Denk je aan zelfdoding?

We zijn er voor je.
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Hoop
21-01-2025

Verlieskunst: de dood veranderde mijn leven

“Je moet het zelf doen, maar niet alleen” Babet te Winkel (1991) is schrijver, geestelijk verzorger, lichaamsgericht begeleider bij rouw, en de oprichtster van rouwplatform Verlieskunst. Ook schreef ze het boek “Zien in het Donker”.

Hoe gaat het nu met jou?

Het gaat goed - natuurlijk met betere en mindere dagen die bij het leven horen, maar op de onderstroom voel ik een tevredenheid. Als ik wakker word, heb ik zin om dingen te doen. Dat is voor mij een belangrijke pijler om te zeggen: ja, het gaat goed. Ik voel me verbonden met het leven, de dingen die ik doe, de mensen om mij heen - ik vind steeds meer mijn plek.

Dat contact met die onderstroom is er niet altijd zo duidelijk geweest. Ik kan in mijn leven perioden onderscheiden waarop het op verschillende manieren niet zo goed ging en ik flink uitgedaagd werd.

Kun je iets vertellen over de tijd dat het minder goed met je ging?

Mijn moeder is lang ziek geweest en in haar ziekteproces heb ik veel voor haar gezorgd. Terugkijkend realiseer ik me dat ik haar mantelzorger was. Zo’n zorgtaak doet wat met je als je opgroeit, niet alleen in praktische zin, maar ook emotioneel.

Toen ik 18 werd en ging studeren ontstond er een groot contrast in mijn leven. Enerzijds probeerde ik mijn leven op te bouwen: studeren, op kamers gaan, nieuwe mensen ontmoeten. Tegelijkertijd ging ik vaak terug naar mijn ouderlijk huis, met mijn moeder naar het ziekenhuis en maakte ik me zorgen. Dat was een pittige tijd, maar ook heel betekenisvol. Ik genoot van de tijd die we nog samen hadden.

Mijn moeder overleed toen ik 20 was, en haar dood maakte diepe impact op me. Met iemand die ik zo lief heb meelopen naar de dood, veranderde me. Ik begon het leven anders te zien. De eerste maanden na haar dood had ik nog de hoop dat als ik ‘goed’ zou rouwen, de pijn uiteindelijk mee zou vallen. Na verloop van tijd dacht ik: dit gaat helemaal niet meevallen. Toen werd het voor een lange tijd heel zwaar.

Wat veranderde er toen je besefte dat rouwen echt zwaar is?

Mijn moeders dood riep vragen op zoals: hoe doe je dit, leven met de dood? Ik herinner me dat mijn oma, die haar achttienjarige zoon had verloren, daarover eens tegen me had gezegd: het is een litteken, dat zal voor altijd blijven.

Maar een litteken klonk zo vanzelf, en ik had geen idee hoe dat nou moest, rouwen. Andere mensen zeiden goedbedoelde dingen als: “je moet het gewoon loslaten”, “je moet het accepteren”, “je moet het verwerken”, “je moet het een plekje geven”.

Al die “je moet gewoon”… terwijl ik geen idee had wat ik moest doen. En achteraf gezien was dat misschien ook wel de bedoeling: ik kon het niet bij voorbaat weten en moest het onbekende betreden. Ik zie dat als een initiatie. Ik ging echt door het donker heen - de donkere nacht van de ziel, zoals ze dat zo mooi noemen. Er is een punt geweest waarop ik voelde: ik wil dit leven niet.

Het was heel paradoxaal, maar op een gegeven moment moest ik ophouden zo mijn best te doen en het allemaal zo goed te willen doen. Er volgde een heel gelaagd proces dat ik niet lineair kan beschrijven, en wat ik niet zelf in de hand had. Ik werd met mijn eigen schaduwen geconfronteerd, mijn eigen verantwoordelijkheid. Ik ben ten volste ‘ja’ gaan zeggen tegen het leven. Niet alleen met mijn hoofd, maar met heel mijn lijf.

Babet te Winkel

Wat heeft jou geholpen om door die donkere periode heen te komen?

Dit hele proces staat niet los van de wereld waarin ik mij begeef: het speelde zich af in een maatschappij waar het positieve wordt benadrukt, er weinig ruimte is voor moeilijke emoties en waar oppervlakkige ideeën over rouw heersen.

Dus had ik bepaalde dingen te ontwikkelen die ik niet op school had geleerd. Ik leerde alle emoties welkom te heten – niet alleen de positieve. Er is zo’n mooi gedicht van de Perzische dichter en mysticus Rumi waarin hij schrijft dat je als mens een soort herbergier bent die elke ochtend het bezoek welkom heet, of het nou een vreugde, een depressie, een benauwdheid is. Ik leerde emoties als bezoekers te zien: ze te zien arriveren en weer zien vertrekken.

Soms vragen mensen na een paar maanden of ‘iemand er nou nog mee bezig is’, dit getuigt van weinig inzicht in hoe impactvol rouw kan zijn. Het hele rouwproces duurde veel langer dan ik had gedacht. Er is een beeld van rouw dat het na een paar maanden wel over zal zijn (‘Ben je er nu nog mee bezig?’), of na de magische ‘eerstejaars’ grens (het moment waarop je alle dingen een keer zonder iets of iemand hebt gedaan). Het was een belangrijk inzicht om te erkennen dat rouw langer duurt dan we geneigd zijn om te denken.

Sommige verliezen hebben namelijk een heel ‘vertakkende’ werking. Daarmee bedoel ik dat één verlies niet een afgebakende entiteit is, maar ook binnendringt in andere levensgebieden. Zo was ik bijvoorbeeld niet alleen mijn moeder kwijt, maar ook een fijn thuis, zoals het was met mijn gezin. Ik was ook een bepaald beeld van de toekomst kwijt. En de aansluiting bij mijn leeftijdsgenoten als twintigjarige. De verbinding met de wereld om me heen, die voelde ik niet meer. Inzien hoe ingrijpend mijn verlieservaring was en dat voor mezelf erkennen, luchtte op. Ik begon op een veel cyclische manier naar rouw te kijken, te herkennen hoe bepaalde thema’s vaker terugkwamen en er oké mee te zijn dat dat bij het leven hoort.

Jouw visie op rouw heb je omgezet in het rouwplatform ‘Verlieskunst’

Rouw is niet alleen een emotioneel en spiritueel proces, maar ook een fysiek intensief proces. Dus het duurde een tijd voor ik er de energie weer voor had, maar uiteindelijk ben ik mijn vragen gaan onderzoeken. Ik bezocht verschillende communities in het buitenland en ontmoette mensen die zelf ook heftige dingen hadden meegemaakt. Ik herinner me hoe geraakt ik was dat mensen zich echt lieten zien. Dat heeft me nog meer doen beseffen hoezeer we een gemeenschap nodig hebben, mensen om ons heen die vragen: hoe is het vandaag met je? En die echt interesse hebben in het antwoord.

In onze cultuur wordt vaak als een soort groet gevraagd “alles goed?”, maar dat je dan eigenlijk niet kunt zeggen hoe het echt met je gaat, of dat het niet zo goed gaat. Voor mij is het heel hoopgevend geweest om te merken dat er meer mensen zijn die behoefte hebben aan echt contact.

Na terugkomst van een van die reizen heb ik Verlieskunst opgericht, een platform dat ruimte maakt voor allerlei soorten verliezen en transities in het leven. We verliezen namelijk niet alleen geliefden door de dood, maar er zijn ook impactvolle verliezen als vriendschapsverlies, een thuis, een abortus, een thuisland of ecologische rouw.

De inzichten die ik heb opgedaan, verwerkte ik in Verlieskaarten. Dat zijn alternatieve condoleancekaarten, zodat de inzichten ook doorwerken in de beelden die we hebben van rouw en de woorden die we in het dagelijks leven gebruiken. Voor mijn boek ontrafelde ik de ervaring van rouw nog verder en maakte ik nieuwe rouwwoorden, om expressie te geven aan wat er van binnen leeft. Ik kwam erachter hoe belangrijk het lichaam is als ingang om op een andere manier tot ervaringen te kunnen verhouden.

We hebben elkaar echt nodig, omdat sommige dingen te zwaar zijn om alleen te doen. Dat wil ik uitdragen: jouw rouw hoeft niet weg, je hoeft er niet in je eentje mee rond te blijven lopen. Je moet het zelf doen, maar niet alleen. Dat is een belangrijk onderscheid voor mij: mijn leven is mijn verantwoordelijkheid, maar dat betekent niet dat ik het alleen hoef te doen.

Als we rouwen niet alleen hoeven te doen, hoe doen we dat dan samen?

Ik wil helpen ruimte maken voor rouw als een natuurlijk onderdeel van het leven, ingebed in gemeenschap. Ik doe dat zelf bijvoorbeeld door het Verliesdiner (Verliesdiner - Verlieskunst): een feestje waarop rouw welkom is. Juist door in een feestelijke setting ruimte te geven aan die vraag: hoe is het met je? hoop ik dat de maskers af mogen. Normaal op feestjes mogen verdriet en andere ongemakkelijke gevoelens er niet echt zijn, kunnen we bang zijn om de “sfeer te verpesten”. Ik vind dat zonde. Bij het Verliesdiner mag de rouw juist op tafel.

Rouw verdient schoonheid en aandacht. Het hoeft ook niet altijd alleen maar verdrietig te zijn, er mag ook gelachen worden, en lekker gegeten. Ik denk dat dat belangrijk is: dat je mag verbinden met andere mensen terwijl je rouwt. Dat de pijn er mag zijn, dat er muziek mag zijn. Dus niet: hier een hokje vreugde, daar een hokje verdriet. Maar leren om het hele spectrum van menszijn welkom te heten. (Lees ook onze blog op Houd Moed: Streven naar een moeiteloos leven.)

Wat zou jij willen meegeven aan iemand?

Ik ben helemaal vóór rouw weer opnemen in de gemeenschap. Én: soms is er extra (professionele) hulp nodig. En de juiste hulp vinden, dat is superbelangrijk. Ik merk dat dat voor veel mensen best lastig kan zijn, dat ze niet weten wat er beschikbaar is. Misschien dat een psycholoog voor jou goed werkt, maar misschien werkt een lichaamsgericht (trauma)therapeut beter of een rouwtherapeut. De ene therapeut is ook de andere niet.

Dus ontzeg jezelf de kans op hulp niet als het bij de ene therapeut niet goed klikt. Ik vind het mooi om het te zien als een onderzoek: je hoeft het niet meteen te weten. Onderzoek welke vormen van hulp er zijn en welke het beste bij je past op dit moment. Dit kun je ook met je therapeut bespreken trouwens, je mag diegene je vragen voorleggen en diegene kan met je meedenken.

Aan wie dit leest zou ik nog willen meegeven dat er achteraf over praten zoals ik nu doe, iets anders is dan midden in de storm zitten. Als jij nu middenin de storm zit: hang in there. Forceer de positiviteit niet. Misschien kan je het zien als een leerschool om met emoties en met pijn om te gaan, wat je, als je bent als de meesten van ons, niet op school geleerd hebt. Met pijn omgaan, en toch hoop houden dat het beter kan worden, is echte levenskunst.

Foto's door Coco Olakunle