Denk je aan zelfdoding?

We zijn er voor je.
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Blog
24-08-2025

Wat je beter niet kunt zeggen tegen iemand in therapie

Therapie is voor velen geen taboe meer. Gelukkig maar. Toch weten veel mensen nog niet goed hoe ze moeten reageren als iemand in hun omgeving in behandeling is voor psychische klachten. Vaak worden er goedbedoelde dingen gezegd die pijnlijk of ongemakkelijk kunnen overkomen. 

Niet uit onwil, maar simpelweg omdat we niet geleerd hebben hoe je het beste steun kunt bieden. Daarom: tien dingen die je beter niet kunt zeggen tegen iemand in therapie én wat je dan wél kunt doen.

1. "Gewoon even doorzetten."

Een psychische aandoening is geen kwestie van karakter of doorbijten. Net zoals je niet ‘even doorzet’ bij een gebroken been, geldt dat ook voor mentale problemen. Therapie volgen is juist moedig: iemand kiest ervoor om de last niet langer alleen te dragen. Beter: "Dank je dat je dit met me deelt."

2. "Het komt vast snel goed."

We weten nooit het hele verhaal. Hoe goed het ook bedoeld is, zulke uitspraken kunnen voelen als loze hoop. Wat je wél kunt zeggen? "Ik hoop dat je je snel wat beter zult voelen." Dat is warm, zonder iets te beloven wat je niet kunt waarmaken.

3. "Hoe gaat het?"

Die vraag stellen we vaak automatisch, terwijl het antwoord lang niet altijd eenvoudig is. Als je echt wilt weten hoe het gaat, zeg dan eerst gewoon "Hoi", en stel je pas later open voor een écht gesprek: "Hoe gaat het nu écht met je?" En alleen als je ook bereid bent om zonder oordeel te luisteren.

4. "Je bent keigoed bezig!"

Soms is dat waar. Maar deze opmerking wordt ook vaak gebruikt om het onderwerp snel af te ronden. Voor iemand die worstelt, kan het voelen als een dooddoener. Luister eerst, oordeel niet te snel, en geef pas een compliment als je weet dat het oprecht is.

5. "Ik zou het niet kunnen hoor, zolang therapie in plaats van het echte leven."

Mensen in therapie verruilen het leven niet voor therapie, ze proberen er juist grip op terug te krijgen. Een 'normaal' leven is voor hen net zo belangrijk als voor iedereen. Beter: "Is er iets wat ik voor je kan doen? Zullen we bijvoorbeeld eens samen eten binnenkort?"

6. "Ik ken iemand, nou en die..."

Vergelijkingen zijn zelden helpend. Iedereen heeft een eigen verhaal, en mensen in therapie hebben vaak al moeite om zichzelf serieus te nemen. Onbewuste competitie of bagatellisering helpt dan niet. Laat iemands ervaring gewoon staan, zonder vergelijkingen.

7. "Wat zegt je therapeut daarover?"

Therapeuten zijn belangrijk, maar de ervaring van de persoon zelf staat voorop. Deze vraag kan voelen alsof je iemand zijn autonomie ondermijnt. Zeker als het gaat om alledaagse keuzes als op vakantie gaan.

8. "Je moet gewoon zelf de slingers ophangen."

Wie hulp zoekt, heeft vaak al veel geprobeerd om het leven kleur te geven. Zo'n uitspraak doet vermoeden dat het allemaal een kwestie van wilskracht is en dat klopt simpelweg niet. Vraag liever: "Wat zou jou nu een beetje rust of plezier geven? Kan ik ergens bij helpen?"

9. "Gevoelens zijn maar relatief."

Misschien. Maar ze zijn ook echt. Gevoelens vertellen ons waar onze grenzen liggen en wat ons raakt. Ze negeren of relativeren helpt zelden bij herstel. Beter is het om ruimte te geven: "Dat lijkt me zwaar. Wil je er iets over kwijt?"

10. "Waarom heb je therapie nodig? Je lacht toch?"

Een glimlach zegt niets over iemands binnenwereld. Velen verbergen hun pijn uit gewoonte of zelfbescherming. Je kunt beter zeggen: "Ik zie je vaak lachen, maar ik weet dat je niet zomaar in therapie bent. Als je ooit wil praten, ben ik er voor je."

Je hoeft geen therapeut te zijn om een steun te zijn. Oprechte interesse, een open houding en het lef om soms gewoon te luisteren zonder oplossingen aan te dragen, dát maakt het verschil.