is.